← terug naar de atlas

Airlie Beach · mrt 2026

Airlie Beach - Op zoek naar bed, bad, brood

Airlie Beach - Op zoek naar bed, bad, brood — Airlie Beach

Het afgelopen jaar ben ik meerdere malen in Airlie Beach geweest en heb ik hier telkens weer de beste avonturen beleefd. Zo was het hier dat ik met Miro en Just op de Atlantic Clipper stapte voor een zeiltrip waar we eigenlijk te oud voor waren. Ook was het diezelfde keer in Airlie Beach dat ik voor tweehonderdvijftig euro aan BBQ-vlees won, door mee te doen aan een ‘meat raffle’, een soort loterij. Of bijvoorbeeld de keer dat ik na een bizare situatie een dag eerder in Townsville, met de Duitse Pia in haar busje op de parkeerplaats bij de lagune belandde. Airlie Beach stelt eigenlijk nooit teleur.

Dit keer was de reden om naar Airlie Beach af te reizen eigenlijk heel simpel. Zowel Miro en Just als ikzelf hadden onze auto’s hier in de buurt geparkeerd staan en dus reden we met een eerder door mij geboekte trein richting Proserpine, om weer in te checken bij het Nomads hostel en nog een weekendje in Airlie Beach te spenderen. Althans, dat was de bedoeling. De trein reed vanwege overstromingen namelijk niet. Hierdoor zaten we met enige vertraging uiteindelijk in een bus, die ons redelijk soepel richting het zuiden reed. Hoewel we het laatste stuk met de über moesten doen, kwamen we niet al te vermoeid aan in een plek die wij alledrie inmiddels op ons duimpje kennen.

Na Zuid-Oost Azië was het wel even wennen aan de Australische prijzen, die sinds de oliecrisis in het midden oosten ook de pan uit zijn geschoten. Zo betaal je inmiddels voor een liter benzine geen $1,59, maar $2,54. Het hostel zelf spande de kroon. Voor twee nachten in een dorm zonder gordijntjes moesten wij met z’n drieën een kleine vierhonderd dollar aftikken. Een week eerder betaalde ik op Gili Trawangan nog twee euro per nacht inclusief ontbijt en diner. Toch stelde Airlie Beach wederom niet teleur, hoewel ik om wille van tijd de persoonlijke prestaties niet aan de hoge klok zal hangen. De avond ging zoals wel vaker: Nomads naar Magnums en uiteindelijk door naar Paddy’s. De afsluiter was zoals we ook gewend waren een kebab van Tropic Kebabs. Ik wil niet weten wat we hebben uitgegeven.

De volgende dag was het tijd om de auto’s op te halen bij James, die Miro en Just via hun werk kenden. Omdat James veel contacten in de omgeving had en met hoge nood een baan nodig had, hing er nog meer vanaf, toen we de auto’s gingen ophalen. Uiteindelijk ging dit erg soepel. Miro wachtte het juiste moment af en gooide de bal op voor mij, waarvoor dank. James reageerde enthousiast en had het over Glen, die hij dan weer van de Footy kende, die op zoek was naar iemand die in ieder geval komt opdagen. Daarover later meer. We aten snags - witte boterhammen met worstjes van de BBQ - en dronken light biertjes, tot een uur of negen. De auto’s reden nog en dus was de eerste missie geslaagd.

De volgende dag was het voor de jongens tijd om weer af te reizen richting het zuiden, terwijl ik wachtte op een telefoontje van Glen. Dit duurde mij allemaal wat lang, moet ik zeggen, maar uiteindelijk spraken wij elkaar op donderdag en kon ik vrijdag bij hem langs voor mijn sollicitatie. Dit was meer een formaliteit, zoals ik dit in Australië inmiddels wel gewend ben. Handje schudden, hij legt uit dat het werk warm en zwaar gaat zijn en dat ik ongetwijfeld slangen en krokodillen tegen zal komen. Ik ben wel wat gewend, dacht ik bij mezelf. De uren zijn goed en het loon - zo’n 34 dollar - ook. Maandag ochtend om half zeven begin ik. Mooi, dat is geregeld.

Toch is die dag niet fantastisch, aangezien ik momenteel vooral struggle met een niet werkende tweede batterij in mijn auto. En zodra er iets misgaat, gaat alles mis. Zo merk ik in de ochtend dat mijn voorruit weer een scheur heeft, terwijl ik die in mijn laatste weken bij Paronella Park net had vervangen. Ook viel een van mijn oude vullingen er tijdens het kauwen van een stukje kauwgom ineens uit, waardoor ik direct langs kon bij de tandarts. Natuurlijk had die alleen maar plek op woensdagmiddag, bijna een week later. Het geluk van de dag lag erin dat mijn tweede batterij niet kapot was, maar dat ik simpelweg een kabeltje eruit had getrokken. De pech lag erin, dat ik hiervoor naar een garage was gegaan, die mij vervolgens vijfenzeventig dollar in rekening bracht, om het kabeltje weer terug te stoppen. Het is wat het is.

In Airlie Beach heb ik de laatste dagen we een hoop interessante mensen ontmoet. Zo was er de Equadoriaanse Román die twee dagen hartstikke normaal en gezellig deed en mij vervolgens op de dag voor zijn vertrek een blowjob aanbood, alsof het niets was. Noem het een verkeerde inschatting van vriendelijkheid, maar dit aanbod moest ik - na zijn legendarische woorden ‘je hoeft alleen maar te liggen’ - tot twee keer toe afwijzen. Als dit de Franse Yasmine was geweest, die ik had ontmoet in Paddy's, was mijn reactie waarschijnlijk anders geweest. Wat niet is, kan nog komen. Met haar ben ik donderdagavond, zo romantisch als ik ben, namelijk met een heerlijk flesje wijn aan het strand gaan zitten, voor we de lokale speeltuin onveilig maakten door met een gemiddelde leeftijd van negenentwintig op alle toestellen te klimmen.

Na bijna een week in Airlie Beach ligt de echte uitdaging in het vinden van een vaste accomodatie voor de komende weken. Hoewel ik een aantal lijntjes heb lopen, heb ik de afgelopen nachten in mijn daktent geslapen op de Nomads camping. Tot overmaat van ramp, is het op het moment van schrijven zaterdag en weigeren de meeste Australiërs hun werk in het weekend met een passie. De opties zijn momenteel een ‘donga’ in Cannonvale voor 250 dollar per week of een extra baan in het weekend bij Nomads met hopelijk gratis verblijf. Wordt vervolgd.