Met Miro, Just én Rob op tour!

Je kunt je inmiddels vast mijn leven in Mena Creek een klein beetje voorstellen. Ik pendel tussen een werkweek van vijf dagen in het park en twee dagen weekend waarin ik mezelf het liefst eropuit stuur. Na uitstapjes alleen naar Cooktown en Airlie Beach, en tripjes met Sara naar Malanda en Kuranda, was het dit weekend waar ik echt naar uitkeek. Niet alleen zouden Miro en Just langskomen, ook zouden ze Rob, Miro’s vader, meenemen, die voor zijn werk in Australië moest zijn. Na een aantal dagen in Sydney, zouden zij namelijk naar Cairns vliegen en de volgende dag naar Paronella Park komen.
Omdat mijn weekend overlap had met hun dagen in deze omgeving, besloot ik zelf ook richting Cairns te rijden en de nacht voor hun aankomst in Gilligans, waar ik inmiddels voor de zevende keer incheckte, te overnachten. Omdat het jaarlijkse Cairns Festival gaande was, waren er die week verschillende evenementen in de stad georganiseerd. Verwacht geen enorme festivals en live-optredens zoals Koningsnacht en Bevrijdingsdag in Nederland, maar er stonden wel wat projectoren die digitale kunt weergaven op de esplanade. Ik besloot om de volgende ochtend naar de Cairns Botanical Gardens te gaan, waar ze vanwege het festival een rondleiding zouden geven door deze tuinen. Met een koffietje in de bekerhouder van mijn auto reed ik hierheen en sloot ik aan bij de tour. In ongeveer een uurtje liepen we, luisterend naar het commentaar van een oudere, lieve maar soms ietwat slecht te verstane vrouw, door de botanische tuin. Het was buitengewoon leerzaam wanneer ze vertelde over het verschil tussen heliconias en gembers, hoe bomen door middel van bonen zichzelf voortplanten en dat een waaierpalm de plant op het embleem is op de Cairns Regional Council. Richting het einde van de tour werd het lichtelijk ongemakkelijk toen we langs een aantal Kauri bomen liepen. De gids gaf namelijk aan dat je deze het beste kon aanschouwen in, je raadt het al, Paronella Park. Toen ik vervolgens aangaf dat Paronella Park mijn werkgever is, zei ze: “Waarom ben je dan hier?”
Na de tour door de tuinen, had ik nog een halve dag over, voor Miro, Just en Rob aan zouden komen op het vliegveld van Cairns. Een van de uitstapjes die ik nog niet had gedaan, maar wel graag wilde doen, was er eentje naar Harley’s Crocodile Adventures. Hartley’s, zoals iedereen het hier noemt, is een dierentuin waar ze een grote lagune hebben, met hierin meerdere zoutwaterkrokodillen. Wat ik nog niet wist, is dat ze hier ook een hele hoop andere dieren hadden. Een perfecte manier om mezelf op een rustgevende manier een paar uur te kunnen vermaken, waren het niet dat het hele park die dag volgestroomd was met honderden schoolkinderen, die alle rust eigenhandig de deur uit gooiden. Desondanks had ik een mooie middag in de dierentuin. Tegenwoordig kijk ik er niet meer van op om alleen naar dierentuinen, musea en zelfs pretparken te gaan. Een van de vele veranderingen die reizen met zich meebrengt. Los van rondlopen, nadenken en staren naar dieren, sprak ik hier met een slangenexpert. Ik liet een aantal foto’s zien van de slangen die ik de afgelopen weken was tegengekomen. Hoewel ik dit vooral deed om de slangen te identificeren, wist ook hij mij hier geen uitsluitsel over te geven. Kleine nuances in de vormen van het hoofd, kleuren en patronen kunnen een enorm verschil maken. De krokodillenshows waren het hoogtepunt. Eerst een boottocht over de lagune met een leuk maar spannend voermoment en daarna een show die vooral het gedrag van een krokodil liet zien. Doodeng! Blijf vooral uit de buurt.
Na mijn, voor de verandering, zelf bekostigde uitstapje naar Hartley’s was het tijd om terug naar Cairns te rijden om met voor te bereiden en de jongens en Rob te ontmoeten. Omdat ik de stad inmiddels een beetje ken en de jongens’ locatie kan zien op zoek mijn vrienden, spelen we, zonder dat zij het door hebben, een kat en muis spel door het centrum van Cairns. Als ik ze eenmaal zie aanlopen, verstop ik me achter een bord om er vervolgens achter vandaan te springen wanneer ze langslopen. Een paar knuffels verder, lopen we al pratende door naar het italiaanse restaurant waar we eigenlijk hadden afgesproken. Hoewel het natuurlijk apart is om Rob opeens in Australië te zien, is het eigenlijk alweer normaal voor we bij het restaurant aankomen. We lachen flink tijdens het eten, drinken een bescheiden wijntje en besluiten vroeg ons bed in te duiken. Ik ga terug naar mijn hostel, terwijl zij naar een Motel in de buurt rijden.
De volgende dag hadden we namelijk afgesproken, dat ik als taxichauffeur zou optreden, terwijl zij de Skyrail zouden nemen. Omdat er de vorige nacht nog een wegblokade was, was er even spraken van dat ik nog mee zou gaan, maar omdat ik deze al eerder had gedaan, besloot ik de mannen naar boven te rijden, samen naar de Koala Gardens te gaan, en hierna naar beneden te rijden, terwijl zij de Skyrail naar beneden zouden nemen. Een strak plan, wat uiteindelijk vrijwel perfect uitpakte. Ik had zelfs nog genoeg tijd om voor Daan, een vriend uit Nederland én Miro’s neef, een sleutelhanger te kopen bij het tankmuseum. Ik had hem namelijk beloofd dat hij die van mij zou krijgen, maar omdat ik deze aan mijn sleutelhanger droeg, wad deze al lichtelijk versleten.
