Black Spur Drive, Taggerty en Steavenson Falls

Na een extreem comfortabel verblijf in Point Cook, was het weer tijd om ‘discomfort’ op te zoeken. Niet dat ik daar geen zin in had, want ik had natuurlijk met honderden dollars uit te geven om mijn camping setup uit te breiden. Je zou dus zelfs kunnen zeggen dat ik stond te springen om mijn daktent, tafel en stoel voor het eerst uit te klappen en te koken op mijn mooie setup, die je in de foto’s kunt zien. Er gaat tenslotte niet veel boven een zelf verzonnen en gemaakte opstelling. Eigen maken, noemen we dat.
Los van het feit dat ik zin had om mijn materiaal uit te testen, had ik ook weer zin om de Australische natuur te ontdekken. Victoria, de staat waar ik me nu al bijna een maand in bevind, is prachtig en gevarieerd. Soms grap ik over de Oklahoma-esque uitstraling van de landbouw omgeving, maar zelfs dat is prachtig. Iets wat we de komende dagen zeker zullen zien.
Op de eerste dag van dit ‘weekendje weg’ staat vooral de Black Spur Drive op de planning. Deze weg door de bossen en heuvels anderhalf uur ten noorden van Melbourne zijn volgens Dan, mijn Airbnb host, de mooiste wegen van Victoria. Ik rijd weg en zoek bij Maccas, Australische slang voor McDonalds, naar een camping. Het plan voor de dag is duidelijk. Via de Black Spur Drive en Eildon ga ik uiteindelijk naar Tagerty, waar ik op een camping van Big4 ga staan. Ik heb hier voor twee nachten gereserveerd voor honderd dollar. Tja kamperen is hier niet zo goedkoop als bijvoorbeeld in Engeland, waar ik voor twee personen verrassend genoeg maximaal vijfentwintig euro per campingnacht betaalde. De faciliteiten zijn dan wel weer goed. Zo is een warme douche vaak schoon en bijna altijd standaard en hebben vrijwel alle campings dus ook barbecues en keukens met prima faciliteiten. Koffie is goed te betalen en inchecken mag de hele dag.
Met een goede catalogus aan muziek rijden mijn rode monster en ik over Black Spur Drive. Het is inderdaad prachtig, maar de wegen zijn smal, waardoor ik mijn ogen zeker op de weg moet houden. Toch stop ik twee keer om even de geuren van ‘de bush’ - ik zal jullie nog meer slang bijbrengen - te ruiken. De gumtrees, ditmaal gewoon Engels voor eucalyptusboom, grote varens en naaldbomen vormen een groen bruin landschap. Je kan je vast voorstellen wat het gevaar van bushfires (bosbranden) ook hier is. De grote borden met handmatig verstelbare wijzers die dagelijks het gevaar van bosbranden aangeven zijn ook hier in overstap te vinden. De vier niveaus zijn groen (moderate), geel (high), oranje (extreme) en rood (catastrophic). Het feit dat je je hier bij groen al zorgen moet maken, zegt genoeg over de paraatheid en het gevaar van deze branden.
Na een korte en helaas ietwat saaie stop in Eildon, waar de dam het grote hoogtepunt moest zijn, reed ik door naar de camping in Tagerty. Het was een simpele camping met een aantal leuke extra’s, zo had ik een plek geboekt aan de rivier en was er een zwembad. Helaas ging de combinatie niet heel goed, aangezien de unpowered plekken aan de rivier ongeveer een kilometer verderop lagen. Geen enorme ramp, maar wel irritant als dit ook in iets mindere mate bij de toiletten, wasbakken en douches het geval was. Ik bleef, eenmaal gesetteld, dus vooral bij de tent. En dat mocht ook wel want ik had het een en ander te doen. Zo moest ik twee dagen later namelijk een belangrijke presentatie geven voor mijn studie en was ik druk bezig met het testen van mijn materiaal en plannen van mijn vervolgstappen.
Zoals altijd was ik mijn presentatiewerkzaamheden behoorlijk aan het uitstellen en dus hield ik me die avond vooral bezig met het testen van mijn kookeiland, zoals ik deze zelf noem. Een beetje luxe in de wildernis kan natuurlijk geen kwaad. Ik trok een koud glazen flesje cola open - iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik deze verreweg het lekkerste vind, anders weet je het nu - en begon met koken. Ik had gekookte rijst over van de dag ervoor in Point Cook en had ook nog wat javaanse balletjes die ik had gemaakt. Het was dus tijd om een heerlijke nasi goreng te maken, inclusief sambal Oelek van Conimex, die gewoon in de supermarkt te vinden was. De kookervaring was eerlijk gezegd fantastisch. De ondergaande zon, de ruime snijplank, twee goede gaspits. Ze maakten me stuk voor stuk erg gelukkig. Ik voel me haast een oude man, dat ik steeds meer geniet van dit soort kleine onbenullige dingen. Maar goed. Niet iedere oude man verplaatst zijn hele leven naar Australië voor onbepaalde tijd.
‘s-avonds keek ik oude afleveringen van Mythbusters - oké misschien ben ik toch een oude man - en appte ik met wat mensen thuis, voor ik ging slapen. Het was de ochtend erna namelijk direct een spannend moment met de grote vraag of ik de daktent wel in mijn eentje ingeklapt kreeg. Dit ging, mede door het opstapje achterin mijn auto verrassend makkelijk. Ik denk dat ik er ongeveer tien minuten over deed en ben van plan dat record de komende maanden te blijven aanscherpen.
Ik had de dag ervoor een aantal folders gekregen bij het inchecken op de camping, waaronder van Steavenson Falls, een waterval waar je mooi zou kunnen hiken. Het was die dag gelukkig niet absurd warm, dus had ik wel zin in een wandeling. Het duurde, na een koffietje bij de campingwinkel, een kleine veertig minuten om hier te komen. Vanaf de parkeerplaats was het dan nog zevenhonderd meter wandelen, tot ik aankwam bij de waterval. Het rook hier vooral erg lekker, de waterval was mooi maar vanaf beneden niet bijzonder. De wandeling die ik daarna binnen een half uurtje naar boven maakte, was dan wel weer enorm mooi. De verschillende planten, bomen en uitzichten waren erg gaaf om te zien. Wat me wel opviel en waardoor alleen wandelen spannend was, was de gedachte dat dit toch echt slangen en spinnen terrein is. Laat ik hier nu net de nodige video’s over hebben bekeken.
Na mijn wandeling (Aussie slang: bushwalk) van ongeveer anderhalf uur langs de waterval, naar boven en weer naar beneden via de generator, reed ik via dezelfde weg weer naar beneden om in het dorpje, dichtbij de waterval, te gaan eten. Ik bestelde een klein lokaal biertje en een portie rendang, want deze Indonesische heerlijkheid ga ik zelfs in Australië niet uit de weg. Nadat ik het biertje even had laten zakken - wees niet bang, we maken geen gewoonte van drinken en rijden, maar vrijwel altijd zijn brouwerijen en wijnboerderijen alleen met de auto te bereiken! - reed ik door naar de top van de berg, op zo’n dertienhonderd meter hoogte! Het uitzicht was niet spectaculair, maar de route was leuk. Ik kon te voet zelfs nog een stukje verder naar de echte top, maar ben halverwege teruggekeerd omdat ik een brandweerman aan het werk zag en ik deze niet wilde irriteren met mijn toeristenaanwezigheid. Het pad was eigenlijk ook gesloten, maar ik was tactisch om de poort gelopen. Ik ging terug naar mijn camping en zette binnen no time mijn daktent weer op, kookte wat en had een rustige avond, die vooral weer uit uitstelgedrag bestond. Ik keek meer Mythbusters, Gordon Ramsey en kocht zelfs een vliegticket. Maar daarover later meer!