← terug naar de atlas

Germantown · jul 2025

Pink Pony Club in Paronella Park

Pink Pony Club in Paronella Park — Germantown

De eerste weken in Paronella Park waren voor mij als een warm bad. Hoewel ik in deze periode op een van de twee campings van het park stond, speelde het grootste gedeelte van het verhaal zich los van op de werkvloer, af in het huis op het terrein. In dit huis woonde Pamela en Pablo, een stel uit Chili, maar ook de rest van de backpackers gebruikten de faciliteiten van het huis zoals de wasmachine, keuken en woonkamer. Naast het huis stonden drie cabins die werden bewoond door Ines, een Portugees meisje uit Londen, Gilles een jongen uit Frankrijk die al ruim tien jaar in Australië woonde, en James, een man uit Papua Nieuw Guinea of ‘PNG’ zoals ze het hier noemen. Het gebeurde dan ook vaak dat Alyssa, Sara en ikzelf vanaf de camping na werk naar het huis gingen om hier een vuurtje te maken, te koken en samen te eten of zelfs spelletjes te spelen. Onze groep noemde zichzelf de Pink Pony Club. Dit kwam van het gelijknamige nummer van Chappell Roan en ontstond tijdens een van onze vele avonden dansen, zingen en chaos in het huis.

Na mijn weekend in Airlie Beach had ik nog een aantal dagen om mijn script in te studeren, voor ik op donderdag zou beginnen met mijn eigen tours. Ondertussen werd ik ook in het diepe gegooid bij de ticketing afdeling van het park. Ik leerde nieuwe termen als ‘EFTPOS’, wat niet veel anders betekent als betalen met de kaart. Ook kwam ik er al snel achter hoe achterlijk veel papierwerk er bij onze processen komt kijken. Zo schrijven we ‘two-park-passes’ uit voor het zusterbedrijf de Mamu Tropical Skywalk en moeten we soms wel drie bonnetjes uitprinten, wanneer we laat op de avond nog iets verkopen. Groepen van externe bedrijven zoals True Blue, Tropic Tours en Smile Cairns krijgen stickers in plaats van polsbandjes en komen niet in aanmerking voor onze ‘two-year-pass’. Ik verwacht natuurlijk niet dat je hier maar iets van onthoudt, maar ik hoop hiermee een beeld te kunnen schetsen van de verschillende protocollen, processen en aparte gewoontes binnen het bedrijf. “Er is een reden dat we de dingen hier doen, zoals we ze doen.” Zou Les zeggen.

Los hiervan werd ik deze dagen ook direct ingezet in de keuken van het Mena Creek Hotel. Dit voornamelijk aangezien ik tegen Judy zou hebben gezegd dat ik van koken hield. Dit klopte natuurlijk, maar dat had niets temaken met het werk dat ik hier moest verrichten. Hoewel het werken met James nog erg gezellig was, duurde de rust niet lang, aangezien hij na een intern conflict met een van de nieuwere koks per direct bedacht zijn spullen te pakken. Toen vervolgens ook de andere chef vertrok, was de chaos compleet. Laat ik vooral zeggen dat het management van het Mena Creek Hotel nogal te wensen overliet onder leiding van Kerry, die hier tot op de dag van vandaag nog altijd verantwoordelijk voor is. Mijn werkzaamheden in de keuken bleven gelukkig beperkt tot de eerste drie weken van mijn verblijf, aangezien het zo druk werd in het park zelf, dat eigenaresse Judy besloot ons liever als tourgids te houden.

De tours zelf waren een stuk leuker en in combinatie met mijn collega’s absoluut de reden om niet weg te rennen bij Paronella Park. Les gaf leiding aan alle tourgidsen en ik had direct een leuke klik met hem. Hij was, zo hoorde ik snel van Sara, enorm onder de indruk van mijn achtergrond als muziektechnoloog. Zelf had hij een achtergrond in de telecomwereld en dus praten we veel over de licht- en muziekshow die we iedere avond lieten zien. Tot op het punt dat ik in mijn eerste twee weken de volledige audiotrack opnieuw had gemastered, nog voor ik de tour überhaupt zelf kon leiden. De eerste tour die ik deed was op woensdagavond zoals traditie blijkbaar voorschreef, in het huis voor alle backpackers. Dit was lastig om meerdere redenen. Zo moest dit bij voorkeur zonder script, waren alle collega’s melig en ongeduldig én was het natuurlijk extreem ongemakkelijk om voor het eerst te doen. Toch moet ik zeggen dat deze vreselijke generale repetitie enorm hielp bij mijn eerste echte tour de volgende dag. Yana ging met me mee om mij hierbij te begeleiden, maar tot mijn eigen verbazing heeft ze geen moment hoeven ingrijpen, aanvullen of verbeteren. Sterker nog, halverwege de eerste dag waarin ik zes tours moest doen, zei ik niet eens meer dat het mijn eerste dag was. Ik had het idee dat mensen hier bij het horen van deze informatie, alleen maar meer zouden gaan opletten. Ik was blij om te weten dat ik dit gewoon kon. Een eerste keer voor alles, zoals ik in mijn vorige stukje al las.

De eerste weken in Paronella Park vlogen voorbij. De tours waren leuk en gingen goed en ik genoot daadwerkelijk van het park. Ik werd hechter met mijn collega’s die ik snel vrienden zou noemen. Vooral met Sara kreeg ik een hechte band. Ik schrok me dan ook dood toen ze op een dag opeens vertelde dat ze had ontdekt dat we elkaar al eens hadden ontmoet. Bij de vlindertuin in Kuranda was zij het meisje met de hoed die toevallig een video van mij maakte, terwijl er twee grote papegaaien op mijn armen zaten. Toevalligerwijs had ook ik een foto van haar op mijn telefoon. We hadden die dag zelfs even kort gesproken. Erg toevallig, als je wist wat er zou volgen, maar dat is voor een volgend verhaal. Nu focus ik me nog even op mijn eerste weken in en rondom het park. De omgeving van Paronella Park is namelijk ook absoluut het benoemen waard.