Nadat ik Miro, Just en Rob onderaan de berg in Smithfield had opgewacht, begon mijn taak als gids echt. Vandaag was het eventjes geen ‘Rob van TUI’, zoals de jongens en ik regelmatig naar Miro’s vader refereren, die werkzaam is als gids bij de Duitse vliegmaatschappij. Hoewel ik, onderweg naar Paronella Park, vooral watervallen in gedachten had, was het belangrijk om eerst op zoek te gaan naar een goede lunch. We kwamen uit bij een verrassend lekkere, maar absurd sfeerloze Japanner, waar we uiteindelijk onze eigen sfeer creeëerden door op de stoep een bento box leeg te eten. Toch een flink sfeertje. Hierna reden we in convoy door naar Babinda, waar ik de gelijknamige Babinda Boulders wilde laten zien. Het was een mooie eerste stop. Een korte wandeling, die ik eerder al eens beschreef en een paar mooie plekken voor foto’s. Vervolgens gaf ik de mannen een keuze. “Willen jullie de kans hebben om een wilde zoutwaterkrokodil te zien, of gaan we zwemmen bij de beste waterval in de omgeving?” Niet geheel zonder risico voor mij als gids werd het de krokodil. De oplettende lezer weet misschien nog dat ik eerder al eens, zonder succes, op zoek ging naar ‘Crocodile Clyde’, op de dag dat ik bij Paronella Park terecht kwam. Toen ik dit keer, met de mannen in een auto achter me, remde voor dezelfde treinbrug, had ik meer geluk. Er stond een andere man, een piloot voor het skydiving bedrijf in Innisfail, stond langs de rivier te staren naar de overkant. Hoewel Clyde niet op zijn gebruikelijke plek lag, hadden we wel een perfect zicht op een andere, hetzij kleinere, zoutwater krokodil. Rob en de jongens vonden het gaaf, dus de missie was geslaagd.
Voor we richting Paronella Park reden, maakten we een korte stop bij de bananen kraam in Innisfail waar ik een aantal lokale bananen haalde, om tijdens onze volgende stop op te eten. Toepasselijk, dacht ik, omdat we door het centrum van de Australische bananenindustrie reden. We reden door naar Etty Bay, waar mijn plan perfect samen kwam. Ik reed voorop en zag tot mijn eigen verbazing en geluk voor het eerst in twee maanden weer eens een ‘Cassowary’, zoals ik ze ken. Ik sprong zowat voor de auto van Miro, Just en Rob, die vervolgens uitstapten. Die laatste van de drie, en natuurlijk degene voor wie we dit allemaal deden, was direct enthausiast om na een wilde zoutwaterkrokodil, ook nog een Kasuaris, zoals ze blijkbaar in het Nederlands heten, te zien. Deze bijzondere vogel komt alleen voor in dit deel van Australië, Nieuw Guinea en de Molukken en is echt een wandelende dinosaurus. Hoewel ik hoopte om er een te zien op deze korte roadtrip, was het ook voor mij een behoorlijke tijd geleden. Nadat de loopvogel door de voortuin van een stel Queenslanders uit het zicht was gelopen, reden we de laatste kilometer door naar het strand. Hier genoten we van een banaan en een biertje. Ook schoten we hier een foto, waar de Backstreetboys in hun beste tijd jaloers op zouden zijn. Opweg naar Paronella Park reed Rob met mij mee en bij het park werden we opgewacht door een comité, bestaande uit Les, Gilles en Sara. Een bijzonder welkom dat ik nog nooit had gezien.
De mannen sliepen in de kerk die als Airbnb werd verhuurd. Ik was hier nog nooit naar binnen geweest, maar vond het erg mooi. We besloten te eten in de Mena Creek Pub en hierna mee te gaan op de avondtour van het park. De jongens waren, zoals ze zijn, niet geheel onder de indruk. We waren als geheel vooral melig. Na de tour was het snel tijd om terug naar de pub te gaan, voor nog een drankje. Sara en Larissa kwamen er gezellig bij zitten, maar laat maakten we het niet. De volgende ochtend waren we weer vroeg op, omdat ik om negen uur ‘s-ochtends, wanneer het park zou openen, een tour zou geven van het park. Dit ging, een beetje zoals verwacht, met hangen en wurgen. Les had al gewaarschuwd dat het geven van tours voor vrienden en familie altijd een ramp is, maar we gingen er toch voor. Wat het erger maakte is mijn poging om de tour in het Nederlands te doen, maar al snel leerde ik dat het ter plaatse vertalen van gecompliceerde geschiedkundige materie absoluut niet mijn kracht was. De concentratie en kritische vragen van vooral Miro en Just hielpen dan ook niet mee. Het was een lastig publiek, maar goed. Dat mag je dan ook verwachten van je beste vrienden. Als Rob van TUI het maar naar zijn zin had.
De mannen vertrokken weer, richting Port Douglas terwijl ik me kon opmaken voor alweer een werkweek, waneer ik de jongens weer zou zien, zo’n zes uur verderop in Midge Point, vlakbij Airlie Beach. Die week vertelde Sara dat ze in november zou vertrekken, maar trokken wij wel weer naar elkaar toe. Als dat maar goed zou gaan.