Ongeval met de buggy! - week zeven tot negen

Het is weer even geleden, sinds ik mijn verhalen vanaf en rondom de boerderij heb gedeeld, maar vandaag is het weer zover. Ga er lekker voor zitten, want we gaan weer alle kanten op
Terwijl ik mijn vorige stuk schreef, zat ik in Port Fairy, onder weg terug vanuit Zuid-Australië waar ik Miro en Just weer had bezocht. Net als de vorige keer, verbleven we op hun boerderij, waar we erg weinig uitvoerden behalve muziek luisteren, praten en het bos gebruiken als onze creatieve uiting. Het was net als het vorige weekend vooral lekker uitrusten en even ontsnappen van onze koeien.
Inmiddels waren we allemaal goed klaar met het werk en ons leven op de boerderij. Toen ik na twee dagen met de jongens dan ook terug kwam op ‘kantoor’ had ik veel moeite om het plezier in het werk terug te vinden. Zo ver was het echter nog niet, want ik besloot nog een kleine roadtrip te maken, omdat ik dit keer op donderdag terug reed, in plaats van op vrijdag.
De eerste stop van de ochtend was in Mount Gambier. Ik was hier op mijn eerste roadtrip door Zuid-Australië al eens geweest en vond het wel een leuk plaatsje. Hoewel de stad zelf niet interessant is, genoot ik van de sinkholes, meren en oude vulkanen. Dit keer, genoot ik vooral van een lekkere flat white én een kaneelbroodje, voor ik richting mijn volgende stop reed. Omdat ik de route vanaf de Great Ocean Road naar Zuid-Australië al drie keer had afgelegd, was ik al meerdere keren langs de afslagbordjes naar Budj Bim gereden. Behalve de naam, die ik om eerlijk te zijn gewoon grappig vond, sprak vooral het UNESCO logo mij aan. Hier moest wat te doen zijn, dacht ik. Praktisch genoeg, lag het ook op ongeveer de helft van de in totaal drie uur durende route, door het binnenland, naar Port Campbell.
Budj Bim is een nationaal park rondom een oude vulkaan, zoals je die wel meer hebt in deze regio. Toch was ik vooral teleurgesteld toen ik op mijn navigatie zag dat het nog maar vijf minuten rijden was en ik nog altijd door weides reed met voornamelijk hooibalen en koeien. Tot overmaat van ramp, begon het exact op dat moment te hozen. Ik besloot mijn wandeling om te zetten in een safari, binnen de veilige omgeving van mijn auto, aangezien de weg vrij ver het park in ging. Ik denk dat de weg vooral om de vulkaan heen ging, aangezien het landschap niet heel divers was. Er stonden veel bomen, en het leek op het oog een gewoon bos. Toen ik eenmaal bij de voornaamste parkeerplaats aankwam, was het gelukkig droog. Je had hier een gratis kampeerplaats en een aantal wandelpaden. Hoewel ik liever met jullie deel dat deze omweg de reis echt waard was, was tachtig procent van de wandelpaden gesloten door de hevige bosbranden van de afgelopen maanden. Het enige pad wat wel open is, gaat naar een uitkijkplatform bovenaan de vulkaan krater. Ik ga naar boven en kijk uit op een toch erg mooi kratermeer, voor ik met de auto mijn reis vervolg.
Een beetje teleurgesteld rijd ik weg bij Budj Bim, omdat het helaas niet zo spectaculair was als ik vooraf had gehoopt. Ik was echter nog niet klaar om terug te gaan naar de boerderij en besluit nog een stop te maken in Port Fairy, waar een schiereiland mijn interesse wekt. Het is, zoals wel vaker in Victoria, opeens lekker weer wanneer ik aankom bij Griffiths Island.
Hier maak ik een wandeling van ongeveer een uurtje linksom over het schiereiland. In die tijd loop ik via boardwalks, stranden en duinen langs rotskusten, een pittoreske vuurtoren en heuvels rondom het eiland. Het is een gevarieerde wandeling en ik kom heerlijk tot rust. Ik neem veel foto’s en denk na over mijn volgende stop.