Hoewel ik al veel tijd had gespendeerd in deze omgeving, was er ook een hoop wat ik nog niet had gedaan, gezien of op de juiste manier had gewaardeerd. Wanneer je aan het reizen bent is ieder bezoek aan een mooie plek namelijk toch een stuk vluchtiger, dan wanneer je eergens voor een langere tijd verblijft. Zeker aan het einde van een reis gedeelte van deze inmiddels enorme wereldreis is het af en toe lastig om ieder individueel aspect de juiste waardering te gunnen. Prachtige plekken als Etty Bay, Josephine Falls, Babinda Boulders en Mission Beach lagen hierom klaar om op een nieuwe manier te ontdekken. Zo is Josephine Falls, op zo’n dertig minuten van het park, mijn go-to zwemspot op een warme dag. Etty Bay is het perfecte strand om op een vroege ochtend even tot rust te komen voor een middag vol tours in het park. In Bingil Bay Café, nabij Mission Beach, waar ik een paar maanden terug met de Schotten en Daire was voor een ontbijtje onderweg naar Cairns, schrijf ik dit verhaal. Los van de logische prachtige plekken, is het ook het leven in de gelimiteerde landelijke omgeving, dat aandacht verdient. Dit is vergelijkbaar met wat ik beschreef toen ik in Victoria op een boerderij werkte, maar in dit geval kun je de koeien vervangen met bananen en suikerriet. De treintjes vol pas geoogst riet, onderweg naar de suikerfabriek in South Johnstone en de laagvliegende gele vliegtuigjes die pesticiden over de bananenplantages, geven deze omgeving de sfeer die uniek is aan exact deze plek op aarde. Hetzelfde geldt voor het uitzicht dat ons huis op een mooie dag biedt op Mount Bartle Frere, de hoogste berg van Queensland. Hoe meer ik begin te herkennen, erkennen en ontdekken over het tropische Queensland, hoe meer ik inzie hoe bijzonder deze plek is. Als toerist is hier zo veel te ontdekken, het groot barrièrerif is net als het regenwoud altijd dichtbij en binnen no time zit je in de outback van Australië.

Ook de weg vanaf Paronella Park richting Innisfail, die ik toch meerdere keren per week afleg, is er een vol detail. Vanuit het park kun je namelijk maar twee kanten op over de Innisfail-Yeppoon Road, naar links, over de brug via Mena Creek richting Silkwood en naar rechts via South Johnstone en Wangan naar Innisfail. Onderweg naar Innisfail, een stad met ongeveer zevenduizend inwoners, rijd je door Germantown, een plek met een naam die meer doet vermoeden dan er daadwerkelijk te vinden is. De Duitse suikerrietboer Nugget Koppen, tevens prominent in het verhaal van Paronella Park, is de reden dat dit voormalig dorp Germantown heeft. Hierna vervolg ik mijn weg via een aantal boerderijen richting South Johnstone, een dorp dat volledig in het teken staat van de suikerindustrie, met twee grote stoompijpen als wolkenkrabbers die boven het dorp uitstijgen. Hier staat regelmatig ook een beruchte politieauto die iedereen flitst die te hard rijdt, een telefoon vasthoudt of geen gordel om heeft. Ook ik ben voor het eerste vergrijp al eens hard op de bon gegaan. Bijna vierhonderd dollar voor een kleine negen kilometer te hard op een rustige weg. Vanaf hier vervolg ik mijn weg parallel aan het spoor langs de beroemde Wangan boerderij die a-typisch voor Australië bijna altijd open is. Alleen vanaf tien uur ‘s-avonds tot twee uur ‘s-nachts sluit de bakkerij haar deuren. Het grote hoogtepunt van de trip naar Innisfail, waar je onder andere McDonnald’s, KFC en Hungry Jacks kan vinden, vind ik vlak voor het stadje, waar ik voor twee dollar per kilo mijn bananen afhaal. In vergelijking kost dit bij Coles of Woolworths bijna vijf dollar per kilo. Dit zijn tevens de beste bananen die je ooit hebt gegeten. Zoals het bord boven het hokje zegt: “A banana a day…” Keeps the doctor away, vul ik zelf maar in.

Voor ik dit verhaal afsluit, nog een korte beschrijving van een ander familielid van de Pink Pony Club. Al snel na mijn introductie werd ik door Gilles en Ines voorgesteld aan een kokosnoot met een geschilderd gezicht. Je zou het eng kunnen noemen, maar het had ook wel weer wat grappigs. De naam was erg toepasselijk, Rotten Head, zoals Pablo deze waarschijnlijk had bedacht met zijn gebroken maar charmante Engels. Rotten Head moest altijd mee, en dus nam vooral Gilles, of Jim zoals de Aussies hem noemen, hem keer op keer mee, wanneer hij weer op een tripje naar Cairns ging. Ook wanneer wij het kampvuur bij het huis aanstaken, een spelletjesavond ondernamen of met een groepje ergens heen gingen. Rotten Head was er altijd bij. Noem het een vloek of een zege, maar voor altijd zal deze kokosnoot het huis van de Pink Pony Club bewaken, of wij hier nou blijven of weer doorreizen.