Hanoi - mijn nieuwe favoriete Aziatische stad?

Na een reis van ruim dertig uur kwamen Miro, Just en ik vrij uitgerust aan in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Bij de grens had ik mijn Laotiaanse Kip al ingewisseld voor veel te weinig Vietnamese Dong, maar het was genoeg om ons uiteindelijk met een taxi van de zuidelijke bushalte van de stad bij het Mad Monkey hostel te krijgen. We deelden een taxi met drie Britse dames die we op de bus hadden ontmoet. Charlotte, de strenge juf uit het vorige verhaal, nam telkens het voortouw en ook dit keer. Ze vroeg of we een hapje wilden gaan eten. Leuk idee, maar eerst even inchecken.
We sliepen de komende dagen in Mad Monkey. Als niet reiziger zegt het je waarschijnlijk niets, maar deze hostels zijn beroemd als het gaat om hun feestjes. We waren dan ook aangenaam verrast om te zien dat de kwaliteit van de bedden en douches ook erg hoog was. Zeer welkom na zo’n reis.
Die avond escaleerde gezond de klauwen uit. Just werd opgetild en naar een bar gebracht in beer street, we dronken biertjes voor dertig eurocent bij de goedkoopste bar van de stad en Charlotte bleek uiteindelijk toch een beetje verliefd op Miro. Ach, wie ook niet natuurlijk. Toch hielden we het nog beschaafd en dronken we uiteindelijk maar één Bacardi Cola in de club. De volgende dag hadden we geen kater, dus dat was prettig.
Wat Hanoi na drie dagen een van mijn favoriete steden maakt, is onder andere de immense hoeveelheid aan winkels met hoogwaardige nepkleding. Zo kochten we allemaal regenjassen, mutsen, broeken en shirts voor een prikkie. Miro en ik lieten ons zelfs verleiden tot AirPods voor twintig euro en Just ging voor een nep Apple Watch. Die werkte helaas iets minder goed. We slenterden uren door de stad, stopten af en toe voor een drankje en eindigden dan op een van de vele terrasjes.
Op de tweede dag zaten we in train street, waar we helaas geen trein doorheen zagen rijden, toen we Julie en Floor tegenkwamen, twee meiden die we in Pai hadden ontmoet. Het duo had een reservering bij het goedkoopste Michelinster restaurant ter wereld. Don’t mind if I do! We mochten mee. Het eten was lekker maar niet bijzonder. Althans qua smaak. We aten koeien nier en kippenhart. Niet mijn favoriete smaken, maar de loempia’s waren wel vol van smaak en ook de pinda’s - ja pinda’s - waren erg goed. Al met al rekenden we ongeveer een tientje per persoon af met een biertje en 8 gerechten, dus klagen mochten we niet. Omdat een luxe dag er voor ons allemaal wel inzat, sloten we de avond af bij een cocktailbar waar we stiekem meer van genoten dan het eten. Hierna liepen we via beer street een een lokale banh mi zaak terug naar het hostels.
De dag begint en eindigt in Hanoi vaak met Banh Mi, een baguette met paté, vlees, sla, saus en koriander - behalve voor Just, die lust dat niet. De laatste dag in Hanoi besloten we naar Maison Centrale te gaan, een voormalig gevangenis, geopend tijdens het Franse regime in Vietnam. Het was indrukwekkend. Wat kan ik er van zeggen, behalve dat de Franse overheersers hier geen lieverdjes waren. Ten tijden van de Vietnamoorlog gebruikten de Noord-Vietnamezen deze gevangenis opnieuw om gevangengenomen Amerikanen te huisvesten. Deze hadden het vaak een stuk beter.
De jongens en ik waren een tikkeltje brak van de vorige dag en dus gingen we, na een nodig bezoek aan McDonnalds vervroegd naar bed. Ik douchete drie maal, keek een serie en sliep. De volgende dagen stond namelijk een groot avontuur op de planning.