← terug naar de atlas

Nusa Penida Subdistrict · mrt 2026

Nusa Penida - Een prachtig eiland

Nusa Penida - Een prachtig eiland — Nusa Penida Subdistrict

Hoewel ik die ochtend moest uitchecken uit mijn hostel in Canggu, had ik nog geen plan gemaakt, waar ik heen zou gaan. Dit was geen zeldzaamheid en dus kun je het je misschien ook voorstellen, dat ik regelmatig claustrofobisch word, wanneer ik iemand met een volledig uitgeplande vakantie spreek. Drie weken, waarbij ieder hotel, iedere transfer en soms zelfs iedere maaltijd is uitgedacht; zonder enige ruimte voor spontaniteit. Ik ben het tegenovergestelde, maar heb wel een richting die ik op wil. De eerste regel die ik mezelf heb opgelegd is dat, na Canggu, ik niet meer naar plekken wil die ik in het verleden al heb gezien. Uluwatu, Ubud, Sidemen, Nusa Lembongan en Nusa Cenigan vallen hierdoor dus direct af.

Tijdens mijn ontbijt raak ik in gesprek met een Roemeens-Franse gast, wiens naam ik zoals wel vaker niet heb onthouden. Het gesprek gaat over politiek, oorlog, reizen in Australië en meer. Omdat ik überhaupt niet heel vroeg ben opgestaan is het zo opeens elf uur geweest. Er is geen tijd meer om de boot naar Lombok of zelfs Gilli Trawagan te nemen. Mijn gesprekspartner stelt voor dat ik naar Nusa Penida ga, wat eigenlijk geen gek idee is. Het is wat dichterbij en groter dan Nusa Lembongan en Nusa Cenigan, twee eilanden die ik in 2024 met Julius, Laurens en Heini bezocht.

Binnen vijf minuten boek ik twee nachten in The Farm Hostel Nusa, een grab naar de haven van Sanur en de boot van 13:00 die hier vertrekt. Vlekkenloos, goedkoop en hetzelfde resultaat als wanneer ik mijn reis volledig vooraf had gepland.

Hoewel het bewolkt is, duik ik na aankomst direct in het grote zwembad met uitzicht op de machtige Mount Agung, Bali’s hoogste piek en tevens een vulkaan. Zoals mijn trouwe lezers inmiddels zullen weten, trekt de dreigende magie van vulkanen mij altijd aan. De piek verstopt zich als een ware tikkende tijdbom in de wolken die over Bali cirkelen. Ik besluit een motor te huren bij het hostel, wat mij uiteindelijk voor anderhalve dag ongeveer vijf euro kost. Nog voor ik iemand heb ontmoet, rijd ik weg en besluit ik naar de zuid-oost kant van het eiland te rijden. Het is een bochtige route van ongeveer drie kwartier, door dorpjes, langs zwaaiende kinderen en een enkele motorrijder. Hoewel de wolken contstant dreigen met een storm - en ook in de verte onweer klinkt - blijft het voor de rest van de middag droog. Ik stop op een aantal plekken zoals de Kroya Panorama Points en Teletubbies Hill, voor ik vlak voor zonsondergang besluit nog één plek te bezoeken.

Hoewel op dit deel van het eiland geen bereik heb, rijd ik op mijn intuïtie naar Suwehan Beach. Hoewel minder bekend dat Diamon Beach, besluit ik mijn motor neer te zetten en het lange wandelpad naar beneden te lopen. Het is een vrij listige route met stijle trappen, diepe afgronden en gladde paden. De beloning is de weg naar beneden echter helemaal waard. Na een laatste houte ladder over de rotsen, kom ik aan bij een afgelegen strand met kristalhelder water. Ik ben de enige en kijk een aantal minuten om me heen. Op de terugweg had ik het echter een stuk minder naar mijn zin, aangezien ik geen druppel water meer had en toch en flink stuk moest klimmen. “Het is het waard.” Herhaalde ik in mijn hoofd, terwijl het zweet uit mijn voorhoofd stroomde. Bovenop zakte ik haast in elkaar, bij het enige restaurant dat hier geopend was. Ik had geen tijd om hier te eten, maar genoot wel van een flesje Pocari Sweat, het typisch aziatische drankje tegen uitdroging, voor ik terug op de motor sprong om volledig bezweet, net voor zonsondergang aan te komen bij het hostel.

