← terug naar de atlas

Kuta · mrt 2026

Kuta - Nog een keer die sunshine en dan is het op.

Kuta - Nog een keer die sunshine en dan is het op. — Kuta

Minder dan vier maanden geleden vertrok ik vanuit Cairns met het vliegtuig naar Bali om mijn Azië reis te starten. Veel avonturen verder, check ik na mijn vertrek uit Tetebatu, in bij mijn laatste accommodatie, voor ik weer een nieuwe weg insla. Het is snel gegaan, bedenk ik me, wanneer ik na een korte tussenstop bij de familie van mijn chauffeur, in de taxi zit naar Kuta.

Kuta is een kustdorpje in het zuiden van Lombok en vooral niet te verwarren met de gelijknamige stad op Bali. Waar de Balinese stad sfeer mist en vooral groot en onoverzichtelijk is, ademt Kuta sfeer en is het een toeristische hotspot, zonder volledig te zijn overgenomen, door volk zoals ikzelf. Je hebt er één straat met de lekkerste restaurants een aantal goede resorts, gyms en hostels, maar verder is het dorp vrij autheniek en ben je snel de drukte uit.

Sammy’s homestay staat goed aangeschreven op de verschillende bookingssites, maar mijn ervaring is gemixt. Omdat ik alleen reisde, kreeg ik namelijk een andere kamer dan degene die ik hier had geboekt. In plaats van een nette kamer met witte muren, een eigen badkamer en twee enkele bedden, kreeg ik een halve boomhut, die ik deelde met een andere gast, een halve plastic badkamer zonder spiegel en een simpel matras op de grond. De reden dat ik deze homestay had geboekt was echter omdat ik twee vrienden zou ontmoeten, die ik eerder in Vietnam had gezien. Jan en Casper, de twee Finse gasten die ik met Heini ontmoette in Da Lat, waren hier namelijk ook en we hadden sindsdien meerdere keren contact gehouden over onze reis.

Na de Finse jongens weer te hebben ontmoet aten we samen bij een pizzarestaurant in het centrum. Ik geef toe, het eten was hier niet goedkoop, maar het was heerlijk. Het was tevens een goede bodem voor de avond die komen zou. Ik zou mezelf niet zijn, als ik niet nog één keer helemaal gek zou doen, in de laatste drie dagen van mijn trip door Zuid-Oost Azië.

De avond begon achterin het pizza restaurant, waar terwijl wij onze pizza aten en voorzichtig een slushy limoncello dronken, de DJ al was begonnen met draaien. Het stroomde langzaam vol en de avond was begonnen. We dronken een biertje, terwijl we, zoals het hoort, de dansvloer afgingen om te kijken wat voor vlees we in de kuip hadden. Ik ben niet perse een clubtonger, maar kijken kan altijd. We sproken echter ook af, niet te vroeg te pieken. Niet alleen wil je zelf niet om tien uur naar huis, ook zal geen enkele vrouw op dit tijdstip haar vriendinnen verlaten en met je meegaan.

We gingen naar de volgende bar, waar op straat een band speelde terwijl wij drankjes dronken van de M-Mart, een soort 7/11 achtige winkel. Intussen kwamen er talloze kinderen langs die stuk voor stuk voor geld spelletjes wilden spelen en armbandjes kwamen verkopen. Niet vandaag.

Lichtelijk beschonken en een aantal plasstops verder eindigden we de avond op het strand. Het was nog nieteens zo laat, totdat het dit wel was. Zoals het altijd gaat. De eerste helft van de avond kruipt voorbij, de tweede vliegt. Wellicht was het moment dat ik drie Vodka Redbull - of Reka Vodbull, zoals de Finnen dit noemden - haalde, het moment dat de avond de lucht in schoot. Casper moest al snel naar huis, maar Janne en ik bleven en moesten onze tactiek hierom even bespreken. “Wat gaan we doen?”

We besloten bij twee meiden te gaan zitten, die samen maar lichtelijk ongemakkelijk op een bankje zaten. Al snel praatte ik met een van hen en Janne met de ander. Ik weet niet hoe het zo snel ging, maar het duurde niet lang voor de dame met wie ik aan het kletsen was in haar jurk in het water stond. Iemand had het idee geopperd om te gaan skinny dippen. Ik kan het toch niet geweest zijn? Goed, zij maakte ervan dat we met al onze kleding het water ingingen. En zodra we weg waren van de club en in het water stonden werd er dan toch getongt. Zoals ik zei. Ik ben geen clubtonger.

Daar stond ik dan, in mijn onderbroek in de Indonesische zee, met een Duitse meid wiens naam ik niet meer weet. Janne ging naast mij tekeer met zijn Oostenrijkse variant. Het was grappig, gezellig, maar ook zeker tijd om naar huis te gaan. Janne’s scooter stond nog in de stad en dus gingen we, verstandig als we zijn, lopend naar huis. Nee excuses, dit lieg ik, maar we kwamen veilig aan en het was een kort ritje van drie minuten. Eerlijkheid gebied te zeggen dat Janne twee dagen later op het zelfde traject was gevallen en thuis kwam met een grote wond op zijn arm. Dat zou mij nooit zijn overkomen.

