← terug naar de atlas

Mount Schank · mrt 2025

Met Miro en Just kamperen in Eight Mile Creek

Met Miro en Just kamperen in Eight Mile Creek — Mount Schank

Vorig weekend heb ik een trip gemaakt waar ik erg naar uitkeek. Ik vertrok na mijn ochtenddienst op dinsdagochtend namelijk richting Zuid-Australië om Miro en Just te bezoeken.

De jongens hadden geregeld dat we op een afgelegen stuk van hun boerderij konden kamperen van dinsdag tot vrijdag. Ik had alleen een beetje onderschat dat de rit van drie uur, die mij de staatsgrens over zou brengen, erg vermoeiend zou zijn na een ochtenddienst werken van vier tot elf. Daarbij kwam ook nog het feit dat ik na werk, samen met een collega, een klein klusje moest doen in Timboon. Dit duurde allemaal langer dan gehoopt en kwam dus bovenop de dag die ik al had.

Heel Victoria staat vol met borden aan de rand van de weg met teksten als ‘Drowsy drivers die!’ en ‘Tired? Wake up to yourself!’ Dit is een voorbode voor de lange wegen die je hier in Australië kan afleggen. Iets wat je dus absoluut niet moe moet doen. Ik was kapot. Zonder grappen had ik moeite met het open houden van mijn ogen en merkte ik op een gegeven moment zelfs dat ik even compleet vergat dat ik op de weg zat. Levensgevaarlijk natuurlijk. Het zijn de duivel en het engeltje op mijn schouder die vechten om te stoppen en door te rijden. Achteraf is het natuurlijk goed gegaan, maar het was een spannende ervaring, die ik de volgende keer beter zal moet aanpakken. Ik maakte dit keer in ieder geval een stop in Warrnambool voor een extra krat bier en wat andere boodschappen en probeerde wat uit te rusten. Maar goed, hoe rust je uit na een dienst die om vier uur ‘s-nachts begon? We moesten door!

De rest van de rit ging wat beter, maar ik moest mezelf wel actief wakker houden. Ik was dan ook blij toen ik na ongeveer drie uur aankwam bij de poort zoals deze op de foto’s die Miro had gestuurd beschreven stond. ‘Dit is je ingang vanaf het punt dat ik stuurde’ Duidelijk! Ik reed een lange rechte zandweg op, die me langs verschillende paddocks leidde, tot ik aankwam bij het tweede referentiepunt. ‘Dit hek is nog open, daarna kan je het hek weer dichtdoen.’ Ik stond inderdaad voor een open hek, waar me nog iets anders opviel. Voor mijn auto zweefde een drone die mij duidelijk aan het filmen was. Het voelde als het begin van een seizoen wie is de mol, die tot de climax zou leiden, waarbij ik de kandidaten en onze presentator zou ontmoeten.

De drone zweefde rustig voor me uit en wees de weg, die naar rechts afboog en vervolgens een rechte hoek naar links maakte, ik zat inmiddels op een van de paddocks en zag de koeien dus ook geïnteresseerd kijken, terwijl ik hun richting op reed. Ik was even kwijt waar ik heen moest toen de drone voor mijn neus landde. Ik pakte hem op en vond vastgemaakt aan de drone een belangrijk stuk proviand. Wel gewaardeerd. Miro belde mij en gaf me de verdere instructies om door de kudde koeien en om de afvalstapel heen te rijden, door een ander hek te gaan en recht op ze af te rijden. Aan de rand van het verste paddock vond ik de Toyota Landcruiser met daktent van Miro en Just. De jongens stonden mij op te wachten.

Hoewel ik erg moe was, kreeg ik energie na het zien van mijn vrienden en de prachtige plek waar we stonden. Omdat we helemaal in het wild stonden en hier dus geen voorzieningen waren, leidde Miro mij al snel naar de door henzelf gebouwde toiletten. Voor ieder één voor onze grote boodschappen voor de komende dagen. Het waren simpele maar nuttige constructies van gestapelde houten balken op een manier die ik uit duizenden herken als de creativiteit van Miro. De jongens stonden al een paar uur op onze kampeerplek en waren dit dus als project aangegaan.

De komende uren waren zoals verwacht als vanouds. We deden wat we altijd doen, praten veel en vooral over de verschillen en overeenkomsten van onze boerderijen. Wij hebben bijvoorbeeld een ‘sick herd’ en bij de jongens gaat de melk van de koeien met mastitis in een bucket. Erg interessant, althans zo voelde het even. We bespraken onze gezamenlijke haat aan koeien en het werk dat we deden en konden elkaar hierdoor ook even door de soms wel tergende drie maanden heen slepen. Toch wisten we allemaal waar we het voor deden.

Ook hadden Miro en ik het over muziek en het schrijven ervan. Zoals altijd blijven wij bezig op de meest onverwachte momenten. Creativiteit en inspiratie vinden we op plekken waar je het niet zou verwachten en er werd zelfs eventjes gitaar gespeeld. Niet te lang natuurlijk, want Just was er ook nog.

We verzonnen spelletjes door takken tegen een boom aan te gooien, aten hamburgers en saté van de BBQ en gingen vroeg naar bed. Dit was hoe het drie dagen ging. We verzonnen telkens wat nieuws om te doen, hoewel we ook veel niets deden. Ik begon op herhaaldelijk aandringen van Miro en Just eindelijk aan Arcane en lag de eerste avond al voor acht uur in bed. Laat ik herhalen dat ik moe was. De jongens ook. De volgende ochtend was het debuut van de zelfbouwtoiletten en ik moet zeggen, niet slecht! Het doet zijn werk.

De volgende dagen gingen niet veel anders. Miro bakte pannenkoeken en eigende zichzelf de taak van kok wederom toe. Dag twee en drie gingen ongeveer hetzelfde als dag één. We praten veel, zaten veel, dronken koffie en bier en speelde yahtzee. Ik had het geluk aan mijn kant en gooide vooral het eerste potje erg goed. Er werd zelfs nog gevoetbald, doordat we een poging deden een rondo te vormen en de bal naar elkaar hoog te houden. Dit ging met wisselend succes.

Al met al waren de dagen in Eight Mile Creek fijn en rustgevend. Zoals we allemaal concludeerden hadden ze dit ook wel echt even nodig. We besloten elkaar snel weer te zien en dit kunstje te herhalen, voor we de boerderij zouden verlaten. Zo hadden we allemaal weer wat om naaruit te kijken. Onder het toeziend ook van een mooie groep emoes, reed ik op vrijdagochtend de boerderij af om mijn weg terug te vervolgen naar Port Campbell. Drie uur rijden om vervolgens weer zeven uur te mogen werken. Het begin van alweer een werkweek.

Maar daarover later meer!