Een prachthike op kerstavond in Kangaroo Valley

Vrolijk kerstfeest, schrijf ik vanuit de werkelijk prachtige Kangaroo Valley. Het is acht uur ‘s-ochtend ‘s op vijfentwintig december en de zon staat al ruim een uur hoog aan de hemel. Volgens mijn weerapp is het tweeëntwintig graden, maar in mijn camping stoel verbrand ik levend, terwijl ik wordt aangevallen door een oneindige hoeveelheid vliegen. Ik moet het maar negeren, want de omgeving waarin ik zit is prachtig. In de vallei omringt door lage maar stijlen bergen, ligt de camping waarop ik op eerste kerstdag wakker word naast de donkerblauwe Toyota Prado van Miro en Just. Dit verhaal gaat over mijn aankomst in Australië en de eerste twee dagen kamperen in New South Wales.
Mijn Jetstar vlucht vanaf Bali naar Sydney vertrok in de avond van 22 december om half elf. Terwijl ik dacht dat je er vanuit Bali best snel zou zijn, was het toch nog een reis van zes uur, waarin bijna zesduizend kilometer zou worden afgelegd. Tijden en afstanden die vergelijkbaar zijn met een vlucht vanuit New York naar Amsterdam. De vlucht zelf was overigens meer dan prima, ondanks het feit dat ik ook hier niet in het vliegtuig kon slapen. Met mij hoodie en lange broek aan viel het wederom te proberen.
Om half acht ‘s-ochtends landde mijn vliegtuig, naar een prachtige fly-by van de stad Sydney in de Australische staat New South Wales. De afgelopen uren realiseerde ik me de grootte van dit land - continent, moet ik zeggen - steeds beter, terwijl de zon opkwam over noord, noord-oost en ook oost Australië.
Australië staat bekend om de meest strenge immigratie en vooral import regelingen ter wereld. Doordat het continent een eiland is, met velen verschillende soorten endemische soorten, kunnen dier-, plant- en schimmelsoorten die niet voorkomen in Australië een bedreiging vormen voor de biodiversiteit van het land. Hierdoor is het nagenoeg onmogelijk om organische materiaal naar Australië te importeren. Hier wordt dan ook heftig op gecontroleerd.
In de praktijk zorgde dit dit vooral voor meer stress, dan dat mijn controle echt zo streng was. Door dezelfde e-gates als op Schiphol en het vliegveld van Denpasar, kwam ik zonder een douanemedewerker te spreken, het land binnen. Ik had mijn tas netjes ingepakt en schreef dus op het formulier, dat ik in het vliegtuig al moest invullen, dat ik niets om aan te geven had én nog nooit was veroordeeld als crimineel. Na het ophalen van mijn bagage was het dan eindelijk zover, ik gaf mijn formulier aan de enige medewerker die mij nog naar huis had kunnen sturen, toen hij zonder iets te zeggen achter zijn rug wees, gebarende dat ik door mocht lopen. In een ontvangsthal die ik kende van de ‘Border Security Australia’ afleveringen op National Geographic, stond ik opeens waar ik al die tijd van had gedroomd. The Australian Dream gaat beginnen.
Voor het zover was, moest er wel nodig een maaltijd in mijn maag. Ik liep een meter of twintig naar de McDonalds in de ontvangsthal en bestelde een Big Mac menu en wat kipnuggets voor twintig dollar, zo’n twaalf euro. Hoewel dat duurder is dan in Indonesië of De Filipijnen, vond ik de prijs best meevallen en zou ik deze vergelijkbaar inschatten als in Nederland. Raadpleeg vooral de ‘BMI’ voor de exacte getallen.
Na een heerlijk ontbijt en een belletje met Roos en Yaniv in Nederland, liep ik naar de kort verblijf parkeerplaats, waar Miro en Just met hun gloednieuwe Toyota Prado klaarstonden. Het was een raar gevoel om hun, net als anderhalf jaar geleden in Colombia, weer aan de andere kant van de wereld te zien. Dit keer was Sydney het decor. We zouden hier meteen weer wegrijden om onze koers te zetten richting Kangaroo Valley en de zo de komende dagen richting Melbourne te reizen, waar we oud en nieuw zouden gaan vieren.
Het was ongeveer anderhalf uur rijden naar Kangaroo Valley, maar voor het zover was moesten er nog wat dingen geregeld worden. Zo moest ik een tent en toebehoren kopen én wilde ik een telefoonabonnement aanschaffen. Honderdtachtig gigabyte per maand voor ongeveer veertig euro. Het inkopen doen, ging best snel en zo waren we voor ik het wist alweer onderweg naar de camping. Just en Miro hadden vast wat gereserveerd op een simpele camping waarvoor we zes euro per persoon per nacht betaalden. De camping was simpel, maar lag in een prachtige vallei. De rest van de dag deden we niet veel. Miro kookte, we dronken een drankje, praatten wat en speelden een spel in het gras.
