Port Barton is slaperig en ik ben lui

Na vier dagen in het hectische maar gezellige El Nido, reis ik op zondag per minivan naar Port Barton, waar ik een nachtje zou verblijven. Ik sta vroeg op, want omdat ik maar één dag in Port Barton heb gepland, neem ik de bus van acht uur in de ochtend. Een leuk voordeel hiervan, is dat een groot deel van Nederland nog wakker is en dus heb ik nog wat app gesprekken met vrienden zo’n tienduizend kilometer verderop. Het zijn de momenten dat ik dit uitspreek, dat ik vrij ver van huis ben. Dit is iets wat je makkelijk kunt vergeten, wanneer ik met een groep Nederlanders reis, uit eten ga of feest, zoals de afgelopen dagen. Net als wanneer ik via whatsapp voor de zoveelste keer met Floris bel, zonder enorme technische haperingen.
Goed de bus vertrekt en al snel merk ik hoe mooi de natuur op Palawan is. Ik zit voorin, na eerst opgepropt te hebben gezeten op een halve ligstoel in het gangpad van de bus. Ik ben blij dat ook de buschauffeur vond dat er iemand op de stoel naast hem kon zitten. Ook al deed hij hier ruim een half uur over.
Zoals gezegd, de rit is prachtig. Rijstvelden met grote plassen water, waar mannen in de volle zon handmatig nieuwe zaden uitstrooien. Ik denk dat het oogstseizoen net geweest is, want de velden worden allemaal opnieuw ingezaaid. Verlaten huisjes maken plaatst voor dichtbegroeide wouden, vlaktes en heuvels. De combinatie tussen droog en vochtig, en groen en bruin is prachtig en de vele honden, enorme buffels en kippen langs de wegen voegen alleen maar toe aan de sfeer. Ik luister naar het nieuwe livealbum van Froukje en ben onder de indruk. Ik schrijf over El Nido op mijn telefoon en mijn gedachten gaan alle kanten op. Inmiddels ben ik bijna twee weken onderweg en begint de routine erin te slijten. Hostels boeken, weldegelijk maar niet te veel plannen, accepteren als iets niet loopt zoals verwacht, afvragen waarom het thuis allemaal anders is, reflecteren, doen wat goed voelt, van maaltijd tot maaltijd leven, stiekem uitrekenen wat alles kost en me zorgen maken of ik mijn hele reis kan uitzitten met dit uitgave patroon én toch elke keer weer nieuwe mensen ontmoeten, ook al zoek ik hier niet naar. Het is een fijn leven, waarbij de confrontatie met mezelf aangaan essentieel is voor een goed verloop.
Na drie stops - wat mij betreft twee te veel voor een rit van drie en een half uur - komt onze minivan aan bij de busterminal van Port Barton. Direct zie ik dat het hier niet veel voorstelt, maar het is wel even lekker zo, na nogmaals, alle hectiek van El Nido. Ik zie op Google Maps dat mijn hostel CocoRico maar vier minuten lopen is. Met mijn backpack op mijn rug en mijn daybag op mijn buik ga ik zo’n tweehonderd meter rechtdoor en driehonderd meter naar rechts, voor ik bij het hostel terecht kom. Het ziet er klein maar gezellig uit. Ik kan nog niet inchecken omdat het pas kwart voor twaalf is en dit zoals bij de meesten hostels pas vanaf twee uur kan.
Na me eventjes te hebben omgekleed loop ik naar het strand om te kijken hoe de rest van het dorp is vormgegeven, maar vooral om een lekkere lunch te scoren. In de bus bestond mijn ontbijt namelijk uit een literfles water, een klein zakje pinda’s en een chipszakje met pittige krupuk. Lekker, maar absoluut niet voedzaam.
Het strand is mooi, maar het water ziet er donker bruin uit. Ik wist vanaf dat moment dat ik er niet zou gaan zwemmen. Brak water in de Filipijnen betekent namelijk meestal ook dat er kubuskwallen voorkomen en zoals mijn intuïtie al aangeeft, vind ik niet veel later een bord waarop een kwallenwaarschuwing staat aangegeven.
Los van de waarschuwing voel ik me ook zeer lui vandaag. In zo’n slaperig dorpje is dit ook helemaal prima. De komende twee uur zat ik bij een strandtent op een lekker, maar ietwat zweterige zitzak. Ik at heerlijke gefrituurde vistaco’s en dronk wat verse limonade terwijl ik me irriteerde aan de vele vliegen en rode mieren die mijn enkel probeerden te teisteren. Ik keek naar mijn Tattoo die inmiddels het nodige heeft moeten doorstaan, wat je helaas ook wel kunt zien. Het hartje is bijvoorbeeld een beetje - lees helemaal - vervaagd en de streep die een golf moet vormen, heeft het ook zwaar. Ik besluit ook dit te accepteren, want ik ga er toch niets aan kunnen doen de komende periode. In Nederland laat ik deze wel een keer overtrekken.
Omdat ik onder een palmboom zat, had ik niet door hoe erg mijn linkerschouder in een keer was verbrand. Ik liep terug naar het hostel om in te checken en was ondanks de dorm met maar liefst achttien bedden, aangenaam verrast. Het hielp dat ik het laatste bed aan de onderkant had en dat alle bedden een eigen cocon waren, zoals je in Japan bij capsulehotels weleens ziet.
Het einde van de middag was inmiddels aangebroken en ik appte met Simone en Kyara, die ook naar Port Barton waren gekomen, om samen de zonsondergang te bekijken en daarna te gaan eten. Na een korte maar mooie strandwandeling, zag ik de meiden liggen op hun kleedjes. Omdat ik geen kleedje mee had, nam ik plaats op een zowat horizontaal gegroeide palmboom. Ook hier zaten we nog ruim twee uur. Simone ging nog voor een massage om de hoek, dus hadden Kyara en ik een goed gesprek over onze levens thuis. Het was fijn om allebei ons hart te kunnen luchten over onderwerpen, waar je op reis niet dagelijks over praat. Toch was het eindoordeel voor beide ondanks de soms toch moeilijke onderwerpen dat we vooral van veel geluk mogen spreken en trots mogen zijn dat we staat waar we staan. “We mogen niet echt zeiken toch? Kijk waar je zit!” Sloten we af.
Voor het eten gingen Simone en Kyara nog even douchen in hun huisje - ze wilden even de hostels ontvluchten - en dus besloot ik vast wat te gaan drinken bij een andere strandtent, waar ik in gesprek raakte met een Duitse vrouw van 35. Samen rolde we shag en dronken we een drankje terwijl we praatten over haar werk als fietsenmaker en chef en onze reisplannen en ervaringen tot nu toe. Juliane kwam uit Augsburg en werkte in een klassieke ‘Biergarten’. Inmiddels was ook Stan, met wie ik tijdens de tour van Coron naar El Nido nog een kamer had gedeeld, ook gearriveerd met Ada, een Fins meisje die hij in Coron had ontmoet en een Nederlands-Grieks stel dat in Rotterdam woonde. Hoewel gezellig, werkte Ada me een beetje op m’n zenuwen. Ik wilde rustig wachten op Simone en Kyara, maar de Finse had zo veel honger dat ze liever niet meer wilde wachten, waarop ik dacht. Je reist toch alleen, dus als je vast wilt gaan, doe je ding. Maar goed ‘adapt and overcome’, zegen we dan.
Inderdaad iets later dan verwacht kwamen Kyara en Simone, met wie ik inmiddels ook al ongeveer een week aan het reizen was, aan voor ons laatste avondmaal samen. We gingen naar Fat Cat, een Italiaans restaurant. Bij aankomst waren er eerst geen pizzabollen meer over, waardoor de keuze alleen nog maar over twee pasta’s ging. Toen we gingen zitten, hadden ze op wonderbaarlijke wijze toch weer pizzadeeg en bestelde ik een pizza met kip, pesto, tomaat en champignons. Erg lekker, maar met een gekke zoete nasmaak. Het eten was gezellig maar we waren ook erg moe!
Samen met Simone en Kyara liep ik even mee om hun huisje te zien en mijn telefoon op te laden voor ik naar mijn hostel liep om vroeg te gaan slapen. Morgen vertrok ik hier alweer met nog een minivan naar Puerto Princessa, mijn laatste stop op Palawan. Kyara en Simone kwamen er nog achter dat hun televisie Netflix had en waren direct enthousiast. In dit proces gooide Kyara echter wel bijna de televisie van de muur. Voor mij een mooi moment om weg te gaan. Dit was waarschijnlijk wel het afscheid van de Limburgse meiden die ik tien dagen eerder in Coron had ontmoet. Het hoort bij reizen, maar afscheid nemen is altijd morgen.
Niet getreurd voor jullie, want morgen ben ik terug, omdat ik ook in Puerto Princesa maar één nacht zal verblijven. Morgen zal ik ook een klein beetje uit de doeken doen, hoe de komende tijd eruit gaat zien. 🏝️