← terug naar de atlas

Port Campbell · feb 2025

Een kennismaking met het boerenleven - week 1 & 2

Een kennismaking met het boerenleven - week 1 & 2 — Port Campbell

Inmiddels is het ruim twee weken en een carrièreswitch geleden sinds jullie voor het laatst van mij hebben gehoord. Na mijn spontane trip naar Thailand en de achtereenvolgende roadtrip door Zuid-Australië is mijn geld nu echt op en moet ik aan het werk. Na een ietwat ongemakkelijk telefonisch sollicitatiegesprek vanuit het Thaise Pai, kreeg ik de dag voor ik terugvloog naar Australië te horen dat ik was aangenomen op Cossack Dairy Farm om vanaf de tweede week van Februari koeien te gaan melken voor een periode van minimaal drie maanden. De vrijdag voor ik op maandag begon met werken, reed ik vanuit Zuid-Australië richting het adres dat ik van Celina had gekregen. Hier begint ons verhaal vandaag.

Hoewel ik eerder in Port Campbell was geweest, toen ik met Jynthe de Great Ocean Road afreed, had ik in de vijftien minuten voor aankomst bij 660 Curdievale-Port Campbell Rd geen idee waar ik me bevond. Het landschap was, zoals ik mocht verwachten, gevuld met boerderijen en dorre weides gevuld met af en toe wat koeien, melk vaten en hier en daar een dode kangaroo langs de weg. Dit laatste was iets waar ik inmiddels niet meer van opkijk, aangezien je in bepaalde delen van Australië meer dode kangaroos ziet dan levend. De laatste minuut, voor ik links afsloeg, het terrein op van mijn accommodatie, werd ik behoorlijk zenuwachtig. Ik had me de laatste dagen al ietwat alleen gevoel en zou me hier ook de komende tijd doorheen moeten slaan. Ik was ook nerveus voor de mensen met wie ik zou gaan samenwonen en werken. Er was geen ontkomen aan.

Toen ik mijn auto na eerst te ver door te zijn gereden, uiteindelijk had geparkeerd bij de schuur die ik thuis mocht gaan noemen, werd ik verwelkomd door een drietal mensen: Niels, Alexandra en Samir. Het duurde even voor ik doorhad dat Niels en Samir beide Nederlands waren. Alex, de vriendin van Niels, kwam uit Frankrijk. Ze waren allemaal uiterst vriendelijk en dat zou later gelukkig ook blijken. Samir was een jongen uit Amsterdam en Niels kwam uit een boerendorp vlakbij Alkmaar. Selina, met wie ik hiervoor contact had en wie ik zou overnemen, was aan het werk op de boerderij, die één oprit verderop lag.

Samir stelde voor om mij mee te nemen om de dairy (boerderij) vast te laten zien en me hier voor te stellen aan nog wat mensen. Door de paddocks (weides) reden we in zijn auto naar de dairy, waar ik meteen werd voorgesteld aan Jim, een oude rot uit het vak. Jim is bezeten van Footy oftewel Aussie Rules Football. Zijn favoriete team is Collingwood FC en het had mij niets verbaasd als hij was geboren op deze boerderij. Ook ontmoette ik hier Casey en Toby. Casey zou ik niet heel vaak zien, maar was een aardige gast die een beetje leek op een surfer. Toby woonde bij ons op het terrein en was een beetje een maffe gast. Hij houdt nogal van een bonghit en een dikke lijn MDMA en dat is te zien. Wat moet je anders als je al drie jaar op de boerderij woont. Als laatste ontmoette ik hier Selina, de Belgische meid met wie ik al geruime tijd contact had. Ze was druk bezig met het melken van koeien, een proces dat ik later nog zal uitleggen en ik kon haar door haar Leuvense tongval af en toe lastig verstaan. Dit was iets wat ook tijdens het melken nog weleens voor een klein probleem zou zorgen. ‘s-avonds maakte ik nog kennis met Jarren, een van de herders met wie ik zou samenwerken, die op dit moment vooral met Selina naar bed ging.

Ik sliep voorlopig in het kleine chalet naast de schuur, wat ik niet erg vond omdat dit zorgde voor iets meer privacy, zeker wanneer Selina (en daarmee ook Jarren) straks zou vertrekken. Die avond dronken we wat biertjes en leerde ik mijn nieuwe collega’s en huisgenoten(?) wat beter kennen. Het was erg gezellig en ik hoorde over de nodige drama en kampenstrijd binnen de boerderij. Iets waar ik me voorlopig buiten zou willen houden. Ik was tenslotte nog niet eens begonnen.

