Autopech en de uitbarsting bij Grindavik!

Toen we net in bed lagen in Skafftafel en we bijna onze ogen zouden sluiten, stuurde Laurens een link door naar een grafiek waar alle Aardbevingen in de omgeving van Grindavik werden gemonitord. Waar de grafiek normaal gesproken groen en rustig moest zijn, was het nu een constante stroom van rode schokken en golven. Een swarm van aardbevingen kon betekenen dat de vulkaan, waarvan we wisten dat deze sinds de uitbarsting in december weer op uitbarsten stond, klaar was om wéér uit te barsten. Het was zelfs een van de redenen dat we naar IJsland wilden. Het probleem was, dat wij net naar een heel ander deel van het eiland waren gereden en het toch minimaal vijf uur zou duren, om weer terug bij Grindavik te komen.
We gingen slapen en werden wakker met onze telefoons vol pushberichten en bezorgde appjes. De vulkaan was uitgebarsten en een tweede fissuur had zich geopend, ten noorden van Grindavik.
We besloten die dag die kant op te rijden. Bijna 300 kilometer en vijf uur rijden terug, richting het vliegveld. We moesten het spektakel zien. Voor we dat deden, wilden we toch eerst even doen, waarvoor we hier waren. In Skafftafel lag een prachtige Gletsjer, waar je binnen een half uurtje naartoe kon lopen. Het was namelijk de ingang van een nationaal park.
We begonnen, na een karig ontbijtje van één yoghurtje, met de wandeling. Het was koud en er lag sneeuw, waardoor het steeds meer op een soort alpenlandschap begon te lijken. De bergen waren niet enorm, maar vergeleken met de platte stukken land aan de kust, toch erg indrukwekkend.
We liepen in een half uur richting de voet van de gletsjer, die deel was van de grotere Vatnajökull, de op één na grootste gletsjer van Europa. Op links liepen we langs een grote wand van steen met allemaal bevroren watervallen, waarbij grote ijspegels vormden rondom grassprieten. Rechts kwam de gletsjer uit op een grote vlakte van ongeveer 30 kilometer die helemaal naar de oceaan liep.
Het duurde ongeveer een half uur voor we uiteindelijk bij de gletsjer aankwamen. Meteen zag je de enorme blokken ijs, waaraan het land zijn naam dankt. We konden best dichtbij komen en zelfs op de gletsjer lopen. Maar omdat we niet de juiste uitrusting mee hadden, besloten we een kort rondje te doen. We liepen over het krakende ijs, de stenen en grote blokken zwart en spekglad ijs. Het was een fantastisch gezicht. Soms was het juiste parcours vinden ook best nog even lastig, maar het lukte! We maakten foto’s en liepen weer rustig terug.
Eenmaal bij Bilal, nogmaals, onze camper, aangekomen, liet hij ons flink in de steek toen we weg wilden rijden. De motor wilde niet starten. De kou heeft hem niet veel goed gedaan. Toch raar aangezien het hier elke winter koud is. Na nog een paar wanhoopspogingen, kwamen we er langzaam maar zeker achter dat dit niet ging lukken zonder startkabels. Ik belde nog even met Scott, mijn neefje, die in een autogarage werkt, maar vanuit Nederland kon hij niet veel voor ons doen. Na in het national park een telefoonnummer van een lokale ANWB’er te hebben gekregen, ging het eigenlijk vrij soepel. Binnen tien minuten stond Florin, een gast die dit ongetwijfeld vaker deed, voor onze camper. Hij gaf onze Bilal een mooie powershot en we waren weer goed om te gaan! Toch jammer van onze kostbare uren daglicht.
Omdat we de dag wilden eindigen in de buurt van Grindavik, waar de uitbarsting inmiddels de eerste huizen op had geslokt, besloten we toch niet verder naar het oosten te rijden voor de lagunes die Els ons had aangeraden, maar terug naar Reykjanes te gaan. Dit is ongeveer waar onze reis ook begon, omdat ook Keflavik, het vliegveld, op dit schiereiland ligt.
Onderweg van deze eigenlijk iets te lange reis maakten we nog een aantal tussenstops. Waaronder bij een enorme kloof, een tankstation waar we genoten van een prima te betalen hot dog, in Vik voor de boodschappen- waar we eerder ook al eens waren geweest - en bij onze eerste camping, waar we hit en run deden, zonder te betalen. Hier kookte Miro een heerlijke maaltijd. De bekende wraps met bonen, kip en rijst.
De rit duurde in totaal ruim vijf uur. Uitgeput en met eigenlijk te weinig energie voor de hype die de vulkaanuitbarsting ons eerder had gegeven, kwamen we aan bij de rotonde die we hadden ingevoerd op onze navigatie. Het was een triest plekje waar een paar ramptoeristen, een search and rescue auto en wij stonden te kijken naar een orkanen rookpluim. We waren er en konden toch echt iets zien! Bizar om te bedenken dat we op tien kilometer van een actieve vulkaan, die ook nog eens wereldnieuws was geworden, stonden.
We maakte foto’s en Lau liet zijn drone nog even concurreren met de politiedrones en helicopters die ook rondvlogen. We waren getuigen van de uitbarsting en het was net als bij bijna al het wereldnieuws dat de praktijk een stuk minder spectaculair en vooral gevaarlijk was. De politie had het gebied afgesloten en we konden niet dichterbij komen. Daarom gingen we maar naar de camping, niet ver daar vandaan. Zoals de vorige dagen, was er niemand op bij de receptie te vinden. Ook werkte de QR code die ze hadden uitgeprint niet, waardoor we maar gewoon zijn geparkeerd en gaan slapen.
Morgen weer een dag!