Mijn eigen auto en een gastgezin in Point Cook

Omdat dit ook weer een flink verhaal kan zijn en ik momenteel toch echt met andere en iets belangrijkere dingen bezig ben - lees: studeren - houden we het kort.
Voor Jynthe en ik aan onze terugtocht naar Melbourne beginnen, maken we nog een korte wandeling in de Grampians. De vorige dag was het namelijk veel te heet, waardoor dit niet mogelijk was. Hoewel de wandeling niet lang is, zien we een aantal prachtige dingen. Het grote hoogtepunt is een mooie mierenegel. ‘Heeft ‘ie gedronken?’ Zul je wel denken, maar het is dus echt een mix tussen een egel en een miereneter. Vandaar de toepasselijke naam! Onderweg staat er nog een kangoeroe op het pad, die ik tactisch z’n ding laat doen. De mooie beesten kunnen namelijk, wanneer ze zich bedreigd voelen, op hun staart gaan staan en een pijnlijke trap uitdelen. In Australië wil alles je vermoorden. Tot de kangoeroes aantoe. Deze sprong, zoals in de meesten gevallen, gewoon weg. We liepen terug naar de auto en reden in drie uur terug naar Melbourne.
De volgende stop was tevens waar Jynthe en ik na vier dagen afscheid namen. Het was namelijk de plek waar ook zij een aantal dagen eerder haar auto ophaalde. Vandaag was het aan mij de beurt om de rode Mitsubishi Outlander die ik had besteld, op te halen. Hier was ik natuurlijk enorm enthousiast over. De daktent zat er inmiddels op en ook de koelkast en tweede batterij was geïnstalleerd. Na een kort weerzien met Virgile, de Fransman van Backpacker Cars Australia met wie ik alles had besproken, was het tijd om de auto te checken en al het papierwerk in te vullen. Ik maakte de laatste dollars over en de auto was echt van mij. Mijn eerste auto was er dus eentje met het stuur aan de rechterkant.
Ik had een Airbnb geboekt in Point Cook, zo’n half uur onder Melbourne. Ik wilde namelijk wat geld besparen en besloot hierom dat het centrum, waar je je auto waarschijnlijk ook niet normaal kwijt kan, niet de beste optie was. De komende dagen had ik dan ook vooral nodig om mijn auto naar eigen wens af te maken. Een Kmart, Aldi, Coles, Anaconda en Bunnings dichtbij was dan ook wel zo handig.
Hoewel ik wist dat mijn Airbnb bij mensen thuis zou zijn, wist ik vooraf niet dat ik zo erg op zou gaan in het gezin waar ik terecht kwam. Toen ik aankwam in de woonwijk die mij deed denken aan een mix tussen het dure gedeelte van Kralingen en Mar-O-Lago in Florida, werd er open gedaan door mijn host Natalie. Haar man Daniel lag op de bank een documentaire te kijken. Het huis was groot, maar mijn kamer voor de komende nachten was direct bij de voordeur. Wel zo praktisch. Toen ik mijn spullen had neergezet en de keuken inliep, besloot ik maar bij de familie op de bank te gaan zitten en mee te kijken. Nu keken ‘wij’ een documentaire. Het ging over multimiljonair Bryan Johnson die zijn verjaringsproces probeerde om te draaien door middel van een streng dieet, honderden voedingssupplementen en experimentele behandelingen. Tegelijkertijd haalde hij hier zijn persoonlijke financiële slaatje uit door dit proces te delen, events te organiseren en commerciële producten met zijn merknaam erop te verkopen. De documentaire zei voor mijn gevoel veel over Daniel, mijn host, die in zijn kantoor meerdere schermen open had staan met betrekking tot crypto en de aandelenmarkt.
Het gezin werd compleet gemaakt door drie kinderen. De oudste, Siena van tien, was aanwezig en stelde zich netjes voor. De twee anderen, Amelie van 7 en Charlie van 5, kwamen de volgende dag terug van een logeerpartijtje bij oma. Ze waren stuk voor stuk hartstikke lief, beleefd en goed opgevoed. Vooral de dynamiek tussen de drie meiden was leuk om te zien. Zeker de laatste dagen lieten ze mij ook echt toe in hun eigen leven, waardoor ik zelfs op mijn laatste ochtend nog met Charlie (voor de derde dag op rij verkleed als Elsa van Frozen) en haar speelgoed speelde, met Siena een relatief diep gesprek had en Amelie hielp met haar ontbijt. Het zijn niet de dingen die je verwacht van een Airbnb, maar zeker als soloreiziger van belang om niet helemaal gek te worden.
Omdat ik nog in het campingritme zat, sliep ik die avond vroeg. Het bed was fantastisch en de kamer beter dan een gemiddeld hotel van tweehonderd dollar per nacht. De keuken en badkamer waren ondanks dat ik ze natuurlijk deelde met het gezin en Patricia, een andere gast, van wie ik niet zeker wist of ze hun au-pair was, of ook betaalde voor haar verblijf, groot en vol benodigdheden.
Ik werd vroeg wakker en besloot na mijn ontbijt, Aldi yoghurt met bosvruchten, naar het RAAF museum te gaan. RAAF staat voor Royal Australian Air Force, maar wat ik niet wist, is dat het museum op een actieve militaire basis stond. Ik moest me dus aanmelden en tijdens mijn hele verblijf een gasten badge dragen. Het voelde erg officieel. Behalve de portier was iedereen erg aardig. Volgens mij vond hij mij een beetje dom omdat ik Google maps volgde en niet de borden. Excuus, het was mijn tweede dag met mijn nieuwe auto aan de verkeerde kant van de weg. Het zal niet meer gebeuren.
Het museum zelf was erg mooi en had maar liefst drie grote hangaars met militaire vliegtuigen en helicopters en ook de tentoonstelling hieromheen was erg mooi. Ik stuurde filmpjes en foto’s naar Daan, omdat ik wist dat hij deze militaire pracht en praal wel kon waarderen. Hij gaf me hierbij vanuit Nederland context. Erg handig! Na het uitstapje naar het museum at ik Fish and Chips bij het meest gemiddelde Australische zaakje ooit. Dit was positief, want dat betekent dat het goedkoop, veel en goed was.
De volgende dag had ik besloten dat mijn huidige Airbnb zo fijn was dat ik mijn verblijf wilde verlengen met nog twee dagen. Ik was overigens ook nog lang niet klaar om weg te gaan. Mijn auto kon nog wat upgrades gebruiken. Dat deed ik op dag twee en drie. Ik haalde voor bijna vijfhonderd euro, zo’n achthonderdvijftig dollar, aan gereedschap, bestek, lades, een stoel, een tafel, tupperware en meer. Het was toen alweer het einde van de dag, dus ik ging weer vroeg naar m’n heerlijke bed en besloot mijn apparatuur de dag erna in elkaar te zetten.
Dit deed ik de een na laatste dag, nadat ik een bezoekje bracht aan Wiliamstown, niet ver van Point Cook. Ik had afgesproken om met Jynthe koffie te drinken, voor ze naar het westen zou vertrekken. Mijn plannen lagen nog een beetje open, maar dat is voor een volgend verhaal. Er zit namelijk weer een behoorlijke U-turn aan te komen. Ja, drie maanden in mijn reis besluit ik met cliffhangers te gaan werken. We gingen nog even samen naar de Bunnings voor een opstapje voor Jynthe en een jerrycan voor mij en aten daarna nog wat bij een Grieks restaurant naast het winkelcentrum, voor we definitief gedag zeiden.
In de straat en onder het genot van een heerlijk speciaalbiertje, zette ik mijn lades in elkaar en richtte ik mijn hele auto in. Ik wist niet dat ik klussen zo leuk vond en kreeg meteen ideeën voor nog meer upgrades. Helaas is de spaarpot niet eindeloos, en dus moeten die nog even wachten tot na de onderbreking.
Op de laatste dag in Point Cook, reed ik naar Geelong, een relatief grote stad op de rand van de Great Ocean Road. Ik had namelijk gezien dat hier een aantal gitaarwinkels waren. Na een nodige pauze bij de KFC spendeerde ik zo’n drie uur in een winkel waarbij ik verliefd werd op meerdere Cole Clarke modellen. Ze waren allemaal scherp geprijsd en het was een lokaal merk, maar toch moest ik me inhouden. Ik kon nu eenmaal niet zomaar even 1500 dollar uitgeven aan een gitaar, maar reken maar dat deze er gaat komen, zodra ik mijn eerste loon binnen heb. Ik liep nog een rondje door het verder niet enorm interessante Geelong. Ik voelde me hier gek genoeg best alleen. Het voelde niet als een sociale stad en ik leek alles te herkennen, maar kende er ook helemaal niets. Ik reed snel terug naar Point Cook en kookte heerlijke javaanse balletjes, voor ik nog even belde en verder de hele avond Gordon Ramsey filmpjes keek in bed.