De volgende dag deden we logischerwijs rustig aan. De jongens en ik waren lichtelijk brak en ontbeten dus laat bij een westers zaakje. Ik nam een pokebowl, een smoothie en een ijskoffie. Hierna haalden we nog een Pocari Sweat tegen de kater. We gingen naar het strand en lagen hier tot een uur of vijf. Ik was erg tevreden over mijn leven. Die avond spraken we met z’n drieën af met Frida, die inmiddels ook in Kuta was aangekomen. We aten heerlijk bij een Chinees dim sum restaurant en gingen na een aantal goede gesprekken - met Frida is het altijd raak en tussen haar en de jongens klikte het ook goed - gingen we vroeg naar bed. Ik begon me inmiddels iets minder goed te voelen.

Met Frida had ik afgesproken samen naar Sade Village te gaan, een traditioneel dorp, waar je als toerist heen kon. Echter voelde ik me niet fantastisch en was ook Frida inmiddels ziek geworden, al had ze compleet andere klachten als ik. We deden rustig aan en zaten eerst twee uur te praten bij haar homestay, terwijl we een smoothie dronken. Met de scooter reden we vervolgens in tien minuten naar het dorp, waar we samen een rondleiding kregen van een lokale man. Hoewel alles op basis van donaties was, had ik toch het idee dat het een beetje een opgezet dorp was. Desondanks hadden we het naar onze zin, zelfs toen we redelijk ongemakkelijk samen op de foto moesten bij de liefdesboom van het dorp. We waren alleen niet getrouwd, nieteens een stel of zelfs maar gezoend. Ach, dat hoefde onze gids niet te weten.

Na ons bezoek aan het dorp dronken we een bak koffie in Kuta, waar ik ook nog een gembershot bestelde. Alles om sneller beter te worden. Hier kwamen we een Nederlandse meid tegen, die Frida kende van een eerdere bestemming. We besloten met haar te gaan eten en ik zou de Finnen uitnodigen voor een groter gezelschap. Een groot gezelschap werd het zeker aangezien de Nederlandse Tiba in de tevens Nederlandse groepschat had geroepen waar en wanneer we gingen eten. Hdet was een lieve meid, maar dit was niet geheel mijn idee. Uiteindelijk zaten we met twaalf man aan tafel.

De avond eindigde voor mij weer vroeg op het strand. Ik voelde me nog steeds niet goed en dus moest ik mijn laatste avond uitgaan in Kuta aan mij voorbij laten gaan. Wellicht was het een goed idee. We hebben genoeg mooie avonden uit gekend en er zullen er ongetwijfeld meer volgen. Een leuk toeval was nog wel dat ik een vrouw uit Den Haag tegenkwam, Barbara, die bij Café De Oude Mol werkte. “Dan ken je mijn ex Lois vast?” zei ik. “O mijn god, jij bent andere Bas?!” Na mijn vertrek had mijn ex een andere vriend die tevens Bas heette, in hoeverre ik hem ken een goede jongen hoor. Met hem was zij dan weer bevriend. We moesten er wel om lachen en vervolgens hadden we een half uur een gesprek over Den Haag, voor zij en ikzelf beide afdruipten.

Mijn laatste dag in Indonesië was aangebroken en hiermee mijn laatste dag van deze reis door Zuid-Oost Azië. Wat dit allemaal voor mij betekent, beschrijf ik later ongetwijfeld, maar de vraag was nu vooral, wat je doet op zo’n laatste dag. Het vervelende detail wilde helaas alleen dat ik nog altijd ziek was. Ik sla mijn laatste avond natuurlijk niet met plezier over. Wellicht was het de Duitse dame van het strand, met wie ik schaamteloos had staan zoenen, of had ik het ergens anders vandaan, maar dit virus zou niet zomaar verdwijnen. Ik had er maar mee te leven.

Ik besloot, nadat ik met moeite mijn kamer had opgeruimd en alles had ingepakt, met de scooter op pad te gaan, voor een ereronde en een ode aan Lombok. Ondanks dat ik op mijn laatste benen stond, reed ik met veel plezier en vooral zonder doel richting het westen van het eiland. Ondertussen hoestte ik de longen uit mijn lijf, stopte ik mezelf met verschillende pijnstillers, strepsils, hoestdrank en zakjes kruidenmedicijn. Ik bezocht een uitzichtpunt, nam een foto, reed weer door en deed dat nog drie keer. Ik genoot van het uitzicht, maar mijn energie raakte op terwijl ik terug naar het hostel reed. Ik zei gedag tegen Janne en Casper en stapte in de taxi terwijl de lokale aapjes net hallo kwamen zeggen bij de homestay. Het was een zwaar maar mooi einde van mijn reis door Azië. Ik reed Kuta uit, opweg naar het vliegveld, waar mij een lange reis te wachten stond. Ik keek op tegen de reis, het ziek zijn, maar niet de bestemming.