← terug naar de atlas

Byron Bay · mei 2025

Ik heb God gezien in Byron Bay

Ik heb God gezien in Byron Bay — Byron Bay

Ik heb gemerkt dat het stuk waarin ik openheid van zaken gaf over de romantische ontwikkelingen op reis, erg succesvol is geweest. Vanwaar ik ook dit verhaal maar begin met een prikkelende titel. Ik heb God gezien!

Na een iets te laat ingezette reis vanuit Coffs Harbour, kwamen we ongeveer drie uur later in het donker aan in Byron Bay. Het feit dat het donker was en ik met ingang van dit moment direct moe werd, maakte het einde van deze rit best spannend. Rijden in het donker is in Australië eng om drie redenen. De afstanden zijn groot, dus regelmatig heb ik er al een lange rit opzitten, Kangaroos, koalas, echidnas óf wombats kunnen binnen een paar seconden op je bumper liggen én Australië doet nauwelijks aan straatverlichting, waardoor tegenliggers regelmatig met hun grote licht aan rijden. Het laatste half uur richting de bay, kneep ik hem dus, terwijl ik meezong met de liedjes die Amber in de afspeellijst had gezet.

Of je hier nu zelf bent geweest of niet, de kans is groot dat je weleens van Byron Bay hebt gehoord. Na Sydney is dit surfdorpje wellicht de grootste toeristische trekpleister van de hele oostkust. Hoewel de natuur hier prachtig is, is deze ook niet perse bijzonder en hoewel het dorpje leuk is, heeft het niet veel, wat andere toeristische trekpleisters niet hebben. Toch heeft Byron Bay een bepaalde ontspanning over zichzelf heen hangen, waardoor het hier heerlijk vertoeven is.

Toen wij aankwamen in het dorpje hadden we, zoals eerder beschreven, nog niets gepland. We hadden geen accommodatie en ook geen idee voor de rest van de avond. Toch maakten we ons weinig zorgen en besloten we maar naar een van de hostels in de buurt te lopen. Het YHA hostel in Cape Byron kostte maar 40 dollar en had genoeg bedden over. Zoals ik ook in Port Macquarie deed, boekte ik maar één nacht. Mijn idee was namelijk om naar een camping te verhuizen, maar dit bleek net zo duur te zijn. Waardoor ik uiteindelijk vier nachten samen met Daire en Amber in het hostel verbleef.

Die avond dronken we een biertje in de Railway Friendly Bar beter bekend als ‘Rails’, waar we de komende dagen nog wel vaker zouden komen. We ontmoeten een aantal leuke mensen. Na een paar drankjes en wat potjes pool met een stel dat hier woonde, deden we rustig aan en gingen we terug naar het hostel.

De volgende dag stonden we redelijk vroeg op en begonnen we aan de beroemde wandeling naar de vuurtoren van Byron Bay. We liepen binnen vijf minuten vanaf het hostel naar het strand en vervolgden onze weg op blote voeten door het water. Waar het water in Victoria nog erg koud was, begon het hier, twintig uur rijden verderop aangenaam te worden. Niet slecht voor de herfst. Ik merkte dat hoewel de temperatuur nog niet tropisch was, de begroeiing wel groener werd en tropische uitingen kreeg. Er stonden palmbomen, varens en meer. Pal naast het strand. Ik kon hier wel aan wennen.

Bij de parkeerplaats aan het einde van het strand en het begin van het pad richting de vuurtoren, stond een groepje mensen rondom een gomboom met hun hoofd omhoog. Dat kon maar één ding betekenen. De Koala waar iedereen naar stond te kijken sliep alsof hij zijn lot had geaccepteerd in de boom, terwijl de mensen hier omheen hem op de foto zetten. Ik deed hier natuurlijk zelf ook aan mee, maar vond het beeld van tien toeristen rondom een boom eigenlijk net zo iconisch voor het Australische landschap.

Het pad nam ons mee omhoog via paden richting een uitzichtpunt wat het meest oostelijke punt van het vasteland van Australië was. Hoewel dit uitzichtpunt relatief aan veel andere uitzichten niet spectaculair was, betekende dit veel voor de natuur van het land en mijn reisrichting. Waar ik de afgelopen weken naar het noord-oosten ben gaan reizen, zal ik mijn weg nu vervolgen naar het noord-westen. Buiten dat dit een leuk feitje is, heeft dit ook invloed op de biodiversiteit van de oceaan, aangezien Byron Bay hiermee het punt is waar de koude stroom vanuit het zuiden en de warme stromen vanuit het noorden elkaar treffen. We maakten onze wandeling af via de vuurtoren en een stukje in het bos, waarbij vooral het uitzicht vanaf het parasail platform prachtig was.

