Bangkok - Reünie met mama en Maurice

Toen ik in november van 2024 van huis vertrok en mijn moeder en haar man Maurice mij samen met Tim en Nathan uitzwaaiden, was dit tot op de dag van vandaag het laatste moment dat ik hen zag. Natuurlijk heb ik altijd contact met ze gehouden, maar vooral in het geval van mijn moeder, voelde het raar om elkaar meer dan een jaar niet te zien. Halverwege oktober, toen ik nog werkzaam was bij Paronella Park, ontstond dan ook het idee om samen een reis te gaan maken door Thailand. Deze week was het zover. Vanuit Bali vertrok ik naar Bangkok, terwijl mama en Maurice hetzelfde deden vanuit Nederland.
In de Thaise hoofdstad, waar ik in februari dit jaar al eens was, toen ik met Nikki had door het noorden van Thailand zou reizen, sliep ik dit keer in het W22 hotel. De komende twee weken zouden er dan ook niet extreem rugzaktoerist uit gaan zien, aangezien ik met mijn moeder zou gaan reizen. Dit hotel zat voor haar en Maurice in het TUI-startpakket dat ze met de hulp van Rob van TUI - wie anders - heeft kunnen regelen. Voor mij had Maurice vervolgens drie nachten in ditzelfde hotel geboekt. De rest van onze gezamenlijke vakantie - zoals ik het voor het gemak even zal noemen - zou ik regelen. In de weken voor vertrek boekte ik onze vluchten, shuttles en accommodaties. Omdat ik eigenlijk nooit vooraf vertel waar ik hierna heen ga, laat ik jullie nog even in spanning, waar wij hierna heen reizen. Het belooft echter een waar avontuur te worden. Vooral voor mama, die nooit eerder buiten Europa reisde.
Omdat ik wist dat ons hotel midden in Chinatown zat, ging ik op de avond voordat mama en Maurice aankwamen, op vooronderzoek naar de leukste plekjes en lekkere eettentjes. Hoewel Chinatown in Bangkok groot is en vol zit met barretjes, straatverkopers met en zonder vermeldingen in de Michelingids, 7/11’s en andere rariteiten, vindt het grootste gedeelte van alle bedrijvigheid plaats in een grote straat met neonborden. Auto’s rijden stapvoets en mensen lopen aan beide kanten van de straat, op zoek naar het lekkerste eten. Omdat ik net een reisdag achter de rug had, hield ik het vanavond kort, maar ik wist wel dat ik mama en Maurice hier naartoe mee zou moeten nemen. Ik at het volgende: twee bao buns met BBQ-pork, Tom Yum Koon soup én drie gefrituurde deegballetjes met pandansaus, van een beroemde straatverkoper. Dit keer mét Michelin vermelding.
Na een rustige nacht in Bangkok werd ik vroeg wakker, aangezien het tweetal uit Nederland om half acht zouden landen. Toen ik ruim twee uur later echter nog niets van ze had gehoord, werd ik toch enigszins ongerust. Ik belde met Rosalien en ijsbeerde wat door mijn hotelkamer. Op een gegeven moment liep ik zelfs naar de receptie om te kijken of ze daar enig idee hadden, maar zonder de vaardigheid om in het Thais met die vrouw te kunnen communiceren, kon ook zij mij niet helpen. Er zat niets anders op dan wachten.
Net toen ik er eventjes niet mee bezig was, kreeg ik van Maurice een sms: “We staan beneden.” Waar ik heel de tijd geen zenuwen had gevoeld, liep ik toch met een gek gevoel de trap af, toen ik ze ineens zag staan. Na dertien maanden zag ik eindelijk mijn moeder weer. Een knuffel, een foto, nog een knuffel en vooral een broodnodige cappuccino later, merkte ik dat mama het nog best spannend vond. Ze hadden niet geslapen in het vliegtuig en waren nu opeens in de megastad die Bangkok is. Tevens was het ook nog eens dertig graden warmer dan in Nederland. Tijd om er op uit te gaan!
Na een korte stop bij 7/11 voor wat muggenspray en een kleine snack, bestelde ik een Grab naar Lumphini Park, bekend om de grote varanen die hier ronddwalen. Ik dacht hieraan als ideale eerste stop, aangezien het er waarschijnlijk relatief rustig zou zijn en je vanaf hier een goed uitzicht hebt op de skyline van de stad. Toen we hier echter aankwamen, was het er drukker dan toen ik hier in februari was. Opeens bevonden we ons op een lokaal festival, georganiseerd door het rode kruis en het Thaise ministerie van defensie. Het was een beetje maf, maar het had wel wat. Het gaf ons iets om naar te kijken en dat deden we dan ook. Vooral mijn moeder en Maurice keken hun ogen uit. Ondertussen nam mijn honger flink toe, terwijl zij nog aan de nieuwe tijdzone probeerden te wennen. We besloten richting het water te gaan voor hun eerste Thaise lunch. Bij Jack’s Bar aten we, terwijl we over de rivier naar alle bootjes en schepen keken. Kip Cashew en Pad Thai.
Aan de andere kant van de rivier lag ICONSIAM, een groot winkelcentrum dat meermaals is uitgeroepen tot beste mall ter wereld. Je kan hier werkelijk alles vinden, van dure auto’s en sieraden tot designerbrillen en alle grote winkelketens die je je maar kunt voorstellen. Hier leerde ik ook dat ik mijn Australische koffietraditie niet alleen daar vandaan heb, maar ook via de genen van mijn moeder. We dronken weer een bak koffie en mama en Maurice zouden dit blijven doen tot ver na het avondeten. Na bij etages aan winkelcentrum hadden we het ook hier wel gezien. Mama en Maurice hadden inmiddels de taak overgenomen om Grab ritjes te organiseren terwijl ik het plan verder uitstippelde. We gingen eventjes terug naar het hotel, maar ik gaf aan geen slaappauze te willen inlassen. Als ware jetlag expert weet ik namelijk dat overdag slapen absoluut niet werkt tegen het verslaan va je jetlag. Langer wakker blijven wel!
Na een korte pauze en een lekkere douche gingen we dus de hort op om wat eten te scoren in het heerlijke Chinatown. Omdat mama haar angst voor streetfood nog niet geheel de deur uit had gedaan, begonnen we rustig bij er restaurantje dat in ieder geval een paar plastic stoelen en klaptafels buiten had staan. Wat een luxe. Ik at de crispy pork belly met holy basil. Na een goede maaltijd had ik nog een verrassing voor de familie in de aanbieding. Ik hield een tuktuk aan en kreeg mama en Maurice (met de nodige moeite) aan boord. We reden naar het beroemde en beruchte Khao San Road. Mijn idee was namelijk om temidden van alle herrie daar mensen te kijken tijdens een massage. Drie op een rij zaten we na een rit met gevaar voor eigen leven, uiteindelijk in dé uitgaansstraat van Bangkok. Mama nam een voetmassage en Maurice en ik gingen voor de nek, rug en schouders. Het was erg grappig maar ook best lekker. Na nog een drankje en een wandeling door Khao San Road hadden mama en Maurice hun eerste dag in Thailand overleefd en liet ik ze naar bed gaan.
Ondertussen liep ik zelf nog een klein rondje, op zoek naar wat vermaak. Ik dronk een biertje bij een bar om de hoek van ons hotel en raakte aan de praat met een jongen uit Florida. Een biertje werden er twee, drie, vier en toch vijf. Uiteindelijk zong ik nog een liedje op het karaokepodium, kletste ik nog wat met een Zweeds stel en belandde ik aan tafel met een vriendengroep uit Laos. We konden elkaar natuurlijk niet verstaan, maar leuk was het wel.
De volgende ochtend was ik iets brakker dan gehoopt, maar was ik daar bovenop ook nog ziek geworden. Ik voelde me zwakker dan die paar biertjes van de vorige avond hadden moeten veroorzaken. Toch moesten we er ook vandaag weer tegenaan. Het was dag twee met mijn moeder en Maurice. Deze dag stond volledig in het teken van het bezoeken van een aantal tempels, een ander aspect waarin Bangkok uitblinkt. Als eerste reden we naar de Golden Temple Mount. Een vrij toeristische tempel op een berg, en hierom toch een van mijn favorieten in de stad. Je hebt vanaf hier een mooi uitzicht over een deel van de stad, die opgedeeld is in zeer authentieke en moderne stukken.
Voor een nog beter uitzicht dronken we koffie bij Arabica, een hipster koffiebar op de vijfenvijftigste verdieping van een van Thailand’s hoogste wolkenkrabbers in het moderne deel van de stad. Omdat ik me niet geweldig voelde, gingen we hierna even terug naar het hostel voor een korte intermissie op bed. Omdat er toch weer gegeten moest worden, gingen we zo halverwege de middag weer de deur uit, om te lunchen bij aan het water, vlak voor Wat Arun, de bekendste tempel van Bangkok. Het uitzicht, de satay en loempia’s hadden gezorgd voor voldoende energie en interesse om toch een kijkje te nemen aan de overkant van het water. We namen de ferry, die ons voor vijf Baht - zo’n veertien eurocent - per persoon naar de overkant bracht. De tempel zelf had een iets duurdere entreeprijs, maar dat mocht de pret niet drukken. Het was prachtig maar druk en indrukwekkend maar toeristisch. Na een snel kijkje, keerden we weer terug met een welbekende Grab naar het W22 hotel. Wederom aten we in Chinatown, bij een straatrestaurant. Maurice zat zowat op straat, in een bocht waarin auto’s hem meerdere keren per minuut passeerden. Het had zijn charme. We aten kip cashew en gele curry met garnalen. Dit keer maakte ik niet de fout om nog snel de kroeg in te duiken, maar ging ik direct mijn bed in. Het waren twee mooie dagen in Bangkok, maar morgen zou onze omgeving volledig veranderen op deze backpacking trip met de Starkenborgjes.