← terug naar de atlas

Robe · feb 2025

Ronddwalen in Beachport en zwemmen in Robe

Ronddwalen in Beachport en zwemmen in Robe — Robe

Het is een beetje ongemakkelijk om met een soort touwtje aan mijn kont, en zonder enig doel dan tijd doden, van camping naar camping te rijden. Ik merk dat ik soms zelfs een extra omweg inplan omdat ik niet ‘te vroeg’ bij de camping wil zijn. Zo veel is er namelijk vaak niet te doen, wanneer je alleen op de camping staat, met een groep gepensioneerde Aussies. Ik moet hier denk ik even doorheen, hoewel ik nog altijd niet mag klagen. “Kijk waar je bent!” Herinner ik me tegen anderen met wie ik heb gereisd te schreeuwen. Nee klagen is het niet, maar ik ben blij dat ik binnenkort aan het werk kan. Mijn geld is ook bijna op en dat zorgt voor stress en met meer financiële middelen en zonder aanstaand werk, zou ik nu ook andere keuzes maken. Maar goed, zoals ik een aantal dagen geleden zei, we moeten er maar even aantoe geven. Ik wil absoluut nog niet naar huis, hoewel ik het af en toe wel mis. Niet perse mijn bed, maar wel de mensen en het niet zo nodig zoeken naar een manier waarop ik dit ga aanpakken. Alleen reizen in Australië is anders dan in Azië. Daar ben ik namelijk alleen alleen wanneer ik het zelf wil, hier ben ik vaak écht alleen, ook wanneer ik simpelweg met iemand wil praten of gewoon niet alleen wil zijn.

Om dit op de lossen, loop ik de laatste dagen vaak naar binnen bij het toeristen informatiepunt van een dorpje. Zo ook in Beachport, waar ik na mijn eerste autoritje over het strand, naartoe was gereden. Binnen stond een Filipijnse vrouw, die mij in al haar enthousiasme tips begint te geven voor mijn volgende keer in de Filipijnen, maar omdat ik nu in Zuid-Australië ben en niet in Cebu City of Oslob, ging ze met dezelfde gedrevenheid verder over Beachport. Ze moet hier zijn gekomen, nadat ze de liefste van haar leven had ontmoet, want volgens mij verhuis je niet zomaar naar Beachport. Het is een klein dorpje met een groot aantal dure huizen met zeezicht. Het dorpje heeft, zoals de vrouw uitlegde, één pub, één general store, één postkantoor, één hotel en zo ging kan ik nog even doorgaan. Wat het dorp ook heeft is de langste ‘Jetty’ van Zuid-Australië en dus loop ik met een hand vol papierwerk terug naar mijn auto om hier een kijkje te gaan nemen.

Ik loop de 727 meter lange houten pier heen en weer met een ijskoffie in mijn hand om te verkoelen. Het is vandaag namelijk erg heet. Terug in mijn auto, gaat de thermometer richting de veertig graden, wanneer ik aan de scenic drive begin. Ik stop bij Salmon Hole en de Pool of Siloam, waar ik mijn voeten in het water dompel. Het water in deze lagune is namelijk zeven keer zouter dan de oceaan, waardoor de mensen die hierin zwemmen, drijven alsof het de dode zee is. Na een korte omweg via een offroad weg die me toch iets te spannend wordt, rij ik door richting Robe, mijn eindbestemming voor de dag.

Omdat ik nog geen camping heb geboekt voor vanavond, besluit ik eerst te stoppen bij de plaatselijke brouwerij, waar de vrouw vraagt of ik vier biertjes wil proeven voor vijftien dollar. Het is een goede deal, zeker omdat het om hele biertjes gaat, maar dat is direct het probleem. Ik ga niet vier biertjes drinken en vervolgens nog naar de camping rijden. Al is het maar vijf minuten. Dit is iets waar ik me al twee maanden over verbaas en het met meerdere mensen over heb gehad. Men drinkt en rijdt hier regelmatig omdat het vaak simpelweg niet te doen is, om bij de pub te komen. Niets is op loop of fietsafstand en veel meer is er vaak ook niet te doen. Wanneer ik erover begin, doen Australiërs vaak alsof hun neus bloed en ze er niets vanaf weten. Ik besluit in dit geval één biertje te drinken voor ik naar de camping ga en kies bewust voor iets lichts van drie procent. Ondertussen boek ik een camping aan het strand, zodat ik straks nog iets uitgebreider kan relaxen.

Na mijn drankje en een nog een kwartiertje extra voor de zekerheid, rijd ik inderdaad in vijf minuten het dorp uit, naar de camping. De camping is groot en niet specifiek mooi, maar heeft wel een zwembad, wat ik nog voor ik naar het strand besluit te gaan uittest. Een schreeuwende baby en tien gepensioneerden later, besluit ik dat het tijd is om toch maar richting het strand te gaan, waar ik mijn meest influencer video ooit opneem. Ik twijfel om deze te posten op Instagram, maar doe het toch. Ik heb namelijk best plezier met het influencer uit verveling. Je moet wat als je alleen bent.

Ik zon wat op het strand, voor ik terug ga om te koken en een redelijk standaard campingavond heb. Het bereik is hier goed, dus kijk ik YouTube en zit ik lekker buiten, tot de muggen mijn benen beginnen op te eten. Ondertussen komt mijn Australische buurman naar me toe met de vraag of ik van komkommers en tomaten houd. ‘Jahoor’ zeg ik, een beetje vertwijfeld hoe enthousiast ik hierop moet reageren. Ik krijg van hem een ietwat misvormde komkommer en één middelgrote tomaat uit eigen tuin. Erg lief en een beetje willekeurig. Later, vlak voor ik mijn tent in duik, komt de man nog terug om te vertellen dat hij geen pesticiden gebruikt. “Ik dacht dat je dat wel wilde weten.” Waarop ik weer vertwijfeld maar dankbaar reageer.

Hoewel ik wil zeggen dat ik lekker heb geslapen, liep de nacht even wat anders. Waar mijn buurman nog zei dat het zou gaan waaien, heb ik zijn hint totaal genegeerd en ga ik vol zelfvertrouwen liggen, terwijl de wind alleen maar toeneemt. Ik heb de voorkant van mijn tent niet vastgezet, omdat ik dit eigenlijk nooit doe. Ik vind touwtjes en haringen maar vermoeiend en ik herinner jullie er graag aan dat mijn tent vastzit aan mijn auto. Die vliegt nergens heen, lijkt me. Hoewel dit klopt, lig ik deze nacht to half vijf wakker voor ik besluit die haringen er toch maar in te zetten. Alles wappert, klappert en maakt herrie waardoor slapen haast onmogelijk is. Tevens rol ik heen en weer alsof slaap geen ding is. Het is een dag voor volle maan, dus ik wijt het daar maar aan, voor ik ergens vanaf half vijf toch in slaap val. Het tijdstip hiervan weet je natuurlijk nooit exact.