Saigon - Oorlogsverleden en de strijdbijl begraven

Hoewel we door het lange wachten tijden de Canyonning ervaring bang waren om onze bus te missen, zaten Heini en ik om vijf uur toch echt in de bus richting Ho Chi Minh Stad, oftewel Saigon. Hier kwamen we rond een uur of twaalf ‘s-avonds aan. We checkten in in het Bui Vieng Street Hostel en gingen snel op zoek naar eten. Waar Heini de afgelopen dagen relatief leuk deed, hadden we de afgelopen uren nauwelijks contact gehad en was het ook tijdens het eten van onze Pho Bo stil. Wellicht was het vermoeidheid, maar het zat me niet lekker. We gingen naar bed.
Op deze eerste volledige dag in Saigon wilde ik graag naar het War Remnants Museum. Ik had gehoord dat dit erg heftig was, maar hoe heftig wist ik nog niet. Dit moest ook eventjes wachten, aangezien ik ‘s-ochtends opeens wakker werd met een kapotte telefoon. Na een uur zoeken naar een passend ontbijt en de nodige koffie, gingen we dus eerst langs bij een reparatiebedrijf, gespecialiseerd in telefoons en laptops. Laat ik zeggen dat ik blij mocht zijn dat ik in Ho Chi Minh stad was en dat de Apple fabriek hier spreekwoordelijk, maar misschien zelfs letterlijk, om de hoek zat. De medewerker wist mij binnen no time te vertellen wat er mis was en dat ik dus een nieuw moederbord en oplaad poort nodig had. Hoewel ik normaalgesproken sceptisch zou zijn, deed mijn telefoon het nauwelijks meer en beloofde hij hem voor zeven uur in de avond te kunnen repareren voor iets meer dan honderdtachtig euro. Bij Apple zou deze reparatie het drievoudige kosten. Heb je een kapotte telefoon? Vlieg vooral even naar Ho Chi Minh en plak er een vakantie aan vast.
Via het park en volledig vertrouwende op - maar ook afhankelijk van - de navigatie van Heini liepen we naar het museum. Hier vonden we drie verdiepingen aan foto’s die eigenlijk steeds intenser werden. Van de stichting van de communistische partij en Vietnam door Ho Chi Minh tot de inval van de Amerikanen, schade door bommen en uiteindelijk Agent Orange en schadelijke gassen. Zonder alles tot in detail te beschrijven, probeert het museum geen details weg te laten en wil Vietnam graag dat toeristen wat de Amerikaanse inval voor het land heeft betekent. Om je dan te bedenken dat Amerika een van de bontgenoten is van Nederland en de afgelopen drie maanden onder leiding van president Donald Trump al twee keer militair heeft ingegrepen in een ander land, stemt dat mij toch somber.
Na het museum zaten Heini en ik in het park waar we eerder doorheen liepen, terwijl er drie Vietnamese meisjes naar ons, maar vooral Heini, toe kwamen lopen. Het is komende week namelijk internationale vrouwendag en ze wilden Heini hierom iets aanbieden. Lief, maar ze wilden dan ook een video opnemen dat ik haar feliciteerde, een cadeau en een knuffel gaf. Hoewel dit überhaupt al geforceerd is, voelde dit in onze huidige situatie alleen maar erger. Dat krijg je als je met een meisje bent dat ieder fysiek contact probeert te ontwijken uit puur ongemak en angst voor haar eigen gevoel.
Dit gevoel namen we helaas mee de avond in, waar het na een aantal drankjes van haar kant op onverklaarbare wijze explodeerde. Nogmaals laat ik de details in deze weg, maar het was tijd om de strijdbijl te begraven. Ik geef mijn affectie - hoewel het moeilijk is om tegen je gevoel in te gaan - op en besluit de volgende dag een vlucht te boeken naar een volgende - maar niet geheel nieuwe - locatie. Haar angst en ontwijkende houding maakt mij onzeker. Dat is niet goed voor mij en dus moet ik weg. Maak vrede, geen oorlog zelfs en misschien vooral als je eigen gevoel aan je knaagt. Na verschillende van dit soort situaties ben ik aan mezelf verplicht controle te houden. Laat ik dit vooral ook onthouden voor de volgende keer.
Omdat ik niet op slechte voet wil vertrekken, accepteer ik de excuses van het voorval en besluiten we gewoon nog twee leuke dagen te hebben. We gaan de volgende avond naar het Bamboo Circus, een verrassend gave voorstelling in de Saigon Opera House. Eén prachtige zaal. Op onze laatste dag samen boeken we een tour om de Cu Chi tunnels te bezoeken, die de Vietcong en het Guerrilla leger gebruikte om te schuilen van de Amerikanen.
Het regende deze dag absurd hard, wat zeldzaam is voor het droge seizoen, waar we middenin zaten. Hierdoor duurde de rit naar de tunnels niet twee maar ruim drie uur. Toch was het de tour meer dan waard. Hoewel het af en toe klonk als propaganda, was het gaaf om te zien wat voor slimme vallen de communistische en lokale strijders hadden voor de Amerikaanse troepen. Ronddraaiende platforms met enorme spijkers, waarop verschillende soorten gif waren gesproeid. Wanneer hier een Amerikaanse soldaat inviel, was deze niet direct dood maar schreeuwde hij om hulp. Wanneer deze hulp dan aankwam, kwamen de Vietnamese soldaten te voorschijn uit de tunnels om hun prooi te overmeesteren.
Los van het kruipen door een honderd meter - het totaal is tweehonderdvijftig kilometer - lang tunnelstuk, dat ondanks de verhoging en verbreding, nog altijd krap en claustrofobisch aanvoelde, kon je hier ook schieten op de schietbaan. Het geluid van AK47’s naast het café klonk echter zo dystopisch dat ik besloot dit niet te doen. Hoewel ik veel interesse heb in de geschiedenis en politiek achter oorlogsvoering en het ook een belangrijk onderdeel is van de geschiedenis, kan ik me in deze tijd niet voorstellen dat je lol haalt uit het schieten met een dergelijk geweer.
Na de tour reden we binnen ongeveer twee uur weer terug naar Ho Chi Minh Stad. We werden afgezet in het centrum van de stad en besloten na het drinken van een biertje bij de brouwerij nog een keer gezellig te eten bij een lokaal restaurant uit de michelingids. Ondanks alles hebben Heini en ik namelijk wel veel samen meegemaakt. Waaronder veel mooie tijden deze reis vanaf anderhalf jaar geleden op Bali tot de afgelopen maanden in Khao Sok, Krabi, Koh Tao, Koh Phangan, Koh Samui, Surat Thani, Chiang Mai, Pai, Luang Prabang, Vang Vieng, Hanoi, Da Nang, Hoi An, Da Lat en Saigon. Dat doe je niet zomaar en met iedereen. Nu was het echter tijd om te gaan, afscheid te nemen en de situatie te accepteren. Hoewel dit nog altijd lastig voor me is, is dit iets waar ik de afgelopen anderhalf jaar wel beter in ben geworden. Toch hoop ik ook dat het geluk op dit vlak mijn kant op zal vallen en onzekerheid plaats maakt voor zekerheid.
Voor nu vlieg ik door naar waar deze reis in december begon, om nog een tweetal weken tot rust te komen, lekker te eten en op te laden voor ik onvermijdelijk weer aan het werk moet in Australië, waar ik mijn tweede jaar eindelijk inga. Stiekem heb ik mijn auto hier ook wel gemist, maar zoals altijd loop ik niet vooruit op de plannen.