Ik ga verder richting Warrnambool, waar ik voor ik mijn boodschappen doe, stop bij Flagstaff Hill. In dit museum leer ik over de rijke geschiedenis die de scheepvaart heeft, rondom de Great Ocean Road. Ook hebben ze een negentiende eeuws dorp nagebouwd, wat veel weg heeft van het Archeon bij Leiden. Ik loop door winkeltjes, een school, een scheepswerf en een pub. Hier vind ik een piano die ik niet kan weerstaan om te bespelen. Het is een doordeweekse dag, dus een stuk rustiger dan gemiddeld. Ondanks dat ik geen geweldige pianist ben, krijg ik een bijzonder geluid uit het instrument. Het klinkt alsof je het geluid dubbel hoort, wat zorgt voor een ruimtelijk effect, wat muzikanten chorus zouden noemen. Ik vermaak me ruim een uur prima in het museum, waar ik maar zestien dollar voor hoefde te betalen. Ik ben immers een student en heb recht op ‘concession’. Na een bezoek aan een nationaal park, een schiereiland en een mooi museum sluit ik mijn dag af in de supermarkt, bij de McDonald’s en later die avond in de pub, voor mijn werkweek de volgende dag weer begint.
In de pub nodigt Jim ons uit om zaterdagmiddag met hem bij Nirranda te kijken naar zijn lokale Aussie Rules Football ‘Footy’ team. Samir, die zijn laatste week ingaat, en ikzelf ruilen een dienst met Niels en Alex en gaan hier op zaterdagmiddag rond twee uur heen. Omdat Footy hier op zaterdag een dagactiviteit is, en wij enigszins laat zijn, hoeven we geen entree te betalen. Het is best druk op de club en er zijn zowaar wat jonge mensen, meer dan ik de afgelopen maanden in de buurt heb gezien. Ik herken een aantal mensen uit de pub, maar kijk vooral uit naar Jim, onze collega, die de wedstrijd al zit te kijken. De wedstrijd, tegen een team uit Warrnambool is net begonnen en Nirranda staat achter in het eerste kwart.
Ik haal een biertje voor Jim en mijzelf en verbaas me over de prijs van maar zes dollar. Met de huidige wisselkoersen, die de laatste maand niet gunstig zijn voor de Australiërs, is dit maar drie euro dertig per stuk. Een wedstrijd live kijken is goed voor mijn begrip van het spel. Ik raak al snel geïnvesteerd en begin me als een supporter te gedragen. Ik snap wel waarom de hele omgeving hier iedere twee weken op af komt, nu het seizoen weer is begonnen. Er is weinig anders te doen en het is oprecht leuk om te zien. Hoewel ik geen kenner ben, kan zelfs ik zien dat het kwalitatief niet de beste divisie is, maar dat maakt niet uit. Met het kwart worden de ongeveer honderd fans van beide teams fanatieker. Eén correlatie met de tot op dat moment verkochte blikjes bier lijkt niet uit te sluiten. Tussen ieder kwart in, loopt het publiek het veld op, om te horen wat de trainers tegen hun teams te zeggen hebben. Iedereen luistert aandachtig en gaat, wanneer de zoemer afgaat, weer rustig terug naar de kant. Daar kunnen voetbalouders in Nederland nog wat van leren. Hoewel Nirranda, het team dat wij vandaag geadopteerd hebben, alles behalve goed speelt en kans na kans mist, waardoor ze één in plaats van zes punten krijgen, blijft het close. In het laatste kwart, valt alles dan toch de goede kant op en scoort het team goal na goal. Het wint. Wij winnen. Het publiek is uitzinnig, maar kijkt al vooruit. Over twee weken staat de volgende wedstrijd op de planning, uit in Warrnambool, wanneer een van de teamleden van Nirranda gaat trouwen en het halve team meeneemt naar de bruiloft in Queensland. Als dat maar goed gaat.
