← terug naar de atlas

Watsonville · jul 2025

Kampvuur en wildkamperen in de Outback

Kampvuur en wildkamperen in de Outback — Watsonville

Nadat ik met Daire terug was gekomen uit het Daintree National Park stond de volgende korte roadtrip alweer op de planning. Mijn leven hier in 'Far North Queensland' is eigenlijk een aaneenschakeling van roadtrips, kansen pakken en zien waar ik uitkom. Zo ook dit korte maar interessante avontuur.

Misschien herinner je je Luana nog van vlak voor mijn aankomst in Cairns. Ik kwam haar tegen bij Josephine Falls, waarna we in gesprek raakte, zij mij een aantal keer speels duwde op de natuurlijke schommel en daarna bij ons aansloot voor het vervolg van onze dag. Destijds was ik natuurlijk nog met Daire, Michael, Dean en Jamie. Nadat ze eigenlijk naar onze slaapplek zou komen voor een aantal drankjes, veranderde onze plannen. Toch wilde ze graag nog een keer afspreken en besloten wij dus samen te gaan kamperen. Dat is iets wat je hier namelijk doet met mensen die je pas net kent. Het liefst zonder bereik en zo ver mogelijk van enige beschaving.

En zo kwam het dus zover dat ik haar na een middag in Cairns op donderdagmiddag ophaalde in Yungaburra, anderhalf uur verderop, waar ze werkte in een motel. We begonnen onze 'date', bij gebrek aan een beter woord, met een dinertje in de lokale pub, een potje pool en een biertje, voor we doorreden naar een vooraf door mij opgeslagen gratis kampeerplek. We namen mijn auto en reden, in het donker, richting het westen. De outback is vanaf de Atherton Tablelands, waar Yungaburra ligt, niet verweg. Althans, het begin ervan. De outback is groot. Ik rijd normaalgesproken ook niet in het donker in Australië. Straatverlichting is niet echt een ding hier namelijk en de hoeveelheden 'roadkill' langs de weg zijn schrikbarend. Dit keer maakte ik een uitzondering.

Iets na Herberton en voor Watsonville, twee kleine dorpjes, namen we een afslag die voelde als een grindweg. De locatie waar naartoe ik navigeerde was niet meer dan een stel coördinaten in google maps, maar het bleek genoeg. Niet veel later arriveerden Luana en ik in mijn rode auto op iets wat op een rivierbedding leek. Het was te ver landinwaarts voor krokodillen en tevens stroomde het water. Ik had gelezen dat het water niet geschikt was om in te zwemmen omdat het tevens de afvoer was van een nabijgelegen bedrijf. Er stond een andere auto en een vuurtje smeulde na. We zaten goed.

Ik klapte de daktent uit, terwijl Luana direct met het vuur begon. Niet ons eigen vuur, maar nog voor ik of onze buurman er wat van kon zeggen, had ze zijn vuur alweer aangewakkerd. Het duurde dan ook niet lang voor een Queensland's dialect uit zijn auto schreeuwde: "Build your own fire!" Ietwat lullig, maar ook wel begrijpelijk, angezien dit vuurtje op nog geen vijf meter afstand van zijn auto stond.

In de komende dertig minuten verzamelden wij takken, maakte Luana het vuur en zorgde ik voor de drankjes, voor het donker ons al snel vermoeid had. Ik had namelijk gereden en zij gewerkt. We keken nog even naar de onmiskenbaar heldere sterrenhemel terwijl we het vuur alweer lieten doven, voor we rustig gingen slapen.

De volgende ochtend pakte ik na een snel ontbijt bestaande uit een mueslireep en vrij sterke koffie de tent weer in. We reden richting de Curtain Fig Tree, nabij Yungaburra voor een snel bezoek voor we samen naar Cairns reden voor een goede lunch hier. We aten nacho's en taco's voor ik Luana weer naar Yungaburra zou brengen. Ik geef toe, een onlogische route met veel kilometers, maar het was gezellig. Het laatste deel van deze roadtrip ging echter minder soepel.

Toen we begonnen aan onze rit naar Yungaburra, via dezelfde route die ik al eens had afgelegd die dag en welke ik ook op mijn terugweg nar Cairns weer zou moeten afleggen, was er nog niets aan de hand. Halverwege de bergketen die we moesten overbruggen, stond het verkeer echter opeens stil. Ik had net met Daire afgesproken samen naar Jurassic World te gaan in de bioscoop, toen we in de file stonden. Er stond een auto in de fik op de smalle bergweg en tot overmaat van ramp hoorden we opeens een enorme knal. Ik verzin dit niet, maar de auto in kwestie had het begeven en een enorme zwarte rookwolk volgde. Een alternatieve route, via Kuranda (bovenlangs) of via Malanda (onderlangs) zou minimaal twee uur toevoegen aan onze reistijd. We waren inmiddels namelijk maar twintig minuten van Yungaburra vandaan. Er zat niet veel meer op dan wachten.

Wachten deden we, terwijl we met verschillende bestuurders in de file praten over de huidige stand van zaken. Ongeveer drie kwartier later konden we eindelijk rijden en na een korte stop en een afscheid in Yungaburra begon ik aan mijn terugrit naar Cairns, inmiddels weer hongerig en compleet uitgeput, kwam ik weer aan in Gilligan's, het hostel, waar Daire op mij lag te wachten. De film moest maar wachten tot de volgende dag. Dit was genoeg voor vandaag.