Om maandagochtend om vier uur begon ik dan eindelijk met werken. Mijn eerste vijf diensten stonden in het teken van ‘buddymilking’ met Selina, waarin zij mij zou leren over het proces. Het was vooral erg vroeg, toen we om kwart voor vier al op de buggy zaten richting de dairy. Gelukkig had ik maar twee ochtenddiensten per week en werkte ik de overige vier diensten vanaf kwart voor twee ‘s-middags.

Het melken zelf ging als volgt. Persoon één staat ‘cups on’ en voorziet de koeien van de vier vacuüm zuigende cups rondom hun uiers, die de koeien automatisch melken. Je dacht tenslotte toch niet dat we bijna elfhonderd koeien handmatig zouden moeten melken. Néé! De koeien lopen in drie verschillende ‘herds’ een draaiend platform op, waar zestig koeien tegelijkertijd op kunnen staan. Hier krijgen ze vervolgens voer en worden ze gemolken. Af en toe moet je de koeien bij ‘cups on’ controleren op ziektes zoals mestitis, wat te zien is wanneer de melk die uit de uiers komt, klontert. Ook willen koeien nog weleens trappen, wanneer je ze van hun cups probeert te voorzien. Dit leerde ik een aantal dagen geleden toen een koe keihard tegen mijn hand trapte, waarna die werd geplet tussen haar poot en de kickbar, die ons gebit moet beschermen. Mocht een koe wel lief zijn, wat meestal het geval is, geef ik ze een aai op de melk zakken.

De tweede persoon zorgt er bij ‘cups off’ voor dat de koeien zijn uitgemolken, gesprayd met een desinfecterend middel en het platform vermaken. Dit kan zowel relaxed als heel chaotisch zijn. Ik vond ‘cups off’ de eerste dagen een stuk fijner, omdat het fysiek niet zo intens is, maar de laatste tijd is juist dit veel meer werk, omdat ik steeds beter zie wat er moet gebeuren. Had ik overigens al gezegd dat je niet de illusie moet hebben dat je schoon blijft, wanneer je op een dairy werkt? Dagelijks vliegen de klodders koeienschijt door de lucht op mijn kleding, haar, armen, handen en zelfs mond. Met een beetje pech krijg je bij ‘cups off’ de volle laag, wanneer je net een koe staat te sprayen. Iets wat de eerste dagen erg goor is, maar waar je snel overheen komt, wanneer je aan het werk gaat in de dairy. Los van het op en afmelken van de koeien, bestaat ons werk voornamelijk uit schoonmaken en repareren van onze apparatuur. Zo kunnen we rondom onze vaste diensten zelf bepalen wanneer we een uurtje eerder naar de dairy gaan om bijvoorbeeld buisjes te repareren omdat ze al drie dagen niet goed functioneren.

Waarschijnlijk geef ik de komende weken nog wel een betere impressie van het werk dat ik hier doe, maar voor nu leek dit mij voldoende jargon om over na te denken.

De buddy milking sessies gingen best goed in de eerste week. Vooral bij cups on ging mijn snelheid elke dag omhoog en waren zowel Selina en Samir als Ricky, de manager met wie ik ook het sollicitatiegesprek heb gehad, erg tevreden. Mijn tweede en derde interacties met Ricky waren overig niet minder ongemakkelijk als de eerste. Het gesprek dat ik met hem had op de dag voor ik begon met werken, duurde nog geen tien minuten omdat hij alleen vroeg of ik nog vragen had, waarna hij mijn contract gaf en zei: ‘you’ll pick up on it”

