Gili Trawangan - Sociaal en paradijselijk

Mijn laatste ochtend op Nusa Penida werd ik vroeg wakker. Dit betekende echter niet dat ik om negen uur naast mijn bed stond. Ik zit namelijk weer in een fase waarin ik het heerlijk vind om uit te slapen en dus checkte ik rond elf uur, zo laat als mogelijk, uit bij The Farm Nusa. Een dag eerder had ik met drie mensen uit mijn hostel afgesproken samen naar de Gili’s te reizen, een eilandengroep vlak voor de kust van Lombok. Het was dan ook een verrassing toen ik bij de boot aankwam en veel verschillende mensen zag, maar mijn nieuwe vrienden ontbraken. Goed, ook dit is onderdeel van alleen reizen. Je kunt niet altijd op iedereen rekenen en dus moet ik dan maar mijn eigen plan trekken.
De boottocht duurde ongeveer twee uur en was zo soepel als maar kon, rekening houdend met het feit dat de zee tussen Bali en Lombok regelmatig erg heftig kan zijn. Voor ik het wist stond ik al op de kade van Gili Trawangan, het grootste en bekendste van de drie eilanden. Op het eiland is nauwelijks gemotoriseerd vervoer te vinden en verplaats je je door te lopen, fietsen of per paard en wagen. Deze laatste optie is echter nogal controversieel omdat de paarden niet altijd goed worden behandeld.
Hoewel ik niet wist hoelang ik op Gili T - zoals het eiland ook wel genoemd wordt - zou blijven, boekte ik voor aankomst drie nachten in het Atlas hostel. Vanwege mijn eerdere verblijf bij The Farm op Nusa Penida kreeg ik namelijk een deal aangeboden, waardoor ik maar voor één nacht zou betalen. Tegelijkertijd had het hostel ook een inbegrepen ontbijt én diner. Dit alles kwam neer op ongeveer twee euro per nacht. Geen verkeerde deal.
In mijn kamer ontmoette ik Mats en Rahul. De Duitse Mats was welliswaar negentien jaar oud, maar was een gezellige gast die al snel samen op pad wilde. Rahul kwam uit een van de steden vlakbij Nieuw Delhi in India en trok zijn eigen plan, maar kwamen we de komende dagen regelmatig tegen. Nadat Mats mij had overgehaald om mee te doen aan de pubcrawl die avond, introduceerde ik hem voor het eerst aan lokaal eten. Wellicht was het zijn leeftijd, maar hij dacht dus voedselvergiftiging te krijgen van het lokale eten. Hierom ging hij eigenlijk alleen naar westerse restaurants. Dit was iets waar ik natuurlijk niet mee akkoord kon gaan.
Die avond was gezellig en ontmoette ik enorm veel mensen, iets dat in Indonesië sowieso enorm makkelijk leek te gaan. Het waren soms korte gesprekken, maar het ging stuk voor stuk gemakkelijk en zonder gezeur. Zoals het hoort, ging de pubcrawl als een koortsdroom voorbij en lag ik uiteindelijk, na de nodige goede en slechte beslissingen, om zeven uur in bed. Dat mij dat nog lukt op mijn zevenentwintigste. Ik geniet er nog maar even van.
Logischerwijs, was het de volgende ochtend minder genieten. Een lichte kater en gezellig napraten met Mats en Rahul. Ik doe wat voor mezelf, voor we besluiten later die middag te gaan padellen, iets wat ik pas een keer eerder deed, met Pleun en haar familie in het zuiden van Frankrijk. In mijn herinnering was ik er heel slecht in, maar eigenlijk ging het vandaag helemaal niet zo verkeerd. In ieder geval deed ik niet onder aan de overige zeven spelers. Af en toe kreeg ik zelfs een applaus of wat aanmoedigende woorden, voor een van de mooie balletjes die ik wist af te leveren.
