← terug naar de atlas

Chiang Mai · feb 2025

Chef Bas en de Olifanten

Chef Bas en de Olifanten — Chiang Mai

Omdat Chiang Mai nog veel meer te bieden had, besloten Nikki en ik na drie dagen aan de rand van de stad een hostel te boeken in het centrum voor de laatste twee nachten hier. We hadden namelijk nog een aantal dingen die we graag wilden doen.

Op nummer één stond voor ons beide een Thaise kookcursus, waarbij we uiteindelijk uitkwamen bij een kookschool waarmee we eerst naar de markt gingen om uitleg te krijgen over alle essentiële ingrediënten in de noord Thaise keuken, waarna we voor onszelf een vijfgangen diner zouden gaan koken. Hoewel de gemiddelde leeftijd van de groep meer op die van onze ouders leek, was het een erg leuke en interactieve cursus, waarbij we op een leuke en snelle manier veel konden leren en proeven.

Het menu begon met dé klassieker van de Thaise keuken, Pad Thai. Eén gerecht dat eigenlijk erg snel en simpel te bereiden is. De basisingredienten zijn als volgt: rijstnoedels, kip of garnaal, tofu, garlic chives (excuus ik kan het Nederlandse woord even niet vinden vanuit het vliegtuig), ei, gedroogde garnalen, oestersaus, vissaus en suiker. Ik zal binnenkort een leuke variant samenstellen die ik vanuit de achterkant van mijn auto kan maken!

Hierna gingen we door met het maken van een soep die voor mij net zo klassiek is. De Tom Yam soep met garnaal was erg lekker, maar erg sterk in smaak. Wat wel opviel is dat ook dit gerecht erg snel klaar was. Na de soep was het klaar voor de eeuwig goede snack! De springrolls. We gebruikten verschillende groenten, tofu, glasnoedels en een stel mooie paddestoelen om deze heerlijke snacks te maken, voor we aan het hoofdgerecht begonnen. De curry bood ons net als bij de eerdere gangen de keuze. Ik koos ervoor om de lokale specialiteit Kao Soi te maken. Een rood-gele curry met masala kruiden, kip en gefrituurde noodles. Natuurlijk maakte ik deze redelijk pittig (oftewel ‘Thai spicy’), door extra curry pasta in mijn pan te gooien. We hadden deze ook zelf gemaakt. Als laatste aten we een andere Thaise specialiteit in de vorm van Mango Sticky Rice. Een simpel gerecht waar niemand meer echt plek voor in hun buik had, maar we gingen er toch voor!

Na de kookcursus en een prima nacht in een toch ietwat saai hostel gingen we de volgende dag op een trip naar Chiang Chill. Wat niet betekende dat we alleen maar Chiang biertjes gingen drinken, maar wel dat we richting een olifanten sanctuary gingen om de Aziatische olifanten met eigen ogen te aanschouwen!

Over het bier drinken gesproken, was dit de vorige avond nog wel een dingetje, aangezien we verbaasd waren dat vrijwel iedere bar op vrijdagavond gesloten was. Chiang Mai was namelijk altijd zo bruisend en dit was ook exact waarom wij waren verplaatst naar de binnenstad. Toch was alles op vrijdag vroeg dicht en vroegen wij ons af waarom we niet gewoon een biertje konden drinken. Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik zag dat er die avond een drooglegging was aangekondigd, waardoor de verkoop en consumptie van alcohol tussen vijf uur ‘s-middags van vrijdag tot zaterdag verboden was. De reden waren de regionale verkiezingen die plaatsvonden in grote delen van het land, waaronder Chiang Mai. Toch lukte het ons om voor een iets te hoge prijs twee halve litertjes Singha te scoren bij een lokale ‘tienda’ zoals je deze in Latijns Amerika vaak zou zien. We dronken deze op en namen nog een voetmassage in de straat, voor we ons de volgende dag opmaakten om naar de olifanten te gaan.