Na onze wandeling en een nodig rustmoment besloten we weer naar ‘Rails’ te gaan om onze kroegentocht te starten. Hier ontmoeten we vandaag Chris en Rhian (Australisch voor Ryan) met wie we wederom pool speelden. Hoewel Chris uit Londen kwam, woonde hij net als Rhian al bijna tien jaar in Brisbane en was hij hier voor een klus en een lang weekend ontspanning. We dronken, praten en kregen veel tips voor de omgeving. We wisselden nummers uit en bleven iets te lang bij Rails om het nog een kroegentocht te noemen. We besloten onze avond te vervolgen in het Northern Hotel waar de beroemde Dueling Piano’s stonden. Het concept van deze bar was simpel. Twee pianisten tegenover elkaar die op basis van fooi verzoekjes spelen. Het was een leuk concept en de pianisten waren zeer begaafd. Ik begreep volledig waarom iedereen zei dat we hierheen moesten. Omdat we wat laat aankwamen, duurde het feest hier niet zo lang, voor ze sloten. Het laatste deel van de avond speelde zich af in de Saltwater Social Club. Een club zoals er zoveel zijn. We speelden meer pool, dronken rum cola en strompelden hierna naar het hostel.

Hoewel ik een tikje brak was, had ik mijn zinnen gezet op het uitoefenen van een van mijn vele dure hobby’s: Duiken. Naast het YHA zat Sundive Byron Bay, waar ik een dag eerder al even was binnengelopen om te informeren naar hun duiktrips. Hoewel het een kostbare ervaring was, besloot ik toch om voor 175 dollar mee te gaan zodat ik later, bij het Groot Barrière Rif, geen opfriscursus zou hoeven doen. Het was inmiddels namelijk ruim zes maanden geleden dat ik voor het laatst had gedoken, met Laurens in Indonesië.

Na het invullen van alle benodigde formulieren om alle risico’s en verantwoordelijkheden op mij te nemen, was het tijd om de apparatuur uit te zoeken en mijzelf in een wetsuit te hijsen. Hoewel het water relatief warm was, was ik hiervoor alleen gewend om in echt tropisch water te duiken. In plaats van een 3mm wetsuit kreeg ik dit keer dus een 5mm wetsuit in maatje M, een flinke overwinning aangezien ik door mijn reislustige levensstijl had verwacht naar een L te zijn gegroeid. Voor we in busjes naar het strand zouden rijden, kregen we de briefing van onze gids Emma. We zouden gaan duiken bij Julian Rocks, een van Australië’s mooiste duiklocaties. Zoals gezegd komen hier de koude stromen vanuit het zuiden en de warme stromen vanuit het noorden bij elkaar, wat zorgt voor een mooi combinatie aan fauna. Het natuurreservaat staat vooral bekend om de grote populatie aan luipaardhaaien, reuzeschildpadden en zandtijgerhaaien. We zouden binnen het uur dat we hadden, een halve cirkel rondom Julian Rocks zwemmen op een diepte van 17 meter met als toetje een stop in Hugo’s Trench, waar de zandtijgerhaaien zouden zitten.

Na een korte busrit mochten we helpen met de boot te water brengen. Alleen dit al is een ervaring die surrealistisch te noemen is. Daar stond ik dan in m’n wetsuit op een prachtige dag in Byron Bay. Tot mijn heupen in het water, klaar om te gaan duiken. Excuus ik droomde even weg. Nog altijd ben ik zeer blij met wat het leven momenteel voor mij in het vat heeft. Het voelt regelmatig alsof dit is waar ik jaren voor heb gewerkt en mezelf voor heb moeten bewijzen. Nu sta ik hier en gebeurt het allemaal relatief vanzelf.

Eenmaal op de boot was het maar een korte toch naar Julian Rocks. Het water was kalm en de lucht helderblauw. Nogmaals, alleen een dergelijk boottochtje is de prijs voor een groot deel al waard. Het duiken was echter waarvoor ik had geboekt en bracht ook dit keer weer de nodige spanning met zich mee. Het is en blijf een extreme sport waarbij je je naar de bodem van de oceaan laat storten in de hoop dat het goed gaat. De tijdens mijn cursussen opgedane ervaring en technieken moeten hiervoor zorgen. Mijn persoonlijke achilleshiel is mijn rechteroor, waardoor ik altijd gespannen ben voor het afdalen. De eerste tien meter zijn namelijk het ergst en dus moet ik ten alle tijden rustiger naar beneden dan andere duikers. Eenmaal rond de vijftien meter, is alles oké, zo ook dit keer. Hoewel de angst er was, ging het redelijk makkelijk. Ja ik voelde de druk op mijn oor en moest een aantal keren een meter naar boven, maar het was prima. Binnen een aantal minuten gaf ik Emma en mijn Buddy uit Finland een ‘ik’ signaal en konden we beginnen met de duik.

