Nihn Binh - Fietsen door de rijstvelden

In wat misschien wel de best geregelde busrit tot op heden was, reden Miro, Just en ik na twee nachten op Cat Ba naar de haven. De bus ging zo de boot op en na een korte overtocht kwamen we aan om nog zo’n twee uur door te rijden richting onze volgende bestemming, Ninh Binh. Vanaf de boot konden we de gondels zien overvliegen, een alternatieve manier om van Cat Ba naar het vaste land te reizen, maar dat was voor een andere keer. Ninh Binh is niet te verwarren met Nimbin in New South Wales, Australië, het dorp waar wiet en andere drugs worden behandeld alsof deze legaal zijn. Toch hadden we een dergelijke associatie bij het stadje, nog voor we hier aankwamen.
Wat Ninh Binh, of eigenlijk Tam Coc zoals het dorpje ernaast heette, wel was, was een rustig en klein plaatsje met een aantal attracties die je als toerist niet wilt overslaan. Na een lunch bij een van de, in mijn ogen, te veel, toeristische restaurants, speelden de jongens en ik een aantal kaartspelletjes om de dag te doden. Uit verveling en omdat Miro weer eens een ingeving had, liepen we naar een tattoo en piercing studio, waar hij - hoewel hij er al eerder over nadacht - redelijk spontaan een piercing te nemen. Het gat in zijn neus deed zodanig pijn, dat we hier en daar zelfs een traantje konden spotten. Ik kan alleen maar inbeelden hoe die tranen bij zijn moeder - hoi Ineke! - nog erger moeten zijn geweest, na het horen van het nieuws. Hoewel Just en ik geen behoefte hadden aan een neuspiercing, waren we wel loyaal in het nemen van spontane beslissingen en hadden wij een half uur later ook een matching tattoo te pakken. Het ontwerp was een typisch Vietnamees krukje met een kop soep. Een klassiekker in de lokale tattoage scene en tevens een teken van vriendschap tussen Just en ikzelf.
‘s-Avonds spraken we af met Sienna en de twee Duitse meiden, Stella en Theda, die we eerder op de boot in Ha Long Bay hadden ontmoet. Ook mijn studiegenoot Gijs en zijn vriendin Shelly sloten zich hierbij aan. We dronken happy water in een restaurant en eindigden in de karaokebus, vlak naast ons hostel.
Op de eerste van twee volledige dagen in Ninh Binh besloten we een electrische fiets te huren en door de rijstvelden te scheuren. Ik had overduidelijk een korte broek nodig, dus dat was het eerste doel van de dag. Hierna reden we naar een café waar we enthousiast tientallen eenden voerden. Van de eigenaar kregen we wat voer, waarna alle eenden ons stuk voor stuk volgden. Omdat onze kelen door de Ha Giang Loop en onze boottocht in Ha Long Bay behoorlijk waren aangedaan dronken we zowaar gemberthee, voor we doorreden naar onze volgende stops. Na een paar korte stops en een leuke route door de rijstvelden, kwamen we aan bij de Mua Cave, een grot, maar ook een berg. Wij besloten de vijfhonderd treden van de berg te trotseren en renden zowat naar boven, zoals we wel vaker deden, bij dit soort activiteiten. Ik merkte dat ik toch ouder begin te worden, aangezien het niet van harte ging. De eerste piek bereikten we na een kleine vijftien minuten en we waren stuk voor stuk bekaf. Onderweg kwamen we een aantal berggeiten, maar vooral erg veel toeristen tegen. De tweede piek was een stuk technischer en zeker niet geschikt voor alle toeristen, die het toch probeerden. Op de top zorgde dit voor een aantal gevaarlijke situaties. De betonnen draak die als pronkstuk van deze schitterende top goldt, werd dan ook vooral gebruikt als handvat voor onervaren klimmers of mensen die dit door - bijvoorbeeld - hun lichaamsgewicht of leeftijd beter niet hadden kunnen doen. Goed, het uitzicht was dan wel weer schitterend.
We vervolgden onze weg om het stadje Ninh Binh te ontdekken. Hoewel de route leuk was, maakten we bij het zien van de stad direct rechtsomkeer. Het stelde weinig voor, was grijs en er was geen hol te beleven. We waren tevens ook wel klaar met fietsen en besloten terug te rijden naar Tam Coc.
Op onze laatste dag in de omgeving werd ik wakker in Sienna’s homestay, waardoor ik terug moest lopen naar ons hostel om hier uit te checken. We konden onze spullen tot vijf uur laten staan, maar daarna sloot het hostel vanwege Tet, het Vietnamees nieuwjaar, dat voor de deur stond. Hierover later meer. ‘s-Avonds hadden wij een nachttrein richting onze volgende bestemming en dus hadden we nog wat tijd te doden.
Miro, Just en ik kozen ervoor om, na twee Banh Mi’s per persoon, naar Trang An te reizen met een taxi en hier een boottocht te doen. Althans, ik had dit uitgezocht en de jongens waren dan ook niet geheel enthousiast toen ze - inmiddels al in de boot - erachter kwamen dat dit drie uur zou duren. Dan moet je zelf maar je onderzoek doen! Uiteindelijk was het best leuk maar enigszins saai. Ons vrouwtje, Just en ik waren vooral aan het roeien en af en toe was er wat moois te zien. Zo was er een grot van ruim een kilometer lang, waar we doorheen gingen en bleek opeens dat een van de King Kong films hier was opgenomen. Toch leuk.
Na de boottocht was het tijd om onze spullen op te halen, te eten en richting het treinstation te gaan. Wat ons stond te wachten was eigenlijk een stuk leuker dan wat we vooraf hadden verwacht. De treinrit duurde ongeveer twaalf uur en we sliepen allemaal op de bovenste verdieping in twee kamers met zes simpele bedden. De trein had een restauratiewagon, waar we nog een kaartspelletje speelden en wat biertjes dronken, voor we uiteindelijk met de hulp van wat medicatie, heerlijk in slaap vielen en uiteindelijk aankwamen bij onze volgende bestemming.