← terug naar de atlas

Ban Tai · dec 2025

Koh Phangan - Meer dan de Full Moon Party

Koh Phangan - Meer dan de Full Moon Party — Ban Tai

Wie denkt aan Koh Phangan, denkt vooral aan misschien wel het grootste feest van Zuid-Oost Azië, de Full Moon Party. Één keer per maand komt heel backpackend Thailand bij elkaar om zich ongegeneerd de kloten in te zuipen, letterlijk met vuur te spelen tijdens het touwtje te springen en vooral mee te maken, waarom dit evenement zo groot is. Hoewel ook ik geïnteresseerd ben in deze kant van Koh Phangan, gaat dit verhaal over al het andere dat dit eiland te bieden heeft. Het was echter nog vijf dagen tot de speciale nieuwjaars versie van deze Full Moon Party zou losbarsten, maar daarover later meer.

Het zal je niet verbazen dat de periode rondom kerst en oud en nieuw ook in Thailand, een van oorsprong toch boedistisch land, de drukste periode van het jaar is. Een van de gevolgen hiervan is dat de kosten van accomodatie dan ook de pan uit reizen. Ik, die het liefst zo min mogelijk plan, raak daar niet van de leg, maar het is wel even puzzelen. Omdat ik samen met Heini zou blijven voor de komende vier dagen, waarna wij beide een ander hostel hadden geregeld, waren onze opties iets beter. Op eerste kerstdag, de dag voor we zouden uitchecken bij Ban’s Guesthouse op Koh Tao, speurden we Hostelworld, Booking en Agoda af, in de zoektocht naar een thuis voor de komende dagen. Uiteindelijk kwamen we uit bij een strandresort in het zuid-oosten van Koh Phangan. Voor twintig euro per nacht boekten we een huisje op zo’n dertig meter van de zee. Dit klinkt fantastisch, maar er zaten wel een aantal haken en ogen aan.

De reis naar ons tweede eiland in de Golf van Thailand verliep voorspoedig. Vanaf het gasthuis in Koh Tao bracht een taxi ons naar de haven en konden we snel de boot op. We besloten bovenop het dek te zitten, in de hoop dat we niet werden geraakt door de storm die we in de verte zagen aanwaaien. Alsof de kapitein hier ook bang voor was, voer hij met een grote maar kundige boog om de donkere wolken heen. Na ongeveer anderhalf uur kwamen we aan in de haven van Koh Phangan. Het eiland ligt tussen Koh Tao en Koh Samui in en zit ook qua grootte tussen de twee eilanden in. Omdat Heini op de boot aan de praat was geraakt met een stel Finse mannen, had ze een aanrader gekregen voor ons uitgestelde ontbijt. Heini is iemand die na het opstaan zo snel mogelijk eten nodig heeft, ik heb het omgekeerde. Ik begrijp het concept van ontbijt niet helemaal. Geef mij maar een kop koffie en een goede lunch een paar uur later.

Deze brunch was eigenlijk helemaal niet zo fantastisch, maar het deed zijn werk. Ik at een hamburger, zij quesadilla’s en we waren klaar om zo snel mogelijk naar onze accomodatie te gaan. Bij het aanhouden van een taxi, kwamen we echter achter een klein probleem. De enige weg die naar Big Blue Bungalows leidde, was namelijk alleen begaanbaar met een auto met vierwielaandrijving. Alle taxis op het eiland waren hier, op zijn zachtst gezegd, niet mee uitgerust. De chauffeur gaf ons aan voor vierhonderd baht naar het strand te kunnen rijden, waar vandaan wij een taxiboot konden nemen. We accepteerden en gingen het avontuur maar aan. Eenmaal bij het strand, waar over een midweek het vollemaansfeest zou plaatsvinden, troffen we een deels uitgestorven en verwaarloosd strand aan. Tot zover was Koh Phangan nog niet het paradijs, dat onder andere Reisjunk en andere online media hadden beloofd. Al snel werden Heini en ik met onze rugzakken gespot als toeristen en richting de boten geleid. De adder onder het gras werd alleen snel duidelijk. Een hele boot kostte namelijk drieduizend baht, zo’n tachtig euro. Ook voor een ritje van ongeveer tien minuten. Dit was de maffia van het Thaise eiland in volle glorie. Er zat voor ons dan ook niets anders op, dan wachten tot vier anderen ook een taxiboot nodig hadden. Al snel sloten een Israëlisch meisje en een vrouw uit Zwitserland zich bij ons aan. Met z’n vieren zaten we ruim anderhalf uur te wachten omdat we, inmiddels principieel, geen achthonderd baht per persoon gingen betalen voor zo’n kort ritje. Het Israëlische meisje kwam uiteindelijk met de oplossing, een taxi mét vierwielaandrijving die ons binnen drie kwartier naar The Sanctuary zou brengen, een resort aan de baai naast die van ons. Het was in ieder geval iets.

