← terug naar de atlas

Linapacan · nov 2024

Buhay Isla Ecotours - Coron - El Nido

Buhay Isla Ecotours - Coron - El Nido — Linapacan

De trip van Coron naar El Nido (of andersom) is er een die door veel mensen wordt beschreven als het mooiste gedeelte van een reis door de Filipijnen. De grootste en bekendste aanbieder van deze trip is Tao, maar hiervoor leg je tegenwoordig makkelijk 600 euro neer. Mij iets te veel. Tevens had ik dus veel goede dingen gehoord over dezelfde trip met Buhay Isla Ecotours, een andere aanbieder uit de omgeving.

De eerste ochtend begon om 7 uur in de haven van Coron. Omdat ik de dag ervoor pas rond kwart over vijf sliep, betekende dit een kleine anderhalf uur slaap. Noem het een domme inschattingsfout, noem het onhandig, maar om kwart voor zeven stond ik beneden klaar in het hostel en kwam ik er gelukkig achter dat Kyra en Gabor ook nog niet waren vertrokken. Samen gingen we, dus iets later, in de Tuktuk richting de haven. Na het checken van onze spullen door een drietal verveelde beveiligingsmedewerkers - een van hen zei: ‘I want guns, did you bring guns?’ - en een drugshond die het rondje vooral voor het snoepje liep, mochten we snel de boot op. Het ging een stuk sneller dan ik had verwacht. Onze grote tassen gingen in het ruim en onze daybag mee op het dek.

De crew stelde zich voor en maakte het direct gezellig. De groep begon ook steeds meer met elkaar te mengen, wat het proces vertrouwder maakte en de groep leuker! De eerste vaartocht duurde een kleine twee uur en was heerlijk. Het weer was goed en de boot een perfecte plek om uit te kijken over zee. Ik sprak met Marit over haar werk in het AZC en rookte een peuk met Gabor bovenin bij de kapitein. Ook de rest van de groep leerde elkaar langzaamaan kennen.

Onderweg naar de eerste stop van de dag, toen we nog ruim 5G hadden, kreeg ik een berichtje van Hidde van Café Emma. “Stuur locatie”. Hij wist duidelijk naar welk eiland wij gingen omdat hij snel nadat ik m’n locatie had gedeeld aangaf daar ook heen te komen. Hidde zat net op de laatste dag van zijn trip van El Nido naar Coron en we zouden elkaar dus kruisen.

Eenmaal bij het eerste eiland merkte ik dat er geen woord was gelogen aan de pracht en praal van het Filipijnse eilandleven. Een prachtige zandbank en helder blauw water schitterde met daarop onze en nog een aantal andere boten. We kregen snorkels uitgedeeld en mochten voor ongeveer een uur het rif verkennen. Direct in het water werden we beloond met grote hoeveelheden vissen en mooi koraal. Het waren geen haaien en schildpadden, maar wel mooie anemonen, zeesterren en andere gekleurde wezens, die we zagen.

Omdat de zon op standje huidkanker stond, begaf ik me echter al snel naar het strand, waar ik Daniel en Martinus, de mannen uit Urk, ook zaten. Ik was niet de enige die het warm had en mijn wangen al voelde. Misschien was het ook niet het meest slimme idee om deze tour al in mijn eerste week in de Filipijnen te ondernemen. Toch was ik onder de indruk van de schoonheid van de omgeving. Ik liep via het zand verder naar het puntje van het schiereiland, waar de rest van onze groep inmiddels lag te zonnen in het ondiepe water. Het was hier dat ik tegen Esmee en Sophie zei dat ik ze dacht te herkennen. Toen ze aangaven in Den Haag te wonen en hetzelfde hadden, viel het kwartje snel dat dat via Bar Bea moest zijn geweest. Erg grappig.