Wat mij opviel is dat het die avond koud was. Heel koud. Op het moment dat de zon weg was, werd het tijd een lange broek aan te doen en een trui aan te trekken. Terwijl de kangaroo’s en wombats over de camping hobbelden, lag ik fris in de tent te koukleumen. Waar ik om vier uur ‘s-nachts nog wakker werd van de kou, was het twee uur later de zon die mij uit mijn bed brandde. Iets meer temperatuur controle zou voor de komende dagen fijn zijn, want op een gezonde ozonlaag kun je in Australië niet rekenen.
Op mijn tweede dag in Australië was het kerstavond, die we begonnen met een kopje koffie en ontbijt bij de auto, waarna we wat boodschappen deden bij een winkeltje in de buurt en doorreden naar een plek waar ik een slaapzak kon kopen. De slaapzakken hier waren echter zó duur, dat het iets te veel was voor een roadtrip van een week of twee. De lieve vrouw achter de balie, begreep dit volledig en liep naar achteren om te kijken of ze iets had dat ik mocht lenen. Ze kwam terug met een prachtige slaapzak en zei dat ik hem de volgende ochtend maar gewoon over het hek moest gooien. Ondertussen waren we aan de praat geraakt over wat er te doen was in de omgeving. Ze gaf ons de tip om een hike te maken naar een waterval in de buurt, welke we natuurlijk opvolgden. Ook kregen we een handige brochure met tips over de hele kustroute tussen Sydney en Melbourne en laten wij deze nu net afrijden. Als laatste kregen we alle drie een sticker van Valley Outdoors zoals de winkel heette.
We reden een stuk door en parkeerde de auto bij een boerderij in de buurt, waar de wandeling zou beginnen. We vroegen een lokale boer waar we heen zouden moeten lopen voor de waterval en hoelang het zou duren. We moesten de weg volgen, vervolgens de beek oversteken en deze stroomopwaarts volgen tot de waterval. We hadden geen foto's van de omgeving gezien en wisten dus ook niet helemaal waar we naar zochten. Het totaal moest anderhalf gaan uur duren.
We begonnen de wandeling redelijk overzichtelijk en gemakkelijk met een stuk van ongeveer tien minuten lopen langs de steeds vager wordende weg. Toen deze daadwerkelijk ophield, vonden we inderdaad een kabbelende beek die we konden oversteken. Hier werd het voor het eerst spannend, omdat de begroeiing dichter werd en Australië toch zeker bekend staat om gevaarlijke slangen. We liepen dit stuk dan ook al klappende door. Klappen kan helpen om stilliggende slangen en andere dieren te laten schrikken en weg te jagen.
De omgeving was mooi en we keken onze ogen uit, terwijl de hike steeds pittiger werd. We sprongen van steen tot steen over de steeds bredere rivier, van links naar rechts en andersom. Het was echt een mooie maar zeker uitdagende wandeling. Wat niet hielp, was het feit dat ik mijn camera om mijn nek had hangen en met een hand probeerde te beschermen, terwijl ik met mijn schoenen grip probeerde te vinden op de mossige stenen. Natuurlijk ging dit niet heel de tijd goed en gleed ik op een gegeven moment ook vol uit, met mijn onderbenen de rivier in, schaafde ik mijn knie tegen de rotsen. We konden erom lachen, maar dit was wel een waarschuwing, om met onze hoofden bij de les te blijven en niet op de automatische piloot door te rennen.
Deels op blote voeten, kwamen we een half uur later aan bij de eerste van twee watervallen. Het laatste stuk naar de meest imponerende en hoge waterval, was meteen het lastigst omdat dit betekende wat we op blote voeten door water op kniehoogte over een spekgladde stenen vloer moesten lopen. Het eindresultaat was echter fantastisch en het uitzicht schitterend. We konden onszelf belonen met een duik in het ijskoude waterbasin onder de waterval.
Na een duik, een paar droneshots, water en wat chips was het tijd voor de terugweg. Dit ging zoals gebruikelijk een stuk sneller. Met meer zelfvertrouwen en ook zeker vermoeide benen vlogen we over de stenen als ware freerunners. We kwamen nog een Australische meid tegen, die zei dat ze deze hike ieder jaar op kerstavond maakte. Een ware lokale kersttraditie dus.
Terug op de camping genoten we van de laatste zonnestralen met een welverdiend drankje. Miro maakte een heerlijke maaltijd en we genoten van onze laatste avond in Kangaroo Valley.