We moesten ons melden bij het kantoor van Chiang Chill en ontmoeten hier onze groep, bestaande uit een hele groep Nederlanders en een Duits meisje. Nikki en ik raakten vooral aan de praat met Olivia, de enige niet Nederlander uit de groep, en zo doden we een deel van de anderhalf uur die het duurde om bij de opvang te komen. Chiang betekent dus olifant in het Thais. Erg logisch aangezien alles Chiang heeft en olifanten ook een belangrijk deel zijn van de symboliek in Noord-Thailand.

Eenmaal bij de olifantenopvang was de groep weer compleet en gingen we eerst nodig naar de wc, voor onze gids ons meenam over het landgoed, wat er gelukkig natuurlijk uitzag. Nik en ik hadden ervoor gekozen om een ‘ethische’ opvang te bezoeken, omdat het nog te veel gebeurd dat mensen in olifanten opvangen de dieren mogen aanraken, wassen of zelfs bereiden. Bij deze is dat absoluut niet het geval, zoals wij ook niet zouden willen. Tuurlijk valt er over de ethiek van dit soort opvangcentra genoeg te zeggen omdat ook dit toerisme aanwakkert en ervoor zorgt dat deze olifanten in gevangenschap blijven leven. Toch gaf onze gids aan dat vrijlaten voor geen van hun olifanten een optie was.

Chang Chill heeft op dit moment vier vrouwelijke olifanten waarvan de jongste elf jaar oud is en de oudste vijfenveertig. Al snel zagen we twee mooie olifanten die voor we het wisten al erg dichtbij waren. Opeens stonden we onder de bamboestokken naast twee enorme dieren. Het voelde niet gevaarlijk aan, maar het blijven wilde dieren. Ik merkte in het begin dan ook wel iets van een angstige sfeer bij een deel van de groep. Ik was niet echt bang, maar zeker onder de indruk. Hoe vaak komt het voor dat je naast een olifant staat, zonder enige bescherming. Het was een bijzonder zicht en dat was ook voornamelijk hoe het was. We keken ernaar en stonden erbij. Af en toe liepen we weer een stukje verder en zagen we een andere olifant, tot we ze uiteindelijk allemaal hadden gezien. In totaal duurde de tour zo’n anderhalf uur, voor we terug gingen naar de bus. We sproken met een groepje af om ‘s-avonds af te spreken bij Zoe in Yellow, de grootste bar van Chiang Mai. De olifanten lieten een bijzondere indruk bij mij achter.

Voor we naar Zoë in Yellow gingen, aten Nikki en ik bij Aroy Dee, een bekend lokaal restaurant in Chiang mai. Hoewel de sfeer leuk was, vond ik het eten niet bijzonder. Het was lekker, maar kon interessanter. Na een korte stop in het hostel waren we klaar om uit te gaan op onze voorlopig laatste dag in Chiang Mai. We dronken een cocktail, terwijl ik met een schuin oog keek hoe Nottingham Forrest met zeven tegen één gehakt maakte van Brighton and Hove Albion. We speelden een spelletje regenwormen en wachten op de rest, die even later aankwam. De Nederlandse gasten, Olivia en een andere Duitse jongen uit haar hostel waren er om de groep compleet te maken.

We dronken wat, deden een klein dansje en ik nam zelfs nog een foto met drie anderen uit Den Haag die exact dezelfde ketting als ik hadden. We zongen een ADO liedje en gingen verder met ons leven. De grootste sensatie van de avond kwam, toen een van de Nederlandse gasten zijn telefoon kwijtraakte en we met z’n allen op een speurtocht gingen met Zoek mijn iPhone. Jahoor! Na een klein kwartiertje was hij weer terecht. Niet gestolen, gewoon van de grond geraapt door een Thaise vent met zijn vriendin. We dronken een shotje om het te vieren, nog een klein biertje, voor we weer naar het hostel gingen. De volgende ochtend was het voor Nikki en mijzelf namelijk tijd voor de gevreesde 670 bochten naar Pai.