Het noorderlicht en het DC-3 Planewreck

Na een nachtrust van niets én twee afgestorven ballen, werden Miro, Julius, Laurens en ik wakker door de komst van bussen vol Chinezen. Waar we ‘s-avonds helemaal alleen bij de waterval stonden, waren de trappen nu gevuld met toeristen.
Het was wel echt een heel mooi gezicht. De trappen, het korte oranje gras en de enorme waterval met een door de opkomende zon veroorzaakte regenboog! Wat een plaatje!
“Zijn we daar omhoog gelopen?” Zei Miro nog. Blijkbaar. Dat gingen we geen tweede keer doen. Wel maakten we nog een paar mooie droneshots en foto’s, voor we richting onze volgende stop vertrokken! Het DC-3 vliegtuigwrak, wat overigens maar drie minuten rijden van onze campingplek was.
We konden volgens de buschauffeur, die ons 7 kilometer naar het wrak zou brengen, gratis parkeren, omdat niemand toch controleert. Laten we hopen dat dat waar is. Wel moesten we 2000 IJslandse kronen per persoon betalen om met hem mee te mogen. Best een duur grapje, maar goed, anders moesten we lopen en waren we onze hele dag kwijt. Nou goed. De rit was hobbelig maar lekker kort. We kwamen aan op een zwart strand wat ik vooral van Wie Is De Mol? 2012 ken. De DC-3, een Amerikaans vliegtuig dat hier in de jaren ‘70 neerkwam, was de grootste bezienswaardigheid hier. Leuk om foto’s van te maken en op en in te klimmen. Laurens maakte een te gekke drone video, waarbij je het kilometers brede zwarte strand zag liggen. De zee was ruw en koud. Niet zwemmen dus. De onderstroom zou je binnen een seconde meenemen, om je zo nooit meer boven water te laten komen. Gelukkig waren we slim genoeg, om het maar niet te proberen.
We namen de shuttle terug en vertrokken verder richting het oosten. We zagen de Eyjafjallajökull, die in 2010 nog al het Europese vliegverkeer plat wist te leggen, en andere schildvulkanen die zich onder de gletsjers verstopten. Het uitzicht op de gletsjers was überhaupt fantastisch. Dat hield de volgende 24 uur niet op.
Na boodschappen te hebben gedaan in Vik, reden we door richting onze nieuwe camping in Skafftafel. Vik is een stadje dat eigenlijk alleen uniek is omdat het wél een supermarkt, een grote toeristenwinkel en een vinbudin - de winkel waar je moet zijn als je alcohol wilt kopen in ruil voor een half maandsalaris - heeft. Hoe verder je van Reykjavik af gaat, hoe zeldzamer basisbehoeften worden, is onze ervaring. Zo was de dichtstbijzijnde supermarkt in Skafftafel - ja wij vonden de naam ook heel grappig - ongeveer een uur van het dorpje vandaan, ergens aan de ringweg. Ik moet überhaupt zeggen dat we, behalve toen we vanaf het vliegveld naar Reykjavik reden, nog niet van de ringweg af zijn geweest. Het grootste gedeelte van de binnenlanden zijn door de heftige winterse omstandigheden namelijk niet toegankelijk. Zelfs delen van de ringweg kunnen opeens worden afgesloten, zodat er niets anders op zit dan wachten óf binnenlands vliegen. Niet aan ons besteed dus, maar tot nu toe hebben we geluk.
Goed. We hadden wat kipvingers (1kg voor ongeveer 20 euro) gehaald voor bij onze rijst-, bonen-, tortilla- en groenten-combo en waren weer goed bevoorraad voor de komende 24 uur. Voor we aankwamen in Skafftafel, stopten we nog een paar keer, waaronder bij een mooie brug, waar ik foto’s maakte en Laurens met zijn drone aan de haal ging. Dit is een beetje de routine van deze reis. We reden weer door en moesten het laatste stuk in de schemering rijden, want een dag gaat hier nu eenmaal snel.
De camping was redelijk verlaten, maar achter de balie van de receptie zat een jonge vrouw met rood haar. Ze hielp ons verder, terwijl Miro sneeuwballen naar Bilal, onze camper, gooide. Omdat we écht niet wilden douchen in de camper omdat de WC anders zeiknat zou worden, was het kwestie dat we hier wel lekker en warm zouden kunnen douchen. Dat kon. Ook had de camping stroom en lag het dichtbij een paar goede wandelroutes. Die avond speelden we spelletjes met Chat-GPT, dronken we Ketel 1 met Cola en gingen we dus allemaal douchen.
Toen we naar buiten gingen om weer eens naar de bizarre sterrenhemel te kijken en Lau hier een foto van maakte, zagen we opeens waar we al op hoopten: Het noorderlicht! Hoewel de voorspelling niet goed was, waren de space weather goden ons goed gezind en zag ik voor het eerst de groene gloed in de lucht. Ruim een half uur maakten we allemaal de mooiste foto’s met verschillende sluitertijden en ISO’s. De GoPro van Laurens deed dit nog het best, maar we hadden het allemaal leuk. Het was een fantastisch gezicht.
Net als een dag eerder, hadden we geen idee hoe de omgeving waarin we sliepen eruit zag. Dat zouden we een dag later zien, wanneer het plan was om door te rijden naar een lagune, een uurtje verderop.
Toch gebeurde er iets onverwachts, wat onze plannen omgooide! ✨