Tijdens het padellen kreeg ik opeens een appje van Sara, inderdaad, het meisje uit Wales met wie ik ongeveer zeven maanden officieus ben uitgegaan, terwijl ik bij Paronella Park werkte. “Ik weet niet of roze je kleur is.” Las het bericht. Ik reed hier op een roze fiets en dat moet ze dus gezien hebben. Ik wist dat ze op Bali zou zijn, maar niet dat ze tegelijkertijd op dit minuscule eiland zou zitten. Hoewel dit een heel leuke reunie had kunnen zijn, merkte ik al snel dat ze het contact - dat we in aanloop naar Bali weer af en aan hadden - toch afhield. Toen we eenmaal bijna hadden afgesproken samen te gaan eten, zei ze uiteindelijk toch af. Erg typisch maar ik vond het prima. Ik begreep dat het voor haar afgesloten was en dat ze geen deurtjes wilde openen, die voor haar dicht mochten blijven. Alhoewel, dit alles was een gok, aangezien ze me afzei met een smoes. Het zal wel. ‘Laat ze’ zoals het boek van Mel Robbins predict. Het enige waar je invloed op hebt, is je eigen reactie; En dus schreef ik: “Oke. Geen stress. Zou het leuk vinden je te zien om bij te praten, maar dat laat ik nu aan jou.” Dit had ik voor ik van huis vertrok toch anders aangepakt, denk ik.
We besloten met de groep padellers te gaan eten en belanden uiteindelijk na een drankje - en weer een uitvoering van Somewhere Only We Know - in de karaokebar, in Tequila Sunrise, de leukste club van het eiland. Aan het einde van de avond kocht ik voor de lokale prijs vier borden nasi goreng, voor drie personeelsleden die aan de Ramadan deden en mijzelf. Het valt mij op hoe makkelijk het is om contact te krijgen met de locals in Indonesië, tenopzichte van alle andere landen die ik heb bezocht.
Op mijn laatste dag op de Gilis besloot ik me na al het sociale geweld even terug te trekken en alleen, na een zeer laat ontbijt, richting een van de twee andere eilanden te reizen. Om twee uur ‘s-middags nam ik de boot naar Gili Air. Dit was het eiland dat het dichtste bij Lombok lag en de middelste was als het gaat om grootte. Het eiland staat erom bekend rustiger te zijn dan Gili T. Ook snorkelen zou er prachtig moeten zijn en dus besloot ik eerst een fiets en daarna al snel een snorkel te huren. Beide kostte mij vijftigduizend rupiah, wat neerkomt op ongeveer zes euro totaal. Omdat ik eigenlijk niet van het snorkelen ben, duurde mijn sessie vrij kort. Het ging als volgt. Op het strand dumpte ik mijn spullen en dook ik direct het water in. Het viel me eigenlijk direct tegen, aangezien de hele bodem bedekt was met wit koraal. Er was geen vis te bekennen. Na een tijdje recht vooruit zwemmen, zonder dat het direct dieper werd, kwam ik het eerste leven tegen. Kleine visjes bij verschillende plukjes koraal en een trompetvis, die aan het oppervlak zweefde. De grote beloning kwam ongeveer een minuut later toen ik uit het niets een enorme groene schildpad zag, die aggresief aan het kauwen was op een stuk korraal. Het dier gaf geen kick toen ik dichterbij kwam en dus kon ik ruim drie minuten in mijn eentje genieten van het gigantische beest. Ik besloot terug te zwemmen, want mooier dan dit ging het niet worden. Op de terugweg werd ik nog beloond met een vrij grote kogelvis. Aan de kant bestelde ik een cola’tje en vervolgde ik mijn rondje om het eiland.
Het fietsen op Gili Air was echter niet zo makkelijk, aangezien het meer nog dan Gili T, een grote zandplaat was. Af en toe afstappen, was tegelijkertijd grappig en irritant. Vaker wel dan niet werd mij toen ik afstapte truffels aangeboden of natuurlijk gewoon een tafeltje in een restaurant, maar ik moest terug naar de haven aangezien de laatste boot rond vijf uur vertrok. Die avond gingen we nog een keer uit eten met de groep die ik op Gili T had ontmoet. We dronken weer de nodige drankjes, ik zong en speelde gitaar op straat na sluitingstijd en ging daarna slapen. De volgende ochtend was het tijd om afscheid te nemen en voor mij om mijn eigen weg te gaan richting het hoofdeiland van Lombok.