De volgende woensdag besluiten Samir en ik Thais te gaan halen voor ons vieren. Niels en Alex zijn nog aan het werk, dus rijden wij twee keer naar ‘Berry Good Thai’, een volledig door witte mensen gerunde aardbeien boerderij en restaurant in Timboon. Hoewel de naam mij doet gniffelen, kan het natuurlijk niet. Timboon is zowat het meest witte dorp van Australië, waar de aboriginal geschiedenis met de JCB, de iPhone onder de graafmachines die je hier op iedere boerderij ziet, is gewist.
Het restaurant is net als alle gebouwen in het dorp gemaakt van golfplaten, enkelglas en dun plastic. Architectuur is in deze omgeving niet de reden van ons bezoek. We bestellen ons eten en wat je in Nederland eventjes wacht en het dan direct mee kan nemen, vraagt de vrouw achter de balie hier, hoe laat wij het willen komen ophalen. Een uurtje later, rijden we, na een stop bij de general store voor een Viennetta ijstaart, terug om ons eten op te halen. Na het eten moet Niels, zoals een van ons wel vaker moet, terug om de vat reiniger aan te zetten. Ik besluit wel eventjes mee te rijden voor de gezelligheid.
We zijn, door onze gesprekken tijden het eten, nog een beetje in een melige bui en Niels scheurt er in de buggy vandoor. Meermaals hebben we gehoord dat we onze helm moeten dragen in de buggy. Het probleem is alleen, dat er maar een helm is en we altijd met z’n tweeën zijn. Het parcours richting de boerderij telt twee scherpe bochten, een flauwe bocht en twee rechte stukken. Het record, waarschijnlijk op naam van Niels, staat op ongeveer twee minuten. De eerste scherpe bocht, nog op het terrein van onze schuur, gaat zonder problemen. Wellicht komt dit door het feit dat Niels hier nog een beetje rekening houdt met het feit dat Cam, die hier ook woont, het niet fijn vind als wij langs zijn huis scheuren. We rijden rechtdoor, het terrein af en komen aan bij de volgende bocht. Het is ietwat vochtig, vanwege de eerdere regen, dus onze achterbanden glijden een beetje van de ideale racelijn af. Voor de Formule 1 kenners, zou commentator Olaf Mol spreken van een ‘momentje’. Aangekomen bij het tweede rechte stuk, trekt Niels het gas vol open en loopt de snelheidsmeter op. 30, 40, 50, 55. We zitten zowat op het limiet van de buggy, wanneer deze een beetje begint te glijden en in een fractie van een seconde alleen nog maar een zijwaartse beweging maakt, wanneer Niels nog voor de laatste flauwe bocht vol op de rem gaat. Binnen enkele seconden zie ik, wat tot dan toe een grappig ritje was, helemaal misgaan. We glijden met hoge snelheid richting het elektrische hek, rondom een van de paddocks, in de greppel.
Een kort moment liggen we doodstil op de grond, terwijl ik probeer te realiseren wat er net is gebeurd. We liggen op onze zij. De buggy ligt op z’n zij. Mijn rechterarm ligt onder een houten paal, terwijl de buggy hier weer bovenop ligt. Ik controleer of ik alles kan bewegen. Dat lukt. Niets gebroken. Het had niet veel gescheeld. Ik vraag aan Niels of hij oké is. Enigszins verward zegt hij dat hij duizelig is. Hij heeft een bloedneus. Terwijl hij blijft zitten bel ik Samir met het beschamende nieuws. ‘We zijn gecrashed…’
In de auto komen Samir en Alex aanrijden. De buggy ligt volledig omgevallen in de metalen draden van het stroomdraad. Hoewel wij eruit kunnen klimmen, was het nog de vraag of en hoe de buggy uit deze situatie zou komen. De eerste stap was, terwijl ik mijn blauwe plekken voelde opkomen, om te controleren of er geen koeien in de paddock stonden. Dat zou het hele verhaal nog gecompliceerder maken. Ik liep met Samir door het gras en schijn met mijn zaklamp de leegte in. Niets. Gelukkig.