Het aarden in de groep ging aardig en met Niels, Samir en Alex heb ik leuke gesprekken. Met de Australische jongens Jarren, Toby en Dillon drink ik graag een biertje en zoek ik de authentieke kant van het boerenbestaan op. Op mijn vrije dagen, die standaard om woensdag en donderdag vallen, ga ik vaak naar Warrnambool voor boodschappen, bier, benzine en een lekkere hamburger van Maccas. In mijn tweede ‘weekend’ reed ik terug naar Geelong om te doen waar ik al weken naar had gehint. Ik ging een gitaar kopen. Nadat ik weken lang gitaren van Cole Clark en Maton had uitgetest, vroeg ik aan Tim, die ik nog kende van mijn eerste bezoek aan A&B Music Instruments, of hij nog iets geks had om me uit mijn tunnelvisie te halen. Een gevaarlijke vraag om te stellen aan een verkoper. Hij kwam aan met een tweedehands gitaar van het tevens Australische merk Pratley. Het vintage Queensland maple was prachtig geel verkleurd en de gitaar speelde fantastisch. Hij stond alleen geprijsd voor zevenentwintig honderd dollar, wat mijn budget echt te boven ging. Uiteindelijk deed ik een bod van tweeduizend dollar, waar hij akkoord mee kon gaan. Ik kreeg er een koffer bij en ging blij maar volledig blut richting de boerderij.

Toen een dag later mijn telefoon waterschade leek te hebben, kon ik mezelf we voor mijn kop slaan. Gelukkig kon ik deze redden met behulp van rijst en water opnemende korrels die in mijn gitaar koffer zaten.

De rest van de afgelopen twee weken verliep steeds meer routinematig. Ik speelde gitaar, ging werken en deed af en toe een uitstapje naar een koffietentje in Port-Campbell of de ijssalon in Timboon, waar ze fantastisch ijs verkopen. Toen ik hier uiteindelijk vier dagen op rij naartoe was gegaan, heb ik mezelf een verbod opgelegd voor de komende week.

Ik merk de laatste week wel dat mijn contact met de buitenwereld verwaterd, waar ik het best lastig mee heb. Ik merkte zelfs dat ik dacht aan naar huis gaan, en pauze nemen in de Europese zomer. Hoe dit gaat uitpakken weet ik niet, maar het zijn gedachtes die ik de komende tijd op een rijtje zal moeten zetten. Wie weet waait het over, wie weet niet. Ik moet tenslotte ook iets met mijn huurcontract, waar ik me af en toe best zorgen over maak. Ook moet ik mijn studie af gaan ronden, waar ik momenteel even weinig energie en mentale ruimte voor heb. Genoeg om de komende tijd in ieder geval over na te denken. Ik mis mijn familie en vrienden en merk dat ik steeds meer lijntjes naar thuis kwijtraak. Het is zonder dramatisch te doen, een van de gevolgen van het reizen. Toch steunen mijn lieve vrienden mij hier wel en nemen ze op exact het juiste moment contact met mij op. Dit zijn de momenten dat je er achter komt wie je echte vrienden zijn. Volgende week heb ik met Miro en Just afgesproken, waar ik ook erg naar uitkijk.

Uiteindelijk zal het ook allemaal wel op zijn plaats vallen en ik bedoel dit alles totaal niet om mezelf zielig te doen lijken, maar zeker nu ik hier langer op één plek zit en dus wat meer stilsta, begint die achterkamer van mij weer overuren te maken. Reizen is prachtig, maar het kan niet alleen maar hosanna zijn natuurlijk. Zonder dalen geen pieken blablabla.

Mijn koffie is op, ik moet weer terug richting de boerderij om me over een klein uurtje weer onder te dompelen in de koeienstront. Joe!

Oké nog een kleine leuke anekdote over één dag op werk dan. Gisteren ging alles mis. Hoewel het de verjaardag was van Samir, liet ik per ongeluk de filters open staan waardoor ruim tweeduizend liter melk de goot in stroomde. Samir liet later een hek open staan waardoor alle zieke koeien, die absoluut niet in het vat gemolken mogen worden, in herd 3 terechtkwamen. Nadat we dachten klaar te zijn met een semi-succesvolle klopjacht om alle zieke koeien van de driehonderd gezonde koeien te scheiden, schrokken we ons dood omdat we dachten bloed te zien in het vat. Dit zou betekenen dat alle melk van die dag weggegooid kon worden. Gelukkig viel dit mee en bleek het maar wat reinigingsmiddel te zijn. Toen we hierna gesloopt naar huis reden, lag er opeens een jong kalfje langs de weg, die was meegerend met herd 3 onderweg naar hun paddock. Nadat Niels en ik dit kalf hadden herenigd met hun moeder en ruim twee uur later terugkwamen bij de schuur, stond er voor Samir, Niels en mijzelf eten klaar dat Niels en Alex hadden geregeld voor Samirs verjaardag. Erg leuk en gezellig, ondanks een vreselijke dag.