Een kroeggevecht in the middle of nowhere

Omdat het de afgelopen dagen erg gezellig was met Amber en Daire, besloten we onze gezamenlijke trip nog eens te verlengen. Aangezien zij allebei geen eigen auto hadden en ik ze het échte Australië wilde laten zien, maakte ik een plan om ze mee te nemen naar Killarney in het binnenland, net over de grens in Queensland. De reden hiervoor was voor mij vooral om een bezoek te brengen aan Hidde, die ik voor het laatst had gezien rondom Oud en Nieuw in Melbourne. Inmiddels werkte hij al vier maanden als inpakker van aardappelen en uien in het kleine dorp in het zuidelijke deel van Queensland.
Voor we hier aankwamen maakten we twee korte stops. Allereerst bij Minyon Falls, een metershoge waterval op ongeveer drie kwartier van Byron Bay. Het was een prachtig uitzicht en zeker te moeite waard. Toch zijn uitzichtpunten altijd een beetje ongemakkelijk omdat er verder vaak niet veel te doen is en je dus ook weer snel klaar bent. We reden door richting Nimbin. Aan dit stadje zit een verhaal vast, aangezien het de hippie hoofdstad is van Australië. In het gebied rookt, verkoopt en verbouwd men openlijk cannabis, hoewel dit nog altijd officieel verboden is in Australië. Het duurde dan ook niet lang voor wij op straat liepen en van meerdere kanten hoorden: “Any weed or gummies today?”. We liepen naar binnen, waar een drietal mannen hun gekleurde rugzakken openden en van alles lieten zien en ruiken. “Smells good ey? That’s a definite knockout.” We besloten onze aankoop nog even te overwegen en eerst te gaan lunchen. Na een wandeling door het dorpje, waar vooral de wiet gerelateerde souvenirwinkels het goed deden, aten we bij een verrassend goede Italiaan. Mijn pizza met prosciutto en rucola vormde een goede bodem voor wat er de rest van de avond zou komen. Voor we Nimbin zouden verlaten, konden we het toch niet laten om via een van de vele pinautomaten in het dorp nog een keer terug te lopen naar de Nimbin Hemp Embassy, zoals de lokale coffeeshop genoemd was.
Omdat er nog gereden moest worden, stelden we de consumptie van onze nieuw aangekochten plant nog even uit tot we aankwamen op onze eindbestemming, Killarney. Na een rit van ongeveer tweeënhalf uur door de stromende regen passeerden we de grens van New South Wales en Queensland. Ondanks dat er geen ‘welkom in Queensland’ bord stond, betekende dit dat ik alweer in mijn vijfde Australische staat of territorium. Hoewel ik veel plezier heb gehad in zowel Victoria, South-Australia, New South Wales en zelfs het Australian Capital Territory, is Queensland altijd wel het beloofde land geweest. Ze noemen het niet voor niets ‘The Sunshine State’. Tot nu toe regende het helaas pijpenstelen.
Hoewel ik weinig had verwacht van Killarney, maakte het uitzicht van de afzichtelijke huisjes, waaronder die van Hidde, me erg verdrietig. Stijl is niet een ding in het échte Australië. Het moet praktisch en goedkoop zijn en net aan werken. Al met al was het leuk om Hidde na al die maanden weer eens te zien. Het duurde niet lang voor Hid twee shotjes uit zijn zak haalde en ik wist waar deze avond heen zou gaan. Hoewel de ‘definite knock-out’ nog even op zich liet wachten, hadden we wel zin in een avond je uit in the middle of nowhere. Laten we eerlijk zijn, wat zou je hier anders doen? Het verbaasde me dan ook niet dat het huis van Hidde en zijn Duitse en Italiaanse collega’s vol lag met bierflesjes, blikjes en het nodige afval. Een gemiddeld studentenhuis in Leiden zou opgeruimder zijn. Desondanks waren we blij met de gratis slaapplek voor de avond. Ik liet het allemaal maar op me afkomen. Tot nu toe had het niet plannen me de afgelopen week al op meerdere plekken gebracht, waaronder de bodem van de oceaan, een barbecue in een penthouse in Byron Bay en nu dus een studentenhuis in ruraal Queensland.
De avond begon met een aantal drankjes in het huis van Hidde, waarna we richting de lokale pub gingen. De pub was zoals vaker opgelicht met witte tl-balken, die de pooltafel en dit keer ook het dartbord van sfeer moesten voorzien. Aan de andere kant stonden de gokkasten, waar een tweetal mensen vol passie achter zaten. Aan de bar stond een groepje jongeren, waarvan ik vrijwel zeker wist dat het boeren waren. Petjes op, gesloten houding, lekker lokaal. Hidde kende de jongens natuurlijk en probeerde een gesprek aan te gaan, maar tevergeefs. Iets te veel toeristen om hem heen denk ik. Hoewel ik niet veel dronk in de pub, werd de sfeer al snel vaag. Los van de jongens, de gokkers en wij zat er buiten nog een groepje echte Aussies. Ik raakte met hen aan de praat. De nicht van een ouder stel was een echte boerin en onderhield haar eigen paarden. Best een mooie vrouw, jammer dat ze nogal racistisch was alleen. Zowel zij als haar familie keken heel de tijd naar de twee gokkende en tevens dronken mensen. De vrouw was duidelijk van Aborigine afkomst, terwijl de man mij had verteld dat hij uit Fiji kwam. De boeren en grote andere groepen Australiërs hebben het over het algemeen niet zo op aboriginals, als ik het ligt mag verwoorden. Eerder vertelde ik al over het referendum dat ging over de eventuele toelating van mensen van Aborigine afkomst tot de Australische overheid. De uitkomst was een duidelijke ‘nee’ met meer dan zestig procent van de stemmen.
Terug voor de pub werd de sfeer steeds grimmiger. Hoewel het gokkende stel na mijn hulp negentig dollar had gewonnen en begon te dansen (en zingen) voor de bar, duurde die vreugde niet lang. Wat er exact gebeurde weet ik niet, maar de vrouw van het stel zou iets verkeerds hebben gezegd tegen de jonge dame achter de bar, waarna de Australische familie reden zag om in te grijpen en er een racistisch en tegelijkertijd persoonlijke kwestie van te maken. Er werd gevochten, aan haren getrokken en ik sprong er net als een aantal anderen tussenin. De familie glipte er snel tussenuit, terwijl de baas van de pub iedereen naar huis stuurde. Het souvenir van de avond was een pluk haar van een van de twee vrouwen, die ik later in mijn achterzak vond. Vraag me niet hoe.
Onze avond was nog niet geheel klaar, want na een kalmeringsperiode nodigde het gokkende stel ons uit om bij hun thuis een vuurtje te maken en verder te drinken. Hoewel dit op dat moment een goed idee leek, was het natuurlijk tijd om naar huis te gaan, wat we niet deden. Na twee uur zitten op campingstoelen en luisteren naar de c-variant van Aretha Franklin, was het toch echt tijd om richting onze accommodatie voor de avond te gaan. Gezamenlijk vielen Amber, Daire en ik direct in een coma in Hidde’s woonkamer, om de volgende ochtend onze levenskeuzes te overdenken. Het was tijd om weer de bewoonde wereld in te trekken, maar Amber kon in ieder geval zeggen dat ze het échte Australië had gezien.