Toen we doorgingen naar een plek om te lunchen, zag ik opeens een houten catamaran aankomen - zoals ook die van ons - met daarop een bekende kop. Hidde en ik zwaaide naar elkaar en schreeuwde een paar woorden. Ik maakte foto’s en zwaaide nog meer, tot het een beetje ongemakkelijk werd. Toen hij naar onze boot wilde zwemmen, kon dit jammergenoeg niet, vanwege het feit dat wij door moesten naar onze volgende locatie. Het was een grappig maar korte ontmoeting, hopelijk kunnen we elkaar de komende weken nog eens zien, zonder haast.

De lunch was zoals verwacht fantastisch. Heerlijke Adobo, de Filipijnse specialiteit van varkensvlees met sojasaus en andere specerijen, lekker pittige kip, groenten, fruit en rijst. Dat laatste werd voor heel de trip gelabeld als Philippino power, omdat ze op de Filipijnen bij vrijwel iedere maaltijd rijst eten.

Na de lunch werden we naar een strand gebracht waar we natuurlijk wel weer even naartoe moesten zwemmen. Het was een iets meer relaxed plekje waar ook een winkeltje zat. Esmee kocht wat biertjes en samen met Sophie keken we naar hoe anderen actief aan het volleyballen waren. Ik was door mijn korte nacht best moe, dus bleef even aan de kant. Het eiland was net als de rest van de trip zou zijn heel erg basic. Het feit dat er een winkeltje was, vond ik dus al best indrukwekkend. De WC echter was ook hier gewoon een WC pot met een emmer water ernaast. Waar het heen ging? Geen idee! Doorspoelen was in ieder geval een hele opgave. Nadat we na een flinke terugtocht naar de boot waren gezwommen, gingen we door naar het laatste eiland van de dag, voor we bij ons basecamp aankwamen.

Dit volgende eiland was er een die je zou kunnen herkennen van Expeditie Robinson. Het populaire programma werd meerdere keren in de Filipijnen opgenomen en dat was goed te zien op dit eiland. Helaas was hier, net als op de andere eilanden, veel afval te vinden door het toedoen van de verschillende tyfoons die de Filipijnen de laatste tijd heeft meegemaakt.

Op het basecamp van de eerste avond werd de slaapverdeling bekend gemaakt. Gelukkig had dit eiland de capaciteit om zowel mij als Stan en Liv, de andere soloreizigers, een eigen hut te geven. Op de andere eilanden zou ik er eentje delen met Stan, wat eigenlijk ook wel gezellig was. De flessen rum konden eindelijk op tafel en rond half acht was het eten klaar, wat onder andere bestond uit een unit van een hele vis, wat vlees en groente gerechten en natuurlijk de ‘Pilipino Power’ zoals de locals het zelf uitspreken. Omdat ik had aangegeven muziek te hebben gestudeerd, werd na het eten al snel de gitaar tevoorschijn getoverd. Chris, onze gids, speelt zelf ook aardig gitaar en Filipijnen staan erom bekend om veel te dansen en zingen. Zo was het niet zeldzaam om de crew op het dek bezig te zien met de gitaar, wanneer we aan het varen waren. Ik gaf aan niet zo van covers te houden en speelde een beetje ongemakkelijk Peace en Come on Tonight, voor ik de gitaar terug wilde geven aan Chris. Het was niet heel best, maar de sfeer was leuk. Uiteindelijk heb ik me toch laten verleiden om ook met de covers mee te doen. Gabor gaf aan Swifty te zijn, iets dat ik nu nog betwijfel, maar we speelden een aantal van haar bangers en die sloegen weldegelijk aan. Toen het allemaal wel erg lang duurde en de gitaar al ruim drie uur de toon zette, gingen de eerste mensen naar bed. Rond half twaalf lag ook ik in mijn hutje, gevuld met alleen een matje en een zeer welkome klamboe.

