Presenteren, Flaneren en Inhaleren in Brisbane

Ondanks dat Surfers Paradise onze levensvreugde voor een groot deel had weggenomen, was er ook goed nieuws, terwijl we wegreden, brak de zon na een periode van veel regen eindelijk door, om voorlopig niet meer te verdwijnen. Los hiervan was het een speciale dag omdat ik potentieel klaar zou zijn met studeren. Die avond moest ik namelijk mijn laatste presentatie geven, waarmee ik mijn master of music zou kunnen afronden. Master of music klinkt pretentieus en dat is het ook. Ik voel me alles behalve een master, laat staan op muzikaal gebied, maar dat zou ik tijdens mijn presentatie proberen niet te laten merken.
Na een korte stop bij een waterval onderweg naar Brisbane en een ultiem willekeurige kerstwinkel waar Amber ons naartoe had gesleurd, aten we lunch bij een klassiek Engelse pub, waar ik voor het eerst een Engelse ‘pie’ bestelde. Aardappelpuree, erwten en stoofvlees verder, waren we klaar om richting Brisbane te gaan, waar ik net als in januari op de camping, iets te laat begon met het voorbereiden van mijn presentatie.
Misschien werd ik ietwat overmoedig, nu de eindstreep in zicht was, maar ik dacht het wel even te gaan halen. Toen ik vervolgens mijn presentatie en portfolio moest delen met de examencommissie, sloeg de spanning toch toe. Niet alleen moest mijn presentatie dertig in plaats van vijftien minuten zijn, wat ik niet wist, ook zat er een extern commissielid bij én een van mijn minst favoriete docenten uit de bacheloropleiding, wat ik niet wist. Had ik het kunnen weten? Waarschijnlijk, maar ik ben ook gewoon op reis natuurlijk. Ik vond het al een hele prestatie dat ik mijn Supportive Narrative, een Engels woord voor een soort kunstzinnige scriptie, een presentatie en mijn portfolio had voorbereid.
De presentatie verliep desastreus, want al na vier slides en twee grapjes, sloeg de black-out toe waar ik uiteindelijk maar half van herstelde. Ik weet niet of het pure zenuwen waren of dat mijn voorbereiding niet voldoende was. Ik had het idee dat alles wat ik presenteerde onder niveau was en irriteerde me aan het feit dat ik mijn verhaal niet overtuigend kon vertellen. Toen ik na horten en stoten klaar was met mijn verhaal en eindelijk een beetje kon ademen, was de spanning nog niet voorbij, aangezien mijn docenten het een goed idee vonden om bijna een uur te overleggen, terwijl ik, met mijn camera uit en microfoon op mute, in mijn hostel bed zat. Het was een situatie waaraan ik na eerdere online presentaties wel gewend was geraakt, maar het voelde nog altijd raar.
Toen ik uit ongeduld de resultatenpagina van de online portal opende en mijn docenten terugkwamen van hun overleg, werd het al snel duidelijk. Ik had het gehaald! Althans… Bijna. Mijn last minute aanvulling op mijn portfolio, een mockup van hoe het uiteindelijke werk eruit moet gaan zien, gaf de doorslag. Deze stond alleen nog niet beschreven in mijn portfolio, waardoor ik deze laatste stap nog moest zetten. Dit is inmiddels gebeurd, dus bij dezen kan ik mededelen dat ik mijn opleiding heb gehaald. Na zes jaar studeren mag ik mezelf dan ook een Master of Music noemen, hoewel ik dat voorlopig maar aan anderen overlaat. Alsof er niets was gebeurd, dronk ik een drankje met Amber in de keuken van het hostel, om het te vieren, voor we allemaal moe naar bed gingen.
De volgende dag ging mijn reis op een zeer gewone manier weer verder. Ik haalde een koffietje en genoot van gratis pannenkoeken bij het hostel, voor Daire en ik door Amber werden meegesleurd naar een kunstgalerij. We bezochten die dag verstillende musea en liepen langs de oevers van de Brisbane river. Waar Surfers Paradise een paradijs wilde zijn, maar de plank volledig missloeg, kwam Brisbane aardig in de buurt. Wat betreft uitzichten en wandelingen vond ik het tot zover de leukste stad van Australië. Rustig en mooi. Hoewel niet direct aan een strand gelegen, gaf de rivier wel een mooie connectie met het water.
Na een bezoek aan verschillende kunstgalerijen en vooral een mooie expositie over dinosauriërs en fauna in Queensland, liepen we via de botanische tuinen en de oevers in het noorden van de stad naar Fellons, een brouwerij met uitzicht op de Amerikaans ogende Story Bridge. We dronken wat, genoten van oesters voor we ons omkleden in het hostel. De avonden waren namelijk, ook hier, koud. Ik had trek in noodles en dus gingen we weer terug naar de buurt waar ook Fellons zat, om een hapje te eten. De avond die volgde had weinig met budget backpacken te maken, maar was wel gezellig. We bezochten drie speakeasy’s, pretentieuze cocktailbarretjes die verscholen zaten om alleen de kenners te trekken, en dronken in elk van deze één of meerdere cocktails van tussen de twintig en dertig dollar. Laat ik het goedpraten door te zeggen dat mijn masterdiploma gevierd moest worden. Vroegtijdig, maar toch.
Toen we de volgende dag opstonden om ons richting de beroemde Australia Zoo te begeven, kwamen we alledrie iets te laat ons bed uit, waardoor we later aankwamen dan we vooraf hadden gepland. Rond twaalf uur waren we, anderhalf uur na vertrek, bij de dierentuin.
Australia Zoo staat met de slogan ‘Home of the crocodile hunter’ bekend om de aanwezigheid van Australië’s grootste roofdier, de zoutwaterkrokodil, net als de aanwezigheid van de geest van Steve Erwin. Steve Irwin is Australië’s bekendste tv-persoonlijkheid, die in 2006 om het leven kwam na een steek van een pijlstaartrog, tijdens het filmen van een nieuwe documentaireserie. Crickey! Mocht je je nu vervelen en je een avond op YouTube willen uitleven, kan ik de talloze uren aan Steve Irwin content van harte aanraden. Dit was, natuurlijk, een van de dingen die ik graag deed, voor ik aan deze reis begon.
Inmiddels is Steve Irwin, net als zijn zoon Robert en weduwe Teri, het gezicht van Australia Zoo. Dit is te zien in alle details zoals merchandise, advertenties en de beschrijvingen van dieren. Bij een aantal van de krokodillenverblijven staat bijvoorbeeld: “Rescued by Steve.” Het hoogtepunt van ons bezoek was dan ook de beroemde show om kwart over één ‘s-middags. Verschillende dieren en hun rol in de natuur kwamen langs. Vogels vlogen vanuit buiten het stadion naar binnen, slangen liepen met begeleiders rondjes langs de verschillende tribunes. Het leek wel de Australian Open, zo vol zat het. De climax volgde toen vanuit het niets opeens Robert Irwin, die door het hele stadion als God werd onthaald, op kwam lopen. Terwijl hij zijn verhaal deed over zijn vader, het belang van de zoutwaterkrokodil binnen het Australische ecosysteem en zijn passie voor fotografie, zwom een enorme krokodil rustig en gecontroleerd het stadion binnen. Robert stampte om de krokodil te lokken en het voeren kon beginnen. De spanningsopbouw binnen de show was fantastisch en terwijl Robert over zijn vader praatte, merkte je de trots en emotie. De krokodil, die vervolgens gevoerd werd, liet vervolgens zien, dat je in Noord-Queensland écht niet zomaar overal moet gaan zwemmen.
De rest van de dag liepen we rustig door de dierentuin, waar we zagen dat verzorgers een wombat in een tuigje uitlieten. Tevens probeerde ik zonder succes de slang te vinden die ik een dag eerder in het museum had geïdentificeerd als de slang die ik tegenkwam in Victoria. Rond vijf uur, na het kopen van een nieuwe sleutelhanger voor mijn autosleutels, verlieten we de dierentuin voldaan en kwamen we in het donker terug in Breeze Hostel in Brisbane.
Onze laatste volledige dag in Brisbane was er een waar ik lang naar had uitgekeken. Ik zou namelijk naar Inhaler gaan, live in The Tivoli. Inhaler is de band van Elijah Hewson, de zoon van Paul David Hewson, beter bekend als God, uhhh, ik bedoel Bono. Dat U2 als band voor mij veel heeft betekent, is algemeen bekend, maar ook zijn zoon en ik hebben een prima verstandhouding. Zoals die keer dat ik na een Inside Electron optreden tijdens Eurosonic Noorderslag in Groningen mijn friet en kipcorn deelde met Eli en zijn maten, terwijl we achter de zaal waar zij net hadden gespeeld stonden te praten. Geen grap. Goed, ik dwaal af. Dit, plus het feit dat ik hun laatste album Open Wide, op deze trip veel heb gedraaid, maakte hun optreden in Brisbane zeer welkom.
Voor dit zover was, moest mijn prachtige rode auto nog even naar de garage, voor een geplande servicebeurt. Ik verwachtte dat er niet veel aan de hand was, dus ging uit van een gematigd kostenplaatje. Helaas bleek het tegendeel waar. In de galerij van moderne kunst, waar Amber ons mee naartoe had gesleurd, werd duidelijk dat ik vier nieuwe banden nodig had. Tevens moesten mijn koplampen schoon worden gemaakt en waren er nog wat kleine ingrepen nodig, om de auto weer veilig te laten rijden. Totale kosten: 1400 dollar. Auch. Om vier uur kon ik hem ophalen.
Omdat Amber graag even wilde sporten, liepen we na de lunch, een geweldige Banh Mi, richting een sportschool. Daire en ik besloten lekker te liggen in het gras voor de sportschool, tot we mijn auto konden ophalen. Ieder zijn of haar ding.
In de avond, voor het concert, had ik afgesproken met Alex, een Engelse gast die ik in El Salvador had ontmoet tijdens de Seven Waterfall Hike, lees dit verhaal vooral terug voor de nodige context. Amber en Alex gingen mee naar het concert, maar uitgerekend de Ier van het gezelschap, Daire, bleef thuis.
Het concert zelf was een geweldige ervaring. Van Tim, die jaloers in Nederland zat, maar Inhaler een paar weken eerder in de Ziggo Dome had gezien, mocht ik een shirt kopen voor mijn verjaardag. Ik kocht voor hem hetzelfde shirt als souvenir. Waar Inhaler het concert begon met een aantal nummers, waaronder Dublin in Ecstasy, was het vanavond zeker Brisbane in Ecstasy. Ik vond het geweldig en realiseerde me hoe erg is livemuziek had gemist. Zowel het zien als spelen ervan. Hier moet ik wat mee.
De laatste ochtend in Brisbane was er een met een traan en een lach. Amber, wiens hond op sterven lag, besloot eerder dan verwacht, terug te gaan naar huis in Engeland. Dit betekende dat ze ons niet zou volgen naar Noosa en dat onze tijd samen, hoewel spontaan vanaf het begin, ten einde kwam. Onze drie-eenheid werd gebroken. Voor ze ons achter zou laten, had ze echter nog een doel. Ze moest en zou een Jenga-set kopen voor in mijn auto. En zo geschiede. De laatste sidequest voor ons vertrek uit de stad, was naar een speelgoedwinkel, waar we met z’n drieën veel te veel plezier hadden. Het afscheid was vervelend, maar onvermijdelijk. Zoals wel vaker.