Met de auto van Alex en Niels trekken we de buggy door middel van spanbanden uit de greppel en rechtop. Dit had alleen nog wel een kleine complicatie, die vooral Samir moest voelen. Niels was in het stroomdraad gereden en dus werd Samir tot twee maal toe geëlektrocuteerd, terwijl hij de spanbanden probeerde te plaatsen. We zetten de buggy recht en proberen het contactslot. Wonder boven wonde start de buggy in één keer. Het vat, waarvoor we ten slotte deze kant op gingen, moest nog wel eventjes worden gedaan en dus rijden Samir en ik snel naar de boerderij. Het was tenslotte nog maar een paar meter.
De volgende dag zou mijn nieuwe collega aankomen. Malte, een Duitse jongen, gaat Samir vervangen die zijn reis zal vervolgen naar Indonesië en Nieuw Zeeland. Ik word wakker als een houten plank, met behoorlijk wat blauwe plekken en een pijnlijke onderrug, als ik het huisje, wat ik tot dan toe voor mezelf had, een schoonmaakbeurt geef. Aan het begin van de middag zien we de auto van Ricky, onze werkgever, het terrein op rijden. Malte stapt uit en stelt zich voor. De jongen komt uit Berlijn en dat is geen gekke gedachte, wanneer ik zo naar hem kijk. Hip, AirPods in, petje op. De eenentwintigjarige jongen was eigenlijk van plan om naar huis te gaan, waar hij aan een studie zou beginnen, maar besloot toch zijn achtentachtig dagen farmwork te gaan doen, om later nog terug te kunnen komen. Ik geef hem groot gelijk.
De volgende dagen leer ik Malte een beetje kennen, terwijl we samen richting Warrnambool rijden. Het is een slimme gast met veel autodidactische vaardigheden. Hij leert zichzelf goocheltrucs, investeert al sinds zijn zestiende en reist nu dus al bijna een jaar de wereld over. Niet slecht op je eenentwintigste. Zijn grote probleem hier is echter, dat hij geen auto heeft. Je kan hier NIETS zonder auto. Hij is dus afhankelijk van mij en de anderen. Ik besluit hem een handje te helpen, maar bedenk me ook dat ik niet iedere week voor hem en zijn boodschappen kan gaan zorgen.
Terwijl Malte zijn eerste dagen buddy milking met Samir achter de rug heeft, is het alweer tijd voor ons weekend. Ik heb vanaf deze week het rooster van Samir, wat betekent dat mijn weekend langer is, maar dat de dagen hiervoor zwaarder zijn. Zo werk ik vrijdag, zaterdag en zondagmiddag, maandagochtend en middag en dinsdagochtend. Dat zijn vier diensten achter elkaar. Ik kan mijn weekend goed gebruiken. Op dinsdag rijd ik naar Sparkes Gully als de schemering valt. Ik had hier een Instagram reel van doorgestuurd gekregen van Jynthe. Het zou de mooiste plek zijn voor de zonsondergang aan de Great Ocean Road. Alleen maar beter dat dit maar op tien minuten rijden ligt. Het was inderdaad een prachtige plek. Zo mooi, dat ik na een kort bezoek besloot mijn collega’s mee te nemen op woensdag. Samir en Malte gaan mee.
Voor we de zonsondergang kijken bij Sparkes Gully, besluit ik eerst nog even met Alex en Samir te gaan kijken bij de zwangerschapstesten van onze koeien. Een dierenarts staat op een stijger rondom het ronddraaiende platform om alle koeien te controleren. Met een vijftig centimeter lange en ook vrij brede sonarsensor, gaat hij in een letterlijk moordend tempo de koeien in, waarna hij een getal roept, dat staat voor het aantal weken dat te koe zwanger is. Als een koe niet zwanger is, is de kans groot dat deze de komende periode verkocht zal worden.
