250 dollar aan vlees in Airlie Beach

Dat Australië één grote dierentuin is, is bij menig lezer inmiddels bekend, maar werd nog maar eens bewezen, toen de Schotten, Daire en ik, in convoy richting Airlie Beach gingen en bij een uitzichtpunt in de bergen meerdere vogelbekdieren, een schildpad, een zwemmende slang en een kingfisher zagen. Dit heeft overigens niets te maken met de titel van dit verhaal.
Toen we in Airlie Beach aankwamen checkte ik in op de camping van Nomads, middenin het feestdorp. Ik overtuigde Daire ervan om een hostelbed te boeken omdat ik via Instagram inmiddels in contact was met een meisje dat ik na de karaoke in Noosa had ontmoet. Los van het feit dat Daire ook iets te veel scheten liet in mijn daktent, vond ik het natuurlijk een goed idee om de optie open te laten dat zij zijn plaats hier vanavond zou innemen.
Na een tijdje rustig settelen hadden we ‘s-avonds afgesproken om met wat anderen van onze K’Gari tour af te spreken bij de bar van het hostel. Los van de Schotten, Daire en ikzelf waren dit Pia en Katherin, twee Duitse meiden, Sam, een Amerikaanse gast, en een aantal van de Ieren die ook op de tour waren. Ik was ondertussen in een redelijke flirt terecht gekomen met Pia, toen opeens Niamh (het meisje uit Noosa) kwam aanlopen. Alle handen boven tafel en vrolijk doorlachen. Niamh was hier duidelijk voor mij en trok mijn aandacht dan ook direct. We dronken een drankje en begaven ons naar de dansvloer. Nu ben ik zeker niet de beste danser en was de dansvloer ook redelijk leeg. Zo komt het dat ik al voor elf uur ‘s-avonds voorstelde te vertrekken, waardoor ik een volgens alle andere verder wilde avond heb gemist, puur zodat ik Niamh mijn daktent kon laten zien. Na de uitgebreide tour en een klein dutje, vertrok ze rond vier uur ‘s nachts naar haar eigen bed om haar spullen te pakken. Ze vertrok die ochtend namelijk met de greyhound richting Townsville.
De volgende ochtend liepen Jamie en ik een rondje door het dorp en de haven, waarna we maar snel een drankje gingen drinken om onze avonden te bespreken. Blijkbaar had iedereen behalve Daire, die er toch echt naar opzoek was, een wilde avond. Zo had Jamie met Sam (tot op heden een hetero jongen) gezoend en Dean met Pia, maar Pia ook met Sam en Michael ook met een ander, wiens naam ik niet wist. Tijdens dit gesprek en een potje pool kwam de volgende kans al binnenlopen. Charlotte kende ik als het meisje dat foto’s van mij, Daire en Amber had gemaakt in een bar in Byron Bay, waarna ik haar ook in Rainbow Beach en op K’Gari nog had gezien. Het was het ideale voorbeeld dat je iedereen telkens maar weer tegenkomt, zeker in feestdorpjes zoals Airlie Beach.
Charlotte en ik waren tot op heden altijd erg vriendschappelijk met elkaar, maar vandaag merkte ik al snel een ander soort interesse, die zich al snel ontpopte. “Jij en ik zijn hetzelfde. Wij willen het liefst de hele dag knuffelen.” Ze heeft niet geheel ongelijk, maar gelukkig werd er ook al snel gezoend. Dit keer kwamen we niet tot in de daktent, maar het was wederom een gezellige avond. En dan moest het echte weekend nog beginnen.
De volgende dag kwamen Miro en Just namelijk naar Airlie Beach omdat we, weer een dag later, op de Atlantic Clipper zouden gaan. Een tweedaagse tour naar de Whitsundays, een eilandengroep voor de kust van Airlie Beach. Maar daarover later meer.
Met de komst van Miro en Just had ik mezelf ook vanaf de camping naar het hostel verplaatst om samen met de jongens een kamer te delen. Die dag begonnen we, nadat ik een fijn uitstapje had gemaakt naar de Ripcurl winkel, al vroeg. Het was namelijk ook de dag van de tweede State Of The Origin rugby wedstrijd tussen Queensland en New South Wales en dus zat het al vroeg vol bij Magnums. We dronken footy jugs en Sam, een Amerikaanse vriend van hem, Harrison en Daire waren er ook bij. De Schotse jongens zaten al op hun boot.
Ik kocht van een erg mooi meisje zes lootjes voor de meat raffle. Een meat raffle is zoals het klinkt. Lootjes trekken voor een stuk vlees, heel normaal in Australische pubs. Het geld van de lootjes gaat naar een goed doel en het vlees op de barbecue van de winnaar. En vandaag was ik de winnaar. Ik won tweehonderdvijftig dollar aan vlees. Om te laten zien hoe veel dat is, verwijs ik je graag door naar de foto’s bij dit verhaal.
Om dit te vieren sloegen we onze vuisten kapot tegen een boxbal en zongen we karaoke. Ik zong zoals altijd Somewhere Only We Know van Keane en op Miro’s verzoek Where The Streets Have No Name van U2. “Doe even je beste Bono!” Het was redelijk. Als klap op de vuurpijl deden Miro, Just en ik samen Stressed Out van Twenty One Pilots, de band die de jongens (en daarmee ik ook) sinds kort redelijk obsessief volgen. We besloten het vlees de volgende ochtend op te halen en naar Anthony, hun baas te brengen. Het was namelijk te veel voor onze koelboxen.
De volgende ochtend deden we onze inkopen voor de Clipper, twee kratten bier en een fles rum voor ons drieën. Gezond is anders, maar de toon was gezet. Het weekend moest nog beginnen.