Great Ocean Road: Boete onderweg naar Princetown

Vanaf Aireys Inlet, waar we de eerste avond hadden geslapen, reden we na het inpakken van onze daktent, door naar het eerste koffietentje op de route. Na onze cafeïnedosis voor de dag, was de eerste stop van de dag Kenneth River, waar we de kans zouden hebben om allebei onze eerste Koala’s te zien. We zetten de auto neer tussen twee andere auto’s bij de parkeerplaats en gingen op onderzoek uit.
Hoewel we geen rivier gezien hebben, zagen we wel al snel een groepje mensen om een boom heen staan. Dit was voor ons een teken dat er iets in moest zitten. “IF YOU LOOK UP THERE, YOU CAN SEE THAT CUTE LITTLE KOALA!” Schreeuwde een vrouw met een zwaar Australisch accent, dat mij een beetje aan de Familie Irwin deed denken. Hoewel het een beetje irritant was dat ze zo schreeuwde, zat daar inderdaad een Koala. Het probleem was echter, dat deze zo hoog in de boom zat en zijn gezicht van ons had weggedraaid. We zagen dus niet veel meer dan een bolletje dons in de boom. Goed, het was onze eerste Koala, dus we waren tevreden.
Minder blij waren we, toen we terugkwamen bij de auto en een bon onder de ruitenwisser vonden. Net als de auto die achter ons geparkeerd stond, hadden we een bekeuring gekregen voor verkeerd parkeren. Er stond blijkbaar een klein bordje dat aangaf dat parkeren achter de auto voor ons niet mocht. De auto achter ons stond hier echter al, waardoor ook onze plek leek op een parkeerplaats. Uiteindelijk hebben we hier vijf minuten gestaan. Kosten: tweehonderd dollar. Oordeel zelf.
Zoals ik ben, had ik er flink de schijt over in dat we deze bekeuring hadden gekregen van de rangers die overigens nog gewoon op de rotonde stonden te lachen. Op de bon stond dat we onze boete konden betalen bij het lokale informatiecentrum in het volgende stadje, Apollo Bay. Na een korte tussenstop bij een uitkijkpunt, waarbij wij onze (lees: mijn) boosheid afreageerden op een stel Chinezen met een blauw busje, dat weigerde te parkeren en als passieve robots midden op de weg bleef staan, reden we hier naartoe om onze vreselijke misdaad goed te maken.
Hierna was het tijd voor lunch. Omdat we het doel van besparen toch al voorbij waren geschoten door deze dure les, kozen we voor een lekker gerecht en drankje bij een restaurantje. Ik nam de fish and chips en Jynthe ging voor een soort Hollandse stamppot met doperwten en vier(!) braadworsten. Die hadden we wel verdiend. We besloten onze zonde en de frustratie hierover te vergeten en reden door naar Cape Otway, waar we een mooie en gratis wandeling maakten en genoten van het uitzicht. De sfeer werd langzaam maar zeker beter.
Om dit verhaal af te maken, reden we onderweg naar Princetown, waar we de tweede avond neerstreken om te kamperen, door het nationaal park, langs meerdere Koala’s. Eenmaal stopten we en kregen we, ditmaal zonder boete, een veel beter beeld van het mooie dier. Hij bewoog verrassend snel naar boven en beneden door de boom. Ik hoop niet dat ik vanaf nu bij iedere Koala denk aan die vergooide tweehonderd dollar. Want om nog één keer duidelijk te zijn, voor dat geld kan ik twee dagen leven, bijna naar de Formule 1 in Melbourne, met z’n tweeën naar de Australian Open of een avond flink naar de club in Melbourne. Ik had het natuurlijk ook opzij kunnen zetten voor een mooie gitaar of een vliegticket naar een mooie tropische bestemming, maar helaas. ‘Could’ve, should’ve’ kopen we niets voor, vandaag de dag.