Mae Hong Son Loop - Mae Sariang & Doi Inthanon

Omdat ik jullie na deze trip veel te lezen geef en je waarschijnlijk nog aan het bijkomen bent van het vorige verhaal - en omdat de volgende ook een heftige gaat zijn! - gaan we er in dit laatste deel van de Mae Hong Son Loop wat sneller doorheen. We reizen op dag drie door naar Mae Sariang, de tot dan toe langste rit op een motor voor ons. De gehele route duurde ongeveer drie uur en nam daarmee het grootste deel van de dag in beslag. Het was lekker rijden en we voelden ons allemaal comfortabel op de motor, hoewel die van mij duidelijk kuren had in de plastic constructie. Die van Just daarentegen had wat moeite met naar boven komen. In de bochten en op de vlakke stukken, was het echter genieten geblazen.
Na een korte eerste stop voor een kop koffie kwamen bij de tweede pauze een tweetal Engelsen tegen die dezelfde rit op hun zestigste aan het maken waren. Het waren twee leuke heren die we later nog zouden ontmoeten voor een drankje in Mae Sariang. Het dorpje zelf was klein, maar we hadden een leuk hotel geboekt met twee privékamers. Waar je zou denken dat Miro en Just weleens klaar konden zijn met naast elkaar liggen, waren ze er inmiddels zo aan gewend dat ik wederom alleen mocht liggen.
‘S-avonds was er hier weinig te doen. Het was echt een doorreis punt, hoewel de rivier een leuk uitzicht gaf. We dronken een paar biertjes terwijl we een spelletje speelden en kwamen zoals gezegd later weer in contact met de Engelsen. Toen wij aangaven een joint te gaan roken, konden ze niet anders dan aansluiten, tot Roland, de stoner van de twee non verbaal ging door de in Thailand nog altijd legale groene substantie.
De volgende dag had Miro een leuke accomodatie voor ons geboekt richting Chiang Mai. We hadden ons alleen een beetje op de afstand verkeken en dus betekende dit dat we op deze een na laatste dag van onze loop maarliefst vijf uur en dertig minuten op de motor zouden zitten. Los van het feit dat het lastig is om je zo lang te concentreren, kregen we hier ook een betonnen reet van.
We reden eerst naar Doi Inthanon, Thailand’s hoogste berg. Op ruim tweeënhalf duizend meter hoogte lag het hoogste punt van het land. Het was hier echter zo koud, dat we na een aantal snelle foto’s zo snel mogelijk naar beneden wilden. We waren natuurlijk ook al ruim drie uur aan het rijden. We sloegen een aantal uitkijkpunten over om zo weer naar beneden te racen.
Waar het rijden tot dat punt erg goed ging en het bijna leek alsof we het benodigde rijbewijs gewoon op zak hadden, nam de concentratie af en moet ik zelfs zeggen dat ik in het vijfde uur een aantal keer rechtdoor de bocht uit schoot. Weliswaar met lage snelheid. We waren dan ook erg bij om eindelijk aan te komen bij onze accomodatie op ongeveer een uurtje rijden van Chiang Mai.
Waarom hier, vraag je je wellicht af. Just en Miro hadden nog geen olifanten gezien in hun tijd in Thailand en laat onze accommodatie - 27 euro per nacht voor drie personen - een olifanten opvang was. We hadden een simpele kamer met een prachtige veranda die uitkeek over een stuk land waar meerdere enorme Aziatische olifanten rondliepen. Tot diep in de nacht hoorde je ze af en toe het bekende toeterende geluid maken. We hadden een aantal mooie gesprekken en besloten ook de komende tijd samen verder te reizen, hoewel dat simpelweg ook de logische optie was. Je bent dus nog niet van de drie musketiers af.
Op de laatste dag van onze motortrip reden we onze drie motoren naar Chiang Mai. We voelden ons voldaan, maar ook zeker klaar met die eindeloze betonnen kont. Je hoeft dan wel niet te trappen, maar urenlang in dezelfde positie zitten, voel je wel.
Hier laat ik jullie achter, maar ga maar vast zitten voor de volgende… Er staat een hoop te gebeuren.