The Golden Circle: Geysir en de watervallen

Op de laatste volledige dag van onze spontane reis door IJsland werden we wakker op een camping in het hart van de Golden Circle, nabij Geysir. Tot onze schrik kwamen we er, tijdens het koken van ons door hot dogs gedomineerde ontbijt, achter dat de gasfles die we een dag eerder hadden gekocht bij de autoverhuur, alweer leeg was. Het klopt dat de nacht koud was en dat vooral de wind een grote impact heeft gehad op de temperatuur van onze bus, Bilal. Toch leek het ons niet mogelijk, dat deze gasfles al na één nacht leeg was. Omdat we allemaal geen zin hadden om onze laatste nacht in IJsland bibberend in bed te liggen, werd een van de doelen van deze dag dus om toch maar weer een nieuwe gasfles te scoren.
Voor we gingen kijken bij de geiser der geisers, reden we vanaf de camping naar Brúerfoss, een enorme waterval en ook onderdeel van de Golden Circle. Omdat ik mijn handschoenen was kwijtgeraakt, en de gevoelstemperatuur rond de -20 lag, hield ik het hier niet lang vol. Ik heb alle pijn in mijn handen geriskeerd om een aantal mooie foto’s te kunnen schieten van de brede en half bevroren waterval.
Onze tweede stop van de dag was, zoals eerder aangekondigd, Geysir, waar de originele - je raadt het al! - geiser staat. Toen we hier aankwamen, waren we lichtelijk teleurgesteld, omdat deze in de laatste maanden ‘dormant’ is geworden. Uitbarstingen zijn inmiddels zeldzaam. Je zou het het einde van een tijdperk kunnen noemen. Overigens stond het park vol andere geisers, die soms net zo spectaculair waren en wél frequent uitbarsten.
Na een kort rondje door de gift shop, iets wat ik zowel heerlijk vind als met heel mijn ziel haat, gingen we door naar de tweede waterval van de dag. Hoewel de naam mij even is ontschoten, was ook dit een mooie. We moesten een graveled inrijden, wat altijd spannend is voor een omgebouwde fiat bus zoals Bilal. De kastjes schieten open en alles trilt, maar het is ook wel grappig. De spijkers in de banden hielpen gelukkig wel met de dikke laag ijs op de weg. Toen we gingen lopen, was dit helaas niet het geval. Lau ging op zijn bek en dat deed best even pijn. Toch was de waterval het waard en zag deze er prachtig uit. We moesten trouwens ook hier betaald parkeren. Dit is overal goed geregeld en waar je dan ook staat en in welke wildernis dan ook, staat er een betaalzuil of kun je via een QR code met je telefoon betalen. Ook over je 4G verbinding hoef je je geen zorgen te maken. In vijf dagen hebben wij letterlijk geen moment een breuk in onze verbinding gehad - zelfs op de grootste gletsjers - en ook je Nederlandse bundel is gewoon geldig.
Na deze waterval reden we via Súlfoss, we hadden behalve een gasfles namelijk ook nog boodschappen en bier nodig voor onze bonte avond. De dichtstbijzijnde Vínbúðin was hier en voor onze laatste avond waren we wel toe aan een paar drankjes. Dus tikten we ongeveer vijftig euro af voor vierentwintig biertjes. Goed, we hebben de hele week hetzelfde gegeten en zijn, op een frietje bij het tankstation na, geen horecagelegenheid binnen gegaan. We kochten wat te drinken voor Bilal, in de vorm van een goede tachtig euro aan diesel, en konden richting onze volgende bestemming, Thingvellir. Over þingvellir, hoe de IJslanders het schrijven, vertel ik in het volgende stuk meer, maar nu vast een sneak preview.
Thingvellir is het nationaal park wat vooral bekend is om de zichtbare kloof die is, en nog altijd wordt gevormd door het uit elkaar schuiven van de Noord-Amerikaanse en Europaziatische platen. Platentektoniek was mijn favoriete onderdeel van aardsrijkskunde, vanwege het hierbij horende natuurgeweld, en dus werd ik heel enthousiast toen is de splitsing hier daadwerkelijk zag.
Die avond sliepen we op een mooie camping in het nationaal park. De aardige jongen achter de balie vertelde hier het park in elkaar zat en dat hier ook de IJslandse democratie is begonnen rond het jaar 900. Hiermee zou het de oudste democratie ter wereld zijn. “Ze zijn het alleen nog nooit met elkaar eens geweest!” Grapte de jongen. Leuke vent.
De avond was, ondanks onze vermoeidheid aan het begin, heel gezellig. We dronken al het bier op, speelden spelletjes en hadden vooral de gesprekken die we als vrienden al een tijdje hadden moeten hebben. Het was fijn om ons allemaal even te kunnen uitten en weer gehoord te voelen. Op een gegeven moment gingen Julius, Miro en ik bussen en ik was na een verhit potje de lul. Ik trok een bus van tien en verkleinde onze alcoholvoorraad zowaar met een liter bier.
Het waaide hard. Heel hard. Laurens kwam met het goede idee om even naar de breuklijn te lopen, die zeven minuten verderop lag. Miro en Julius wilden logischerwijs niet mee, maar ik zag het wel zitten. Je bent tenslotte niet elke dag op de grens van twee continenten! Ik pakte mezelf in met de handschoenen van Julius, drie mutsen, twee capuchons en mijn decathlon buff en ik was klaar om te gaan. Dit kwam overigens bovenop de drie lagen broek en t-shirts die ik al vijf dagen droeg.
Lau en ik begonnen onze expeditie. Het was door al die lagen en een goede alcoholische voorbereiding, eigenlijk best warm. De breuklijn bood ook beschutting tegen de wind, wat hielp. We maakten wat foto’s en liepen weer terug. Inmiddels waren de jongens gaan douchen en dronken wij nog een drankje in de bus.
Toen alle drank op was, was het tijd om ons op te maken voor de laatste nacht in IJsland. Ik moet zeggen dat vijf nachten precies goed is voor een intensieve reis zoals deze. Ik heb ook echt weer zin in mijn eigen bed.