← terug naar de atlas

South · jan 2024

Aankomst en onze eerste trip naar Skógar

Aankomst en onze eerste trip naar Skógar — South

Na een prima vlucht, waar Julius twee van de drie uur werd belaagd door een Turkse man die perse in het gangpad met zijn familie moest praten, kwamen we aan in Kevlavik. Het vliegveld was niets ten opzichte van wat we de komende uren nog zouden zien, maar gaf wel direct een goede vibe.

Wat minder was, was dat we voor we onze camper mochten ophalen, nog even een uur of twee moesten wachten. Als ik iets haat, is het wachten. Het is namelijk verspilling van kostbare tijd in dit prachtige land. Vanwege ons ongeduld namen we iets eerder dan de afgesproken tijd een (lokale variant van) Uber naar de verhuurder. Een Afrikaanse man hielp ons met onze camper en we werden meteen enthousiast.

Verzekeringtechnisch besloten we dat alleen Laurens de camper zou besturen, waarvoor dank. De camper had heeft twee draaibare stoelen voorin en een bankje voor de andere twee achterin. Al snel werd de opstelling bekend. Miro en ik gingen achterin zitten en Juul naast zijn broer.

We reden via Reykjavik, de hoofdstad van het land, naar het zuiden. We hadden eigenlijk geen plan en besloten maar een richting op te gaan en onderweg te stoppen om foto’s en drone shots te maken, eten te halen en uiteindelijk te slapen. Terwijl we van de stad nog een beetje ‘Albuquerque-vibes’ kregen, vanwege de grote parkeerplaatsen, lage woningblokken en niet enorm boeiende bebouwing, reden we binnen twintig minuten langs de eerste vulkanische activiteit. Op het schiereiland Reykjanes had namelijk in december een fissure uitbarsting plaatsgevonden en ook nu stond deze weer op uitbarsten. De grond onder het dorp Grindavik was de laatste dagen met meer dan 5 millimeter per dag gestegen, vanwege de druk op de aardkorst. De rookpluimen waren van onze bus duidelijk te zien.

Onze eerste stop was ook zeker een vulkanische. Binnen een half uur stopten we ergens langs de hoofdweg rondom het eiland, om te kijken naar een biothermische bron, die constant warmte en zwavelgassen liet gaan. Naast de parkeerplaats stonden twee houten huisjes die fungeerde als sauna’s, verwarmd door de biothermische bron. Voor ik het vergeet te melden, heel IJsland draait op aardwarmte. Niet gek, maar wel indrukwekkend.

We reden door en stopte nog een paar keer bij onder meer de Bonus, de enige (soortvan) betaalbare supermarkt en uiteindelijk een parkeerplaats om rond kwart over vier de zonsondergang te bekijken en de eerste drone beelden te schieten. Hoewel de plek vrij generiek was, was het een fantastisch plaatje. Eigenlijk kan ik op ieder moment naar buiten kijken en zeggen dat het een geweldig uitzicht ji

Bij de supermarkt lukte het ons om voor ongeveer vijftig euro boodschappen te doen voor de eerste anderhalve dag. Met vier man noem ik dat een hele prestatie. Omdat we al drank hadden en kozen geen vlees te halen, scheelde dat een hoop. Beide zijn enorm duur hier, maar ook voor een lekker stokbrood betaal je hier al snel vier euro. Een zak ingevroren kip kost bijvoorbeeld richting de vijfentwintig euro.

In de lange schemer reden we door tot onze eerste RV-spot bij Skógar. We wisten door de geluiden dat er een waterval was, maar konden vrijwel niets zien toen we hier aankwamen. We zetten onze camper neer, en kwamen erachter dat we via een QR code bij de WC moesten betalen voor de camping. De code deed het niet en we besloten gewoon te blijven staan. In de avond deden we spelletjes en dronken we onze eerste fles Schiedamse Jenever op. Miro maakte een sterrenmaaltijd van rijst, witte bonen in tomatensaus, ingevroren groente, wraps en hot sauce. Dit kwam het dichtste bij Centraal-Amerika, dat ik in maanden ben geweest. Goed. Het eten was opvallend lekker en we gingen door met onze spelletjes.

Een paar uur later besloten we op het geluid van de waterval af te lopen en begonnen we aan onze nachtelijke hike. Alles werd vochtig en koud. De wind blies het water van de waterval in ons gezicht, terwijl we nog steeds weinig zagen. Af en toe verlichtte de hoofdlamp van Laurens de stroom van water. We wisten dat het er mooi uit zou zien, en dus zei ik: dit is het mooiste wat ik nooit gezien heb.

Onze hike ging verder en zo liepen we lichtelijk aangeschoten en met een fles Ketel-cola mix over honderden treden naar boven. De waterval was zestig meter hoog en vijfentwintig meter breed. We zagen weinig, maar hoorden het geweld. Los van de waterval, was het uitzicht fantastisch. Uitzicht? Ja! Toen we naar boven keken, was de hemel verlicht met sterren en planeten. We konden zo veel zien dat het te veel was om op te noemen. Goede gesprekken, emotionele momenten en fijne muziek verder, gingen we weer naar beneden om ons bed op te zoeken.

De nacht was koud. IJskoud. Zo koud zelfs, dat ik nauwelijks sliep. Ik had me niet goed gekleed en het raam stond open omdat we het niet helemaal vertrouwden om met de boiler aan te slapen. Maar goed. Ook dat hoort erbij. Morgen weer een nieuwe dag.