Mae Hong Son Loop - Over de grens

Onze tweede dag van de Mae Hong Son Loop begon en eindigde in het gelijknamige stadje. Wat er gedurende de dag zou gebeuren, konden we ons echter vooraf niet voorstellen. Miro, Just en ik hadden voor onze tweede dag als bikers besloten een bezoek te brengen aan Ban Rak Thai, een klassiek Chinees dorp aan de Thais-Birmese grens. Na een flitsbezoek aan de Su Tong Pae Bridge, waar we een dag eerder niet op konden, reden we ongeveer zeventig kilometer door naar het noordwesten, voor we in het traditionele dorp aankwamen. De weg was, zoals we van het begin van de loop gewend waren, in goede conditie maar bochtig. Het vormde hierdoor een goede oefening voor onze motorvaardigheden.
Toen we aankwamen in Ban Rak Thai moesten we allemaal eventjes om ons heen kijken. Het oogde meer toeristisch dan verwacht, lichtelijk grimmig maar ook pittoresk. Het was vooral erg klein en gecentreerd rondom een meer in het midden. Omdat we erg weinig hadden gegeten en het ontbijt eerder ook een beetje tegenviel, besloten we luxe te lunchen bij een van de vele Chinese restaurants. Deze was gespecialiseerd in gerechten uit de regio Yuhan, waar een deel van de bevolking van Ban Rak Thai vandaan komt. Voor wij hier echter aan toe kwamen, werden we, net als de rest van het dorp, opgeschrikt door een amber alert achtig alarm op onze telefoon. Door alle luidsprekers van alle telefoons van iedereen op straat klonk een luid alarm. Ik dacht vrijwel direct aan een aardbeving, aangezien we dichtbij de Burmese grens zaten. Het bleek uiteindelijk te gaan om een test, die net als in Nederland maandelijks werd uitgevoerd.
Eenmaal bij het restaurant was het eten goed maar vooral erg veel. Dit werd alleen maar meer aangezien Just niet van koriander houdt en dit in vrijwel ieder gerecht verwerkt zat. We kregen een hele vis, varkenspoot, soep, kimchi salade en meer. Miro en ik konden er beter van genieten. Na het eten had ik eigenlijk nog maar één doel voor ogen. Ik wilde naar de grens met Myanmar, die op negenhonderd meter afstand lag. Het idee was om te kijken hoe ver we konden komen, zonder hier overheen te gaan of op welke manier dan ook in de problemen te komen.
Op onze motoren reden we van het restaurant de straat uit, naar links en bij de splitsing naar rechts tot we op een van twee half geasfalteerde stroken een grasveld inreden. In onze richting liep een mannetje zonder arm vrolijk lachend langs ons. Na een halve minuut door het grasveld rijden, stopte Just en zei hij dat we volgens Google Maps zo Myanmar waren ingereden. We wachtten op Miro en besloten nog een paar meter door te rijden, waar een hek stond om ons tegen te houden verder het land in te gaan. Dit bleek uit het opgehoopte prikkeldraad naast het hek. De geïmproviseerde deur werd overigens alleen bewaakt door een enkel slotje. Achter het hek stond een kleine controlepost en een houten constructie met een spandoek. “Welcome to WA National Army 767 Land” Dit zei ons toen natuurlijk niets, maar wij voelden direct dat we een grens waren overgestoken die wettelijk gezien niet bestond.
Toen wij onze motoren net hadden neergezet en wij met onze camera’s door het hek filmden, kwam er een man aanlopen die wederom vriendelijk lachend het hek opende. Zonder te aarzelen verwelkomde hij ons zijn land op. Wellicht hadden we hier een tweede keer over nadenken maar het was voor ons al vrij snel duidelijk dat we weldegelijk een kijkje zouden nemen, het zag er allemaal vrij onschuldig uit en de man zelf was ook gewoon geïnteresseerd. En dus liepen we door de enkele deur Myanmar in. Nu hoop je natuurlijk op een verhaal waarbij we netjes een stempel halen en door nog een prachtig land zouden reizen. Zo ver kwam het echter niet.
Myanmar is namelijk een land dat op dit moment formeel onder de controle staat van de militaire Junta die een aantal jaar terug een staatsgreep heeft gepleegd en regelmatig luchtaanvallen uitvoert. In realiteit staat het land voor grote delen onder controle van ethnische milities. Het deel van het land waar wij kortstondig voet in zetten staat ook onder controle van diverse milities, die voornamelijk hun eigen cultuur en territorium proberen te bewaken. Als het ruikt naar een burgeroorlog, dan is het dat meestal ook. Ik werd dus ook vrij gespannen toen wij naar het prachtige uitzicht vanaf de grenspost keken en onze in camouflage gehulde vriend in half Burmese en half Engels zei waar we wel een niet heen mochten. Waar we nu stonden, was het oké, kwam het op neer.
Het was waarschijnlijk een halve minuut later dat we in onze ooghoek een man zagen aankomen lopen met een semi automatisch geweer, ouder dan je normaal gesproken zou zien bij een gemiddelde grenspost. Om onszelf te beschermen besloot ik dat ik het genoeg vond. Ik keek de jongens aan en we bedanken de twee heren, voor we terugliepen naar de poort. Het was een bijzondere ervaring, maar het was genoeg. We waren tenslotte technisch gezien illegaal de grens overgegaan en ik kan me alleen maar voorstellen dat het land hier omheen met andere rebellengroepen met minder vriendelijke intenties zou zijn bedekt.
Op onze motoren reden we zo snel als we konden terug naar Ban Rak Thai om vervolgens terug naar Mae Hong Son te rijden. Later vogelde ik uit dat onze situatie niet zo gevaarlijk was, als deze had kunnen zijn. De WNA is een relatief kleine groep strijders die vooral bestaan ten behoeve van het behoud van territorium, bestaansrecht en hun cultuur. Deze cultuur is gelieerd aan Chinese cultuur en politiek, wat te begrijpen is als je Ban Rak Thai ziet. De Junta laat ze tot op heden met rust omdat het geen strijdende militie is. Je zou ze dus kunnen zien als een groep in rust die zichzelf alleen probeert te beschermen. Contact met toeristen is hierin ook niet uniek aan onze situatie.
Belangrijk voor onze reis is natuurlijk dat we het vlaggetje Myanmar kunnen claimen en vooral dat we hier wederom zonder kleerscheuren uit zijn gekomen. Morgen gaat de Mae Hong Son loop gewoon weer verder.