Hoewel het zich iets minder was dan ik had verwacht (zo’n zes of zeven meter), duurde het niet lang voor ik de eerste dieren zag. Sterker nog, de Wobbegong haaien, die je alleen rondom Australië kunt vinden, lagen in tientallen op de oceaanbodem. Ik zweefde erboven en bekeek ze aandachtig. Ook duurde het niet lang voor we onze eerste zeeschildpad zagen. Het hoogtepunt van het eerste deel van de duik was voor mij, behalve een prachtige gestreepte haai, wat eigenlijk een rog is, een geweldig grote Dikkopschildpad, die rustig de tijd nam om zichzelf tijdens zijn maaltijd van schelpen en krabben aan ons te laten zien.

Het daadwerkelijke hoogtepunt van de duik zat hem na een relatief lang stuk zwemmen in het midden, aan het einde. Zoals gepland zwommen we de trog in tussen de twee rotsen die Julian Rocks vormen. Het duurde dan ook niet lang voor we onze eerste zandtijgerhaaien zagen. Geloof me als ik zeg dat dit een echte haai is. De tanden, de vorm, de kleur, het gedrag. Hoewel ze in het begin wat schuw waren, bleven we op afstand en kwam de groep van zo’n vijf verschillende haaien van rond de twee meter lang, langzaam terug. Ze cirkelden in de trog, rondom een grote school vis, terwijl ze zich klaarmaakten om de aanval in te zetten. Het was een bijzonder gezicht. Hoewel ik me in het water vrijwel altijd heel rustig voel, merkte ik dat mijn hart dit keer wel begon te pompen. Ik was in Australië aan het duiken met haaien, echte grote haaien. Wow.

Na ongeveer drie kwartier, was de lucht in mijn tank op een niveau dat het verstandig was om weer richting de oppervlakte te gaan. Na een veiligheidsstop van drie minuten op vijf meter diepte, deden we dit dan ook. Helaas was mijn BCD (het vest waarmee je je drijfvermogen bepaald tijdens het duiken) lek en moest ik veel moeite doen om mezelf boven de golven uit te laten komen. Hoewel ik minder bang ben dan vroeger, voel ik me nog altijd fijner onder water dan aan het oppervlak. Na een kleine tien minuten in het water kwam onze boot aan, waardoor ik mezelf veilig aan land kon krijgen. Eenmaal op de boot werden we als groep beloond met een glimmende groep dolfijnen die in de verte aan de horizon verscheen. Al met al had ik genoeg gezien en meegemaakt om het prijskaartje van deze duik goed te praten.

Na het duiken deed ik rustig aan en spendeerde ik de rest van de middag op bed, voor ik met Amber wat zou gaan eten in het stadje. Toen we langs een Japans restaurant liepen en we opeens tegen onze vrienden van de avond ervoor aanliepen, veranderde onze plannen. Chris vroeg of we mee gingen naar hun penthouse voor een barbecue. Veel Australischer kon het haast niet. We liepen naar de Aldi voor boodschappen en berichten ook Daire dat hij kon komen. Op het kruispunt keken we elkaar stuk voor stuk vragend aan, toen een lange man met een pet op en een trui aan langs ons liep. “We hebben God gezien!” Zei Rhian. De man gaf ons een knikje en liep met zijn kinderen door. De man in kwestie was Chris Hemsworth, de acteur die onder meer Thor speelt in Marvel films zoals Avengers en Thor: Ragnarok. Omdat hij met zijn kinderen was, lieten we hem natuurlijk met rust, terwijl ik plaatsnam bij het Japanse restaurant waar Amber en ik eigenlijk zouden gaan eten. Later die avond zou ik hem nogmaals tegenkomen. Niet zo gek, want in 2014 kocht Hemsworth een stuk land in Broken Head waar hij een huis van om en nabij de vijftig miljoen dollar op liet bouwen. Ik snap wel waarom. Het is een prachtige omgeving. Dichterbij God ben ik nog nooit geweest.

We aten in het exclusieve penthouse van Chris en Rhian, keken de eerste wedstrijd van de State of Origin, waarbij Queensland en New South Wales het tegen elkaar opnemen in een Rugbywedstrijd en gingen hierna nog een keer uit in Byron Bay, voor we onze reis na een daadwerkelijke rustdag vervolgden.