← terug naar de atlas

Banjar Badung · mrt 2026

Canggu - Op adem komen met een oude bekende

Canggu - Op adem komen met een oude bekende — Banjar Badung

Vrij snel nadat ik op mijn vlucht naar Indonesië was gestapt, wist ik dat dit de juiste keuze was voor het moment. Niet alleen was het vliegtuig zo leeg dat ik een hele rij stoelen voor mezelf had en ging alles zo soepel als maar kan, ook merkte ik dat er een vlaag van stress van me af vloog, toen ik na een kleine drie uur boven een zonovergoten Nusa Penida cirkelde. De herkenning van Bali, waar ik dit keer voor de vierde keer landde, was exact wat ik nodig had. Het backpacken was me zwaar gevallen de laatste tijd en ik wilde graag terug naar een plek die ik kende. Tegelijkertijd keek ik enorm uit naar de komende twee weken waarin ik een deel van Indonesië zou gaan verkennen waar ik lang naar heb uitgekeken.

Omdat ik mijn visum vooraf had geregeld - ik moet Heini wel bedanken voor de herinnering, aangezien ik dit was vergeten tot een paar uur voor mijn vlucht - was het voor mij een fluitje van een cent om Bali te betreden. Paspoort scannen, in de camera kijken en doorlopen. Geen stempels, gesprekken met douane of ander gezeur. Welkom in Indonesië. Bali is zo’n plek die mij de eerste keer niet wist te pakken, de tweede keer een beetje, de derde keer alweer een stuk meer en waarvan ik nu weet wat ik eraan heb.

De prijzen hier in Canggu liggen hoger dan in Vietnam, maar de kwaliteit van restaurants is Europees hoog. Canggu is volgebouwd door Amerikanen, Europeanen en Russen, maar het is uiterst comfortabel en door alle gebouwen heen, zijn de rijstvelden nog altijd prachtig. Toch had ik ondanks alle herkenning ook dit keer weer dat ik me bij sommige restaurants, gyms, hotels en andere infrastructuur afvroeg of het er de vorige keer al was. Het gaat hier snel. Ik zie mezelf hier best met pensioen gaan, maar ik ben bang dat ik dan snel met pensioen moet. Al met al een goed doel.

Nadat ik onderweg naar Sepeda Hostel een uur met mijn taxichauffeur in de file stond, kon ik direct inchecken en was het ongeveer vijf uur toen ik klaar was om mijn was weg te brengen. Niet slecht, in totaal had mijn reisdag vanuit mijn hostel in Ho Chi Minh zo’n acht uur geduurd. Ik sprak ondertussen met Nasrul, die de oplettende lezer kan kennen van al mijn vorige Bali avonturen. We zouden samen gaan eten om 18:43 exact. Waarom die tijd? Nasrul - of Roel zoals ik hem noem - is moslim en doet daarom mee aan de ramadan. Hoewel ik dit eerder heb beschreven, spreekt Nasrul ondanks zijn Indonesische nationaliteit Nederlands. Hij had me uitgenodigd om samen iftar, het breken van zijn vast, te vieren.

Samen met Nasrul en Femke, een Nederlands meisje dat hij had uitgenodigd, sprak ik af bij Casa Tua Canggu, een overheerlijk en sfeervol ‘Indonesisch Restauran’, zoals het op de voorgevel stond. Hier werd ik begroet door een tiental konijnen en omdat ik nog eventjes moest wachten op mijn vrienden, sprak ik met een van de obers die grapte dat ik kon kiezen welke ik zou willen eten. De grootste, zei ik, waarop hij reageerde dat die aardig taai zou zijn. Indonesiërs zijn mooie mensen.

Ik bestelde rendang, koffie en daarna wat dumplings, terwijl Nasrul voor de Pisang Goreng ging en daarna Soto Ayam at. Femke ging voor een noodles gerecht. De volgorde van eten was niet geheel logisch, maar het was lekker. Omdat ik weet dat men in Indonesië niet veel verdient, besloot ik de rekening op me te nemen. Ik kon de gezelligheid enorm waarderen.

Ondanks dat Nasrul natuurlijk niet dronk, besloten we nog een drankje te doen bij Bench, waar ik drie maanden eerder, vlak voor ik naar Thailand vertrok de laatste Formule 1 race van het seizoen keek. We hadden goede gesprekken en het was fijn om er nog iemand bij te hebben in de vorm van Femke, die ook gewoon op reis was. Na het drankje had ik nog een doel. Ik liep naar Friet, waar ik diezelfde avond als de Formule 1 al met Miro was geweest, en bestelde een frikandel speciaal. Heerlijk. Iedere kans op Nederlands eten, grijp ik natuurlijk aan. Moe en voldaan bracht Nasrul mij op zijn scooter terug naar mijn hostel, waar ik, minstens zo Nederlands, Wie Is De Mol keek en ging slapen.

Op dag twee had ik geen plannen. Ik nam een ontbijtje en liep de winkelstraat in. Het was heel veel ‘kijken, kijken, niet kopen’ maar uiteindelijk scoorde ik nog een korte broek, nadat ik ook de kapper had bezocht. Het was geen bijzondere knipbeurt, maar ik betaalde maar acht euro en kreeg er nog een leuk gesprek bij ook. Lunchen deed ik bij Warung Bu Mi, waar ze de klassieke Nasi Campur hadden. Hierna lag ik even op bed, keek ik de zonsondergang in een van de netten in het hostel met een koffietje. Wellicht begrijp je steeds beter wat Bali zo comfortabel maakt. Je hoeft niets, de kwaliteit is goed en deze plek motiveert een gezonder en relaxed leven. Het kan veel erger.

De avond ging voor een groot deel zoals op dag één. Weer at ik met Nasrul en Femke bij het zelfde restaurant. Dit keer werden we ontvangen als familie, omdat we hier een dag eerder ook al waren. Het eten was wederom uitstekend. Ik bestelde zowel garnalen als eend op Balinese wijze. Als dessert kregen we pandan pannenkoeken van het huis en bestelde Nasrul nog een portie gebakken banaan. We smikkelden en wederom rekende ik af, voor we naar een cocktailbar en uiteindelijk Luigi’s Hot Pizza vertrokken. Hier kwamen we niet voor de pizza, maar wel voor een dansje en een drankje. De laatste keer dat ik hier was regende het zo hard, dat aan het einde van de avond alle toeristen vast zaten omdat de straten overstroomden. Vandaag ging het soepeler. Rond een uur of één lag ik in bed, na weer een fijne avond in Canggu. Ik had afscheid genomen van Nasrul, die ik waarschijnlijk niet meer zou zien, tot ik wellicht een volgende keer weer op Bali ben.

Die nacht was het lastig om in slaap te vallen, vanwege een van mijn kamergenoten die niet kon stoppen met snurken. Het geluid was nog altijd gaande toen ik uiteindelijk rond een uur of half tien wakker werd. Ik ontbeet en dronk een kop koffie, terwijl ik mijn plannen voor de komende dagen maakte. Sinds mijn vertrek uit Vietnam ben ik relaxed en accepteer ik Indonesië als mijn vakantie voor we in Australië weer aan het werk gaan. Inmiddels zit ik op de boot naar een plek die ik in mijn vorige passages naar Indonesië nog niet heb bezocht. Waarheen lees je de volgende keer.