Naar de randen van Victoria

De volgende dag was een dag om wederom kilometers te maken en dus zal ik het wat korter houden dan normaal.
Zonder bereik en hierdoor wat gedesillusioneerd, werd ik wakker op de ‘free camp’ bij Jamieson Creek. Deze kampeerplekken worden door de regionale overheid van Victoria beschikbaar gesteld als onderdeel van de verschillende nationale parken. Je boekt ze online, hoeft vaak niets te betalen en kunt er dan voor één of twee nachten gaan staan. Het is voor mij op dit moment vooral een goede manier om geld te besparen, na het toch wel duur uitgevallen tripje naar Thailand.
‘s-ochtends vouw ik mijn daktent in en eet ik mijn standaard ontbijt van Griekse yoghurt met rode vruchten, waarna ik, eveneens redelijk standaard, door ga naar Lorne voor een kop koffie. Meestal bestel ik een flat white en zo ook deze keer. Hiervoor loop ik een rondje over de pier van het toch wel iconische dorpje aan de Great Ocean Road, waarop ik zie dat een van de vissers al zo lekker bezig is, dat hij met zijn drie gevangen vissen, meerdere gezinnen kan voeden. Het is pas tien uur.
Omdat Yaniv jarig is, bel ik hem, terwijl ik mijn koffie drink. Het is leuk om hem weer even te spreken aangezien de laatste keer alweer bijna twee maanden terug is, op de dag dat ik aankwam in Australië. Ik wordt gevoed met een gevoel van schuld over alle anderen die ik al een hele tijd niet heb gesproken.
In de auto bepaal ik waar ik die dag heen zal rijden zoals ik meestal doe. Ik vaar graag zonder enig plan, hoewel dit soms ook frustrerend en besluiteloos kan voelen. Dit keer lukt het me wel om te beslissen en ik vertrek richting Warrnambool, om zo het restant van de Great Ocean Road over te slaan en voorbij Portland, het verste punt waar Jynthe en ik waren gekomen, te ontdekken. Het is een rit van ongeveer vier uur, die me uiteindelijk in Nelson zou brengen.
Onderweg luister ik wederom naar Inhaler, die in Februari al een gooi doen naar album van het jaar. Als dit album afgelopen is, zijn het wederom de voetbalpodcasts van NOS, AD, De Telegraaf die net als de Cor Podcast die mij een stukje dichterbij huis brengen. Ik constateer dat ik zo mijn fases heb, waarin ik dit opzoek en nodig heb.
Hoewel ik die dag zo min mogelijk geld probeer uit te geven, breng ik in Warrnambool een bezoekje aan de enige muziekwinkel binnen een straal van tweehonderd kilometer. De dag komt steeds dichterbij dat ik een gitaar koop, want ook hier probeer ik weer een vijftal Coke Clark en Maton gitaren uit. Er is iets dat me speciaal aanspreekt aan het Australische geluid van deze gitaren. Het doet me denken aan het akoestische geluid van jaren ‘90 bands als Crowded House en Oasis. Vooral die eerste, een Australisch/Nieuw-Zeelandse band gebruikte vooral Australische gitaren. Ik bedenk me dat het onverstandig is om deze aankoop van toch ruim duizend euro te doen, wanneer mijn geld toch bijna opraakt. Toch maakt de gedachte van het hebben van een gitaar met zeker met het vooruitzicht van het leven op de boerderij me wel gelukkig. Ik heb weer zin om muziek te schrijven en zal dit in verband met mijn studie ook wel moeten gaan doen.
een leuk gesprek met de Canadees-Australische verkoper, besluit ik zonder direct iets te kopen, de winkel uit te lopen. Ik denk nog geregeld aan de Maton gitaar die ik had getest, terwijl ik eindeloos veel berekeningen maakte in mijn hoofd, om het financiële plaatje goed te praten.
Het is al bijna donker en dus ga ik verder en rij ik met nieuwe energie binnen een ruim uur naar Nelson, aan de grens met Zuid-Australië. Hier sta ik op een leuke en kleine camping. Omdat ik al een aantal dagen niet heb kunnen douchen, doe ik dit eerst, waarna ik mijn Pad Thai van twee dagen eerder opwarm. ‘s-avonds kijk ik naar de speciale aflevering van Over Mijn Lijk en een gesprek van Pieter Jan Hagens met Mark Rutte. Soms is het fijn om even naar Nederlandse televisie te kunnen kijken. Ik ga op tijd mijn tent in en maak me op voor de oversteek naar Zuid-Australië.