Toen wij eenmaal wegliepen, kwamen de heren van de taxiboot natuurlijk achter ons aan gereden op hun scootertjes. Hopelijk leren ze hiervan en wachten ze de volgende keer niet twee uur met het doen van hun beste aanbod. We gingen met de auto. Achterop de pickuptruck zaten Heini, het Zwitserse meisje, een duitse jongen en ik met gevaar voor eigen leven. Het was een echt off-road avontuur, zoals ik ze alleen uit Australië kende, maar dan zonder de voorzorgsmaatregelen. Na een junglerit van drie kwartier kwamen we inderdaad aan bij een pitoreske baai met een mooi resort. Dit was echter niet onze ‘twintig euro per dag’-accomodatie, waar ook de Duitse jongen verbleef. Hiervoor moesten wij nog ruim een kwartier de heuvel op en af lopen naar de andere baai. Eenmaal hier, kwamen we echter wel terecht in de houten hut die het dichtst bij de zee en het restaurant lag. Hoewel er geen airconditioning was, werden we wel getrakteerd op een ronddraaiende ventilator. We kleedden ons snel om om een duik te nemen in de woeste zee, voor we genoten van een koude douche en ons richting het restaurant begeefden. Hier hadden ze een menukaart met maarliefst tweehonderd gerechten, westerse burgers en pizza’s, Israëlische schnitzels en Thaise curry’s en rijstmaaltijden; stuk voor stuk aanpasbaar met kip, groenten, garnaal of rundvlees. Ik ging voor de loempia’s. Omdat het een lange dag was geweest keken we de film die ze in het restaurant afspeelden, speelde we een potje Uno en gingen we naar bed.

De volgende dag voerden we zeer weinig uit en probeerde ik eindelijk weer eens tot rust te kome. Ik keek wat op mijn laptop, nam een ochtendduik, las mijn boek - dat ik tot mijn eigen ergernis nog steeds niet uit had - en we aten bij het restaurant iets verderop, tussen de twee baaien in. Hier kwamen we erachter dat er blijkbaar een feest zou zijn bij een plek die Edens Garden heet. Na een heerlijk stuk eend en een potje pool, besloten we toch maar een kijkje te nemen. Was dan zelfs dit afgelegen stuk Koh Phangan een feestbestemming. En of!

Bij de ingang stonden bordjes met “No photos” en “What happens in Eden stays in Eden.” En aan de bar verkochten ze lolly’s, joints en zonnebrillen. Dan weet je het wel. Heel de avond gingen er taxiboten vol Engelsen, Russen en Israëliërs van Full Moon Beach naar onze baai. Hoewel wij er om twee uur ‘s nachts een einde aan breiden, werd ik zowel om zeven als tien uur in de ochtend wakker door het gebonk van het feest, dat nog altijd gaande was. Toen wij om twaalf uur, na alweer een ontbijt van Pad Thai, langs de beachclub liepen, naar Haad Wai Nam, een van de andere baaien, was het feest nog altijd gaande en drukker dan toen wij zo’n tien uur eerder vertrokken. Dit zou nog even zo doorgaan. Hoewel wij kwamen voor de rustige kant van Koh Phangan en we deze ook weldegelijk gevonden hebben, blijft het eiland altijd klaar voor een feestje.

Die rustige kant kwam vooral uit onszelf. In plaats van naar ieder feestje gaan, hingen we liever overdag op het strand, waarna we ‘s avonds wat probeerde te kijken op mijn laptop, ondanks dat het internet niet altijd meewerkte. We zaten tenslotte op een eiland. De laatste twee dagen vlogen voorbij. Ontbijten deden we doorgaans bij dezelfde plek, waarna we een aantal spelletjes Uno en Qwix speelden, zwommen, aten en wéér wat keken. Het was fijn om eventjes gas terug te nemen, voor het nieuwjaars spektakel zou losbarsten. Op dertig december namen Heini en ik de taxiboot terug naar Haad Rin, waar we vier dagen eerder nog bijna twee uur zaten te wachten op dergelijk vervoer. Voor ons was het na een kop koffie en nog één spelletje Qwix ook tijd om afscheid te nemen. Na elkaar een jaar niet gezien te hebben, reis je zo opeens weer twee weken samen, maar zoals ik mezelf heb beloofd wil ik mezelf vanaf januari weer volledig onderdompelen in de backpackcultuur die ik inmiddels zo liefheb.

Wat oud en nieuw betreft, hoop ik dat iedereen die dit leest een fantastische einde van 2025 mag meemaken, met een nog beter 2026 in het verschiet. Mijn jaar is fantastisch geweest, maar daarover later meer.