← terug naar de atlas

Ngu Hanh Son · feb 2026

Da Nang - Een vage sfeer (deel 1)

Da Nang - Een vage sfeer (deel 1) — Ngu Hanh Son

Wanneer ik weer alleen ga reizen, probeer ik altijd even een moment te nemen om mezelf weer te reseten, mezelf af te vragen waar ik eigenlijk mee bezig ben én mezelf op deze manier vrijwel gegarandeerd in een existentiële crisis te forceren. Ik ben namelijk een sociaal persoon en eigenlijk niet gemaakt om alleen te zijn. Ik haat eenzaamheid, ben het liefst constant verliefd, maar kies er toch voor om alleen te reizen. Misschien wel daarom. Ik moet het beter leren handelen. Hoewel dit al beter gaat dan twee jaar terug, en ik zeker niemand meer nodig heb, ben ik wel altijd opzoek naar een partner in crime, vriendschap of de liefde.

Een plek die daar stuk voor stuk niet grandioos voor is, is Da Nang, al wist ik dat vooraf nog niet. Het zou zo blijken. Voor mezelf boekte ik een hotel voor ongeveer twintig euro, waar ik na een ochtend shoppen in Hoi An met een grab naartoe reed. Direct kreeg ik een aparte vibe van de stad, veel was gesloten vanwege het Vietnamese nieuwjaar, de voertaal leek hier Russisch en ik voelde me anoniem. Mijn hotel was verder prima en ik had hier twee dagen geboekt. Dat moest genoeg zijn, dacht ik.

Verward en mentaal verdwaald liep ik door de stad in de hoop iets leuks te vinden. Deze speurtocht duurde eigenlijk tot vrij laat in de avond. Aangezien ook Sienna in de stad te vinden was, besloten we uiteindelijk - eigenlijk bij gebrek aan een alternatief - toch maar samen wat te gaan drinken. We dronken een aantal cocktails en het werd nog een gezellige avond. We hadden het over de medische wereld, mijn fascinatie hiermee, maar ook vooral mijn angsten voor naalden, pijn en de dood, en haar werk als zuster in het ziekenhuis. Uiteindelijk was het idee om allebei naar ons eigen hotel te gaan, tot zij voor de deur stond en haar hotel de arme meid had buitengesloten. Ze had geen sleutel en dus kwam ze met een grab scooter toch maar naar mij toe, omdat op straat slapen in de regen die net weer was begonnen, geen logisch alternatief was.

Het geluk voor de volgende dag lag aan mijn zijde aangezien ik twee dagen eerder, na het uitgaan aan de praat was geraakt met Anne, een meisje uit de achterhoek, die ook in Da Nang zou zijn met een Belgische vriendin. We spraken af om op dag twee samen naar Ba Na Hills te gaan. Ba Na Hills - of Hells, zoals ik het inmiddels liever noem - is een lokaal pretpark, volledig gericht op het Aziatische publiek. Met een gondel ga je naar boven, waarna de eerste attractie een bekende brug is die door twee handen wordt gedragen. Hoewel de foto’s hiervan op sociale media er vaak schitterend uitzien, was de realiteit voor ons anders. Het was bewolkt. Zo bewolkt, dat het lastig was om alle vijf de vingers van een hand, die de brug optillen, in een oogopslag te zien. Tevens was het zo druk, dat ookal was het weer beter, een goede foto een illusie zou zijn.

We liepen door naar de Franse tuin. Helemaal niets, maar dan ook echt niets, stond hier op ons te wachten. Tot overmaat van ramp begon het te regenen. We namen nog een gondel naar het overdekte gedeelte van het park, wat vooral op kinderen was gericht. Hier hadden we relatief eigenlijk nog de meeste plezier. Het was wat random, maar we keken een 5D film, waarbij we zelf als cowboys op het scherm konden schieten en we gingen in een vrije val attractie, die ook nog best vermakelijk was. Eenmaal buiten hadden we het allemaal wel gezien. Een nep Franse kathedraal zaten we alle drie niet op te wachten. Zeker niet in combinatie met rijen aan Chinezen en Vietnamezen, die het wel allemaal zo mooi vonden, dat overal een foto van moest worden gemaakt. We gingen naar beneden en namen een grab terug naar Da Nang, waar het weer inmiddels wel was omgeslagen.

En dan nu een verhaal, waarvan ik twijfel of ik het moet delen, maar aangezien ik eerlijkheid beloofde aan het begin van deze reis, doe ik het toch.

Ik had eigenlijk besloten mijn verlies te nemen en de volgende dag Da Nang te verlaten, maar uit het niets kreeg ik bericht van Heini, die nog in Ninh Binh zat, dat ze de volgende ochtend in Da Nang zou aankomen. Hoewel ik haar probeerde te overtuigen direct naar Hoi An te gaan, lukte dit niet en besloten we samen toch een hotel te boeken voor de komende twee dagen. Een compleet nieuwe sidequest, waarmee ik de lezer toch even moet vervelen. Zoals ik op zich had verwacht, stond de Finse Heini die ochtend inderdaad om negen uur voor de deur van mijn hotel, waar ik om twaalf uur zou moeten uitchecken. Ze was na haar busrit doodop en deed een dutje op mijn bed, terwijl ik mijn tas pakte, douchte en eigenlijk aan het wachten was. Na een goed ontbijt bij een Franse bakker om de hoek, besloten we richting de drakenbrug te lopen, die ik ook nog niet had gezien. Verder had Heini eigenlijk maar één doel: Het strand. Dan zit je in Da Nang wel goed.

Na het inchecken in ons nieuwe hotel, lagen we dan ook de rest van de dag op het strand. Hoewel het gezellig was, merkte ik dat ze wat afstandig deed, in tegenstelling tot de sfeer die tot op heden voor het grootste gedeelte goed was geweest. Dit werd naar verloop van tijd eigenlijk alleen maar erger, maar goed ik heb een beetje een zwak voor haar, anders reis je niet ruim een maand samen door Thailand. We accepteren het maar. ‘s-Avonds eten we bij een ander filiaal van Chops, het burgerrestaurant, waar ik ook met Miro en Just ben geweest, voor we vroeg ons bed in duiken. De sfeer is nog altijd vaag.

De anderhalve dag die hierop volgt wordt de sfeer eigenlijk niet veel anders, met een klein hoogtepunt op de laatste avond, wanneer we met Heini’s vrienden, die ze tijdens haar Ha Giang Loop heeft ontmoet, een aantal drankjes doen. We spelen truth or dare, ik ben openhartig, zoals ik eigenlijk van nature al ben, en zeg wat aardige dingen, waar ze tijdelijk van opveert. Misschien hielp het ook dat ik wederom een uitvoering deed van Somewhere Only We Know in de karaokebar.

Als de sfeer de volgende ochtend weer apart is, en ik merk dat ze fysiek afstand van me neemt, besluit ik op het strand in te grijpen en er wat van te zeggen. Ik word ongemakkelijk en angstig van de afstand en voel me alleen terwijl we samen zijn. Dit is al lang geen onschuldige reisflirt meer, zeg ik. Zonder het volledige gesprek op tafel te willen leggen, komt het er op neer dat, vanaf het moment dat ik haar affectie richting mij begon over te nemen, zij afstand nam. We gaan verbaal heen en weer en ik besef me dat er veel is gebeurt, maar een conclusie blijft uit. We boeken een hotel voor de volgende twee dagen in Hoi An. Ik wil tenslotte ook niet van haar af, integendeel. Het blijft vaag.