← terug naar de atlas

Senaru · mrt 2026

Senaru - Aan de voet van Rinjani

Senaru - Aan de voet van Rinjani — Senaru

Lombok is een relatief klein eiland in Indonesië en wordt door veel toeristen vergeleken met Bali twintig jaar geleden, voor de enorme bouwprojecten en toeristische expansie waar het eiland nu mee te kampen heeft. In tegenstelling tussen zijn westelijke buureiland heeft Lombok een overwegende Moslimpopulatie. Dit is duidelijk merkbaar, aangezien ik het eiland bezoek in de laatste week van de Ramadan, de heilige maand binnen de Islam, waarbij vasten, gebed en vergeving centraal staat.

Vanuit Gili Trawangan neem ik samen met Mats, die ik eerder heb ontmoet, de langzame boot naar Lombok. Hier nemen we afscheid en sta ik er na een zeer sociale week weer alleen voor. Ik heb echter enorm uitgekeken naar een bezoek aan Lombok. Al ver voor ik hier voet aan land zette, kreeg ik dit eiland van alle plekken in Indonesië en misschien zelfs Azië het vaakst aangeraden.

Met een privétaxi reed ik naar mijn eerste bestemming, Senaru, aan de voet van Rinjani. Mount Rinjani is met 3726 meter de hoogste piek van Lombok en tevens de vulkaan die centraal staat op het eiland. De eilandbewoners hebben veel te danken aan de vruchtbare grond die Rinjani verzorgt. Senaru is dan ook thuis aan vele rijstvelden en boerderijen. De grootste attractie in de buurt zijn een tweetal watervallen, die ik dan ook absoluut wilde bezoeken. Ik verbleef echter maar één dag in het dorpje en dus moest ik mijn bezoek goed plannen.

Toen ik aankwam bij Rinjani Lighthouse, mijn accomodatie voor de nacht, trof ik een rustig maar mooie locatie aan met kleine en half-open hutjes, waarin ik zou slapen. Het restaurant zou goed zijn en dus genoot ik hier van een heerlijk lokale lunch. Wanneer ik weg ben uit Indonesië zou ik het eten van Lombok enorm gaan missen, dat weet ik nu ik dit, een week later, vanuit Australië schrijf.

Na het eten vertrok ik rond half vier in de middag richting de twee bekende watervallen. Het was maar een korte wandeling naar de ingang, waar ik, zoals verwacht werd bestookt door lokale gidsen die mij wilde rondleiden. Ik koos ervoor om zelf te lopen en de gidsen links te laten liggen. Ik luisterde namelijk met één oortje in naar de eerste Formule 1 race van het seizoen. Het gaf wat comfort en dit zijn exact die dingen die je kunt doen als je na een week sociaal te zijn geweest weer alleen op pad bent. De combinatie is echter wat apart, dat geef ik toe.

Na een lange trap naar beneden kwam ik binnen tien minuten aan bij Sedang Gile, de eerste van twee watervallen. Een regenboog scheen door de zon en het opstuivende water door de lens van mijn camera terwijl ik de waterval op de foto probeerde te krijgen. Ik liep gouw door toen ik werd gevolgd door een groep jonge gasten. Ik probeerde ze voor te blijven en dat lukte. Onderweg naar de tweede waterval wist ik eigenlijk niet helemaal waar ik heenliep, maar ik genoot van de wandeling, die me langs een lokale dam en door de volgroeide jungle leidde.

De tweede waterval, Tiu Kelep, was nog mooier dan haar voorganger. Wat een geweld kwam hier langs de rotsen naar beneden. Dit was echt andere koek, tenopzichte van de absurd drukke watervallen op Bali en andere plekken in Azië. Telkens wanneer ik foto’s probeerde te maken besloeg mijn lens direct door het opspattende water. Toen een klein groepje aziatische toeristen vertrok, had ik de waterval ook nog eens voor mezelf.

Omdat ik geen zin had om al die trappen terug omhoog te lopen, koos ik ervoor om me te laten afzetten door een motortaxi, die tactisch onderaan de trappen stond. Dit kostte mij vijftigduizend rupiah, wat omgerekend twee euro was. De motorrijder was erg blij, aangezien ik blijkbaar zijn eerste klant van de dag was. Het was inmiddels al vijf uur geweest. We reden langs wat apen en hij stopte voor mij bij een prachtig uitzichtpunt over de rijstvelden. Helaas was Rinjani zelf nog altijd in de wolken gehuld.

De chauffeur bracht me naar een restaurant waar ik de zonsondergang kon bekijken, maar jammergenoeg kwamen de wolken snel naar beneden en was er geen zonsondergang te bekennen. Ik liep terug naar het hotel en at hier een maaltijd, voor ik vroeg mijn bed in dook en het een en ander keek op mijn laptop. Ik zette een wekker en besloot vroeg op te staan, in de hoop de vulkaan nog te kunnen aanschouwen.

Toen ik vervolgens