Na de zwangerschapstesten, het voeren van de boerderijkatjes en het toch nog eventjes pesten van Niels, rijden we een stukje verder de straat uit. We hebben nog een doel en dat is gedag zeggen tegen Mocha, het kalf dat eerst bij onze schuur stond. Mocha zou nu bij de andere kalfjes staan, maar dit zou nog een behoorlijke zoektocht zijn. We rijden het erf op van een op het oog verlaten woning. Er staan pallets vol producten voor de deur, waarvan ik geen idee heb, wat het is. We rijden door de paddocks richting een groep kalfjes. Onderweg komen we alle stieren tegen die we de vorige week uit onze herds hebben gehaald. De koeien zijn namelijk zwanger gemaakt en dus zijn de stieren in de herds niet meer nodig. We zien Nathan, Cam en Jaron allemaal in stiervorm en rijden door. Dat iedereen behalve ik een stier met zijn of haar naam heeft, doet wel een beetje pijn. Ik was net te laat.
We gaan lopend verder. Door de wei lopen we richting de eerste groep kalfjes, die aandachtig aan het hek komen staan. Wanneer we hier echter overheen klimmen, rennen ze als dominostenen die omvallen, weg. Aan de tags die de enorm schattige kalfjes aan hun oor hebben, proberen we Mocha te kunnen onderscheiden, maar we kunnen haar niet vinden. We gaan door richting een ander deel van de boerderij. Deze zoektocht is het bewijs van de omvang van Cossack Dairy, de boerderij waar ik werk. Hoewel ze in schaal naar beneden gaan binnen de komende maanden, is het op dit moment een enorme bedoeling, die meer dan de halve gemeente inneemt. Ik zet de auto neer bij een andere paddock, waar we de stierkalfjes vinden. Hier zien we onder andere Samir’s kalf net als die van Selina, mijn voorganger. Voor de laatste optie om ons huiskalf te vinden, moeten we een stuk lopen naar een andere groep kalfjes. We hebben beet. Afgezonderd van de rest, staat onze mocha achterin de wei. Hoewel we de hoop hebben nog even met haar te knuffelen, rent ze weg als we dichterbij komen. Ze is ons vergeten en staat eenzaam te eten, terwijl ze telkens ruim tien meter van ons verwijderd blijft. Helaas.
Op donderdagavond is het de laatste dag voor Samir vertrekt. Hij gaat, voor hij naar Indonesië afreist, naar de Grampians om tien dagen te vrijwillig te helpen bij een bushfire recovery project. Het gebied, waar ik in januari met Jynthe was, werd in die periode hard geraakt door bosbranden en is nu in wederopbouw. Voor zijn vertrek bestelt Samir pizza bij de pizzeria in Port Campbell waar de moeder van Dillon, onze collega, werkt. Voor we, zoals inmiddels gebruikelijk op donderdag, naar de Boggy Creek Pub in Curdievale vertrekken, eten Jim en Cam met ons mee. Jim’s, en inmiddels ons, team Collingwood speelt vanavond en dus gaan ook Niels en Malte mee naar de pub, waar het drukker is dan normaal. Ik ga het missen om met Samir te werken en op donderdag samen te praten in de pub. We hebben het zo slecht nog niet gehad. Samir is een toffe gast uit nota bene Amsterdam. Hoewel het haaks staat op mijn Haagse gedachtegoed, kan ik zijn branie wel waarderen en hebben we altijd gelachen. Ook onze gesprekken over politiek en andere serieuzere onderwerpen, kon ik van genieten. Ik weet zeker dat ik zonder onder andere Samir, het werk niet had volgehouden en al lang weg geweest was bij deze boerderij. Op vrijdagmiddag vertrok Samir, redelijk geruisloos van de boerderij, want ook zo is hij. Zoals we in Den Haag zouden zeggen. Geen gezeik, iedereen rijk.
Voor mij rest er hier nog een ruime maand werk, voor ik mijn eigen weg zal vervolgen. Die stip op de horizon ligt in Queensland, zo’n 3500 kilometer hier vandaan, maar dat is voor de volgende keer.