← terug naar de atlas

Santa Monica · nov 2024

135 kilometer met de scooter over Siargao (deel 3)

135 kilometer met de scooter over Siargao (deel 3) — Santa Monica

Omdat het zaterdag vrijwel heel de dag slecht weer was, was mijn instinctieve eerste actie op zondagochtend om uit het raam te kijken. De zon scheen door het glas van mijn kamer in Rucksack Inn, waar ik de vorige dag was ingecheckt. Het hostel voelde, ondanks prima faciliteiten, groot en onpersoonlijk aan. Het voelde een beetje als een enorme gevangenis met een grote binnenplaats. Het de fundering van het gebouw was, net als bij het Frendz Hostel in El Nido, van beton gemaakt. Het hostel heeft veel kamers en de douches zijn vies. De vloer is bezaaid met zand en de algehele sfeer voelt een stuk minder persoonlijk aan dan in bijvoorbeeld Sunlit of zelfs Mad Monkey.

Ondanks mijn teleurstelling over het hostel waarin ik maarliefst vijf nachten zou verblijven, was ik zondag iets van plan, waar ik erg naar uit had gekeken. Ik wilde graag een volledig rondje om het eiland rijden op een scooter. Na een kort belletje met Daniël, die bij Bar Bea zat, en een simpel ontbijt dat bestond uit een iced latte en een croissant, vertrok ik met mijn net gehuurde scooter richting het noorden van Siargao. Het huren van een scooter kost op Siargao overigens erg weinig. Voor meer dan drie dagen, betaal je meestal een bedrag van driehonderdvijftig peso’s, iets minder dan zes euro, per dag. Voor een volle tank betaal je zo’n tweehonderd peso’s.

Mijn eerste stop, zeventien kilometer verderop, was het Coconut Plantation Viewpoint, waar ik eerder al heen was gereden. Omdat het iets bewolkter was dan de vorige keer dat ik hier langsreed, was het uitzicht minder indrukwekkend dan eerst. Toch was het een fijne plek om even stil te staan, de benen te strekken en me op te maken voor het volgende lange stuk rijden richting de oostkust van het eiland.

Via het vliegveld van Sayak en de binnenlanden van Siargao reed ik binnen een klein uurtje ongeveer zevenentwintig kilometer door naar Pacifico, een heel klein maar sfeervol surfdorpje. Hier zie je flarden terug van het toerisme wat je ook in General Luna ziet. De mooie open stranden zijn een mooi gezicht in combinatie met de brekende golven, die zo’n twintig meter uit de kust te zien zijn. In Pacifico dronk ik een mango smoothie, voor ik verder reed richting het meest noorderlijke puntje van het eiland, Alegria Beach.

De route richting het noorden was vanaf Pacifico nog mooier dan hiervoor. Rechts van de heuvelachtige wegen, doemde regelmatig een uitzicht over de oceaan op, die vanaf het oosten van Siargao in een rechte lijn pas stopt bij de westkust van Costa Rica, zo’n zestienduizend kilometer verderop. Het onderzoek naar deze informatie heeft mij ook het feit opgeleverd, dat de andere kant van de wereld, relatief aan Siargao, midden in Brazilië ligt. Zo ligt Nederland dichterbij alles in zowel Noord- als Zuid-Amerika, dan de Filipijnen bij Costa Rica, het eerste land dat je tegen zou komen, wanneer je vanaf hier in een rechte lijn naar het oosten zou varen. Ook zou je in dit geval binnen vijftig kilometer uit de kust het Emden Deep, gelegen in de Filipijnentrog passeren. Dit stukje diepzee heeft een maximumdiepte van 10.540 meter, maar vierhonderd meter minder diep, dan de Marianentrog.

Goed, deze geologische feitjes daargelaten, is het zoals gezegd een prachtig uitzicht vanaf een scooter op de Siargao Circumferential Road, zoals de omringende weg heet. Niet ver voorbij Pacifico kwam ik langs een bordje met hierop iets in de trant van: Secret Mountain Viewpoint. Voor vijftig peso’s mocht ik naar boven lopen en genieten van het uitzicht. Het was een wandeling van een kleine vijf minuten, waarna ik boven werd getrakteerd op een fantastisch uitzichtpunt over de oceaan zoals ik deze net beschreef. Inmiddels had ik ook wel trek gekregen en moest ik voor mijn gevoel zo snel mogelijk op zoek naar iets te eten.

In het dorpje Burgos, een zoals velen waar verder echt niets te beleven valt, zette ik mijn scooter langs de kant en at is bij een lokaal zaakje. De vrouw hielp mij aan een portie met rijst, waarna ik aanwees welke gerechten ik wilde hebben. Ik ging voor pittige kip met gember en een extra stuk kip aan bot. Toen ik een hap nam, die overigens prima smaakte, merkte ik wel dat het eten niet goed warm meer was en dus waarschijnlijk al even buiten lag. Een risico dat ik door mijn inmiddels trillerige honger toch nam. Voor deze maaltijd inclusief een flesje cola betaalde ik 220 peso’s. Hierna reed ik in een kleine tien minuten naar Alegria Beach, vlakbij het noordelijkste puntje van het eiland.

Het was een mooi strand, dat verscholen lag achter een klein en rustig dorpje met dezelfde naam. Eenmaal voorbij de huizen met golfplaten daken en sari sari stores, de van-alles-wat-winkels zoals je zovaak in Azië ziet, loop ik in de volle zon het palmbomenstrand op. Het zijn vooral locals of binnenlandse toeristen, die vandaag massaal zijn aan komen waaien voor een stranddag. Met mijn camera val ik behoorlijk op en het duurt dan ook niet lang, voor de eerste kinderen naar mij toe komen voor een foto. “Wil je die dan ook naar me sturen?” vraagt een meisje van negen. Samen lopen we naar haar moeder toe en word ik ontvangen door de hele familie, die een houten hutje aan het strand heeft gehuurd. Ik sla de Facebookpagina van haar moeder op, neem nog een snelle, overbelichte, foto van de familie en ga weer door.

Vanaf Alegria Beach is het namelijk nog een heel eind via de westkust van het eiland, terug naar General Luna. Het stuk tot en net voorbij de kop van Siargao, richting Del Carmen, is naar mijn idee wel het mooiste deel van deze trip. Ik rijd langs buffels in modderbaden en zie op een gegeven moment zelfs een slang op de weg liggen, met zijn kop omhoog. Uit een soort angstreflex, ga ik er snel voorbij. Te snel om een foto te nemen of om echt goed te kijken. Op een gegeven moment kom ik vlakbij San Benito voorbij een volgend prachtig uitzichtpunt, waarbij ik in een oogopslag de afgrond van het eiland, een boom in het water en een stereotype paradijselijk eiland in de verte heb. Ik stop telkens even, kijk een moment, maak een foto en rij weer door. Ik verhoog mijn tempo en stop pas weer, wanneer ik zo’n dertig kilometer verder in Dapa temaken krijg met een zware regenbui. Ik stop en schuil onder het triplex dak van een sari sari store, voor ik het laatste stuk over nat wegdek doorrijd, tot ik uiteindelijk, vlak voor zonsondergang, aankom bij Sunset Bridge.

Hier heb ik afgesproken met Chiara en Emmy. Het is erg druk en het weer is niet super, waardoor de zonsondergang helaas niet zo spectaculair is als deze kan zijn. Ik heb al zo veel gezien vandaag en besluit met de twee meiden allemaal lekker ons eigen ding te gaan doen en elkaar later bij Sunlit te zien, voor het feestje van de avond.

Het is pas vijf uur maar ik heb al zo'n trek, dat ik besluit een hapje te gaan eten. In eerste instantie wilde ik dit doen bij CEV, een Peruviaans restaurant waar ze vooral Ceviche serveren, maar aangezien deze pas opent om half zes, besluit ik eerst naar NAGA te gaan, het best aangeschreven restaurant van General Luna. Ik zet mijn scooter neer, loop naar binnen en zoek een plekje. Helemaal in mijn eigen wereld, merk ik niet dat achter mij twee bekenden zitten. Rik, die samen met Marit aan tafel zit, roept lachend dat ik ook wel bij hun mag komen zitten, wanneer ik de tafel naast ze wil pakken. Enthousiast schuif ik bij ze aan. We praten ruim drie uur en hebben een enorm gezellige avond. Rik en Marit, het stel uit Hardenberg dat ik heb ontmoet tijdens de boottrip van Coron naar El Nido, is onwijs leuk. Dat zeg ik niet omdat ze dit eventueel lezen, maar omdat de gesprekken die we hebben buitengewoon makkelijk verlopen en ergens over gaan. Na een volle tafel eten te hebben weggewerkt en ook slim gebruik te hebben gemaakt van het Happy Hour, besluiten we als de late avond valt, dat we elkaar morgen weer zien, wanneer we hebben afgesproken met een deel van onze boot.

Ik rijd met de scooter richting Sunlit en vanaf hier verloopt de avond ongeveer gelijk als de vorige twee. We drinken hier een drankje, voor we naar het feestje vertrekken, dat vandaag bij Happiness Hostel is. Techno voelt toch gek zonder een pilletje. Niet dat ik daar nu behoefte aan zou hebben, maar de muziek weet me vanavond helaas niet helemaal te pakken. Wanneer het weer twaalf uur is, ga ik rustig met mijn scooter richting het Rucksack hostel. Het was een lange dag, die met recht een eigen verhaal verdiende.