Dat ik nog niemand ontmoet had, was niet helemaal waar, aangezien ik de taxi vanaf de boot naar het hostel deelde met Adele, een Amerikaans-Zweeds meisje van achttien. Ze had net een yogacursus gedaan vlakbij Ubud en begon inmiddels aan haar reis. Terug in het hostel was zij, ondanks haar leeftijd, de eerste met wie ik aan de praat raakte. In mijn kamer had ik inmiddels ook een Deense jongen en een Britse en Estlandse meid ontmoet. Hoewel ik me de laatste tijd vervreemd voelde met de backpackers in mijn omgeving, ging het ontmoeten van mensen hier gelukkig erg makkelijk. Ik heb het idee dat de meeste backpackers in Bali reizen met een extern doel, terwijl veel reizigers in Thailand of Vietnam simpelweg op vakantie zijn. Dit is nog een reden dat Bali en wellicht zelfs Indonesië als geheel voor mij een interessantere plek is.

De avond was een typische backpackeravond gevuld met drankjes, bierpong en een ietwat teleurstellend bezoekje aan de club die onder het hostel gevestigd zat. Het was gezellig en ik raakte aan de praat met Zoë - spreek je uit als Zo-Ey - uit het Belgische Brussel. In tegenstelling tot Adele, was Zoë net als ik in haar late twintiger jaren en dus konden we goed overweg. We voelden ons oud en gingen niet te laat richting onze dorms.

De volgende ochtend sliep ik uit, tot de regen buiten gestopt was. Omdat we in het staartje van het regenseizoen zaten, kon er af en toe nog wel een bui vallen, maar was het over het algemeen droog. Deze flinke onweersbui ging dan ook verrassend lang door, maar uiteindelijk klaarde het gelukkig weer op. Na een smoothiebowl en een cappuccino was het tijd om mijn motor te pakken en de andere kant van het eiland te verkennen.

Binnen ongeveer vijfenveertig minuten reed ik richting Kelingking Beach. Dit is gegarandeerd de meest gefotografeerde spot op Nusa Penida. Het is een prachtig stukje natuur in de vorm van een diep groene rots die uit de azuurblauwe zee steekt. Het is eigenlijk schandalig dat de lokale overheid een aantal jaren terug besloot hier een enorm lelijke lift te bouwen. Inmiddels zijn ze van dit idee teruggekomen en is deze voor een groot gedeelte afgebroken. Vanwege de drukte en warmte bij Kelingking Beach zat er weinig anders op dan het eten van een ijsje en gauw weer te vertrekken. Als ik namelijk ergens niet tegen kan, zijn het plekken waar honderden mensen dezelfde foto proberen te nemen. Ik was hier natuurlijk zelf ook één van.

De volgende stop was een half uurtje verderop en droeg de naam Broken Beach. Hoewel de naam al iets deed vermoeden, was het eerder broken road, aangezien de weg mij wederom deed denken aan een aantal off-road paden in Australië en sinds recent aan de wegen tussen Luang Prabang en Vang Vieng in Laos. Hoewel ik inmiddels redelijk begaafd ben in het besturen van motoren, waren sommige stukken, door plassen water en hierdoor onzichtbaren gaten in de wegen, best lastig te bereiden. De eindbestemming was mooi, maar niet onmisbaar. Na een korte stop besloot ik mijn weg terug naar het hostel te maken.

Die avond kende ik al wat meer mensen in het hostel en speelden we disco bingo. Helaas won ik ditmaal niet, maar dat mocht de pret niet drukken. Na een kort bezoek aan de wederom vrij lege nachtclub onder het hostel, vond ik het wel welletjes en ging ik rustig slapen. De volgende ochtend zou ik Nusa Penida namelijk alweer verlaten.