De volgende ochtend werd ik om vijf uur al wakker gemaakt door een hyperactieve gekko. Ik weet niet of jullie ooit het geluid van een gekko hebben gehoord, maar ondanks dat het op de juiste momenten grappig klinkt, slaap je hier niet zomaar doorheen. Als dan ook nog de lokale hanen gaan meezingen, weet je dat het tijd is om je eraan toe te geven en op te staan. Na het ontbijt, dat als enige van alle maaltijden telkens vooralwesters was (pancakes, scrambled eggs, geroosterd brood en zelfs Nutella), vertrokken we van ons eerste basecamp naar de volgende locatie. De dagen hadden allemaal ongeveer dezelfde structuur: ontbijten en de spullen verzamelen, naar de boot zwemmen, een stuk varen, snorkelen, weer wat varen, een andere activiteit zoals van een klif springen, verder varen, chillen op een paradijselijk strand, lunchen, varen, snorkelen, varen, wat langen chillen met hopelijk een biertje, varen en uiteindelijk naar het nieuwe basecamp om te eten en te genieten van een paar glazen rum cola. Alleen bij het eerste basecamp mochten we niet van en naar de boot zwemmen, omdat hier vanwege het brakke water kubbuskwallen, beter bekend als Box Jellyfish, voorkomen. Het neurotoxisch gif van deze beestjes is zo giftig dat het in extreme gevallen dodelijk kan zijn voor mensen die hierdoor gestoken worden.

Omdat een verhaal over ieder specifiek eiland tijdens deze trip nogal eentonig kan worden, en ik na een nagenoeg volledig offline weekend ook niet meer alles tot in detail kan ophoesten, zal ik het houden bij een aantal leuke voorbeelden.

Omdat je, wanneer je 24/7 met een specifieke groep spendeert, hoe dan ook een band creëert, is het juist enorm interessant om zo’n gevarieerde groep bij elkaar te hebben. De gesprekken die ik de afgelopen vier dagen dan ook heb gehad, zijn op zichzelf al zo waardevol, dat de boottrip af en toe zelfs als een extraatje voelde. Ook wanneer je ziet hoe hard de crew werkt en bijvoorbeeld om drie gaspitten zes verschillende gerechten weet te bereiden voor in totaal bijna dertig man, begrijp ik wel waarom een tour zoals deze rond de 350 euro kost. Toen ik vroeg hoe vaak per week ‘team wind’, zoals deze crew zichzelf binnen Buhay Isla noemt, deze tour geeft, was ik geschokt met het antwoord.

Na elke tour heeft de crew één dag vrij in El Nido of Coron, waarna ze de dag erna weer terugvaren met een nieuwe groep toeristen. Als ik me dan bedenk hoe enthousiast, oprecht en lief iedereen probeert om hier de meest speciale ervaring van je vakantie of reis van te maken, kan ik niets anders hebben dan respect. Tuurlijk is het niet altijd comfortabel en voelen de dansjes en liedjes op de laatste dag af en toe een beetje geforceerd en ingestudeerd, maar het is buiten dat ook gewoon heel erg grappig en leuk om te zien hoe de crew met elkaar en ons geniet van de trip zoals deze aan komt waaien. Als het regent, regent het, als de zon schijnt, schijnt de zon en wanneer je jezelf net zoals ik twee keer per dag verwond, helpen ze je, zelfs met een drankje op, om de wond te ontsmetten en verbinden.

Maar daarover nog. Ik weet niet hoe het me overkwam, maar zoals de overige passagiers hebben mogen ervaren ben ik wel echt een kluns. Zo verwond ik mezelf door een roestende bout op de boot, gleed ik al lopend over het koraal weg, waardoor m’n hele been open lag, en stootte ik mijn teen tijdens de bonte avond - en bont dat deze was - waarna ik een gat van een paar millimeter in mijn grote teen had. Water om het zand uit te spoelen, alcohol om de wond te ontsmetten en betadine om dit nog eens grondig over te doen. En toen ik niet kon lopen langs het koraal, omdat mijn waterschoenen door mijn open wond pijn deden, werd ik getrakteerd op de mooiste kayak tocht die ik ooit heb meegemaakt.

Heb ik al verteld dat mensen in de Filipijnen van dansen en zingen houden? Nou dat was altijd te merken. Het deed me ook hierin echt denken aan Colombia, met als verschil, dat ze het allemaal tot op een zeker niveau ook best goed kunnen. Samen met Vladimir zong ik in de Kayak Yellow van Coldplay omdat hij deze uit het niets inzette. Ook tijdens de karaokesessie op de laatste avond, schroomde de crew niet om zelf ook een liedje mee te doen. Ik zelf deed overigens een mooie versie van O O Den Haag, om zelfs op een onbewoond eiland, zo’n tienduizend kilometer verderop, het thuisgevoel een beetje te creëren. Met een publiek van onder andere Esmee en Sophie (Bezuidenhout) en de tweeling Gabor en Kyra (Wassenaar) werd er zelfs hier en daar wat meegezongen. De ooievaar om mijn nek had niet veel trotser kunnen zijn.

Dan heb je nog de jongens uit Urk, waar ik eerder over vertelde. Daniël en Marinus hebben de afgelopen dagen mijn vooroordelen over Urk zowel bevestigd als ontkracht. Het tweetal heeft een schildersbedrijf en besloot naar de Filipijnen te reizen toen een grote klus uitviel. Ik had natuurlijk nooit verwacht ooit vier (en wellicht meer) avonden met twee Urkers te beleven, maar het is tot nu toe de meest gezellige en oprechte tijd hier geweest. Beide, begin dertig, zijn oprecht, enthousiast en af en toe een tikkie conservatief, zonder grof of bot uit de hoek te komen. Het is vooral gewoon heel erg grappig. Het contrast tussen sex, drugs en rock ‘n roll en het volledig ingeslepen geloof in God is fascinerend om te zien. Hoewel zeker niet alle vooroordelen onzin zijn, heb ik de laatste dagen vooral twee ongelooflijk gezellige en leuke gasten leren kennen, met wie je onwijs hard kunt lachen. Binnenkort krijgen de heren allebei hun eerste en tweede kind, waarna deze pret wellicht voorbij is, maar voor nu was het mij een genoegen.

Het laatste aspect wat ik graag zou willen bespreken, is het offline zijn en wennen aan dat gegeven. In de eerste dagen van mijn trip probeerde ik namelijk alles met iedereen te delen om het thuisfront maar zo veel mogelijk vast te houden op mijn reis. De afgelopen vier dagen hebben mij laten inzien dat dit niet perse nodig is, om een goede tijd te hebben. Sterker nog, wellicht leidt het zelfs af. Op afstand zal men nooit volledig begrijpen hoe je binnen een uur vrienden kan maken, twee dagen heel close kan zijn en vervolgens je eigen ding te doen zonder dat je weet of je elkaar ooit nog ziet. Langetermijndenken is hier simpelweg niet zo belangrijk. Het gaat om ervaren en leven. Iets dat hier moeilijk is om niet te doen. Zo ben ik hier nu ongeveer een week en ben ik nog geen dag alleen geweest, laat staan eenzaam! Dat neemt niet weg dat ik het thuisfront af en toe mis en dit soort ervaringen wél zou willen delen. Samen met Stan en Olivia was ik de enige solo reiziger op deze trip, wat toch anders is dan met een vriend, vriendin, broer, zus of partner.

Dit waren allemaal maar voorbeelden van de dynamiek en mijn ervaring tijdens deze tour. Ik kan Buhay Isla enorm aanraden als organisatie en mag alleen maar hopen dat je dan ook zo’n goede ervaring mag hebben. De eilanden staan hoog in mijn top tien van mooiste plekken die ik heb bezocht. De tour vergelijk ik telkens met de San Blas eilanden in Panama, maar voelt vaak nog meer afgelegen, vanwege het onbewoonde karakter van de eilanden.

Inmiddels ben ik in El Nido aangekomen en neem ik even gas terug. Ik spreek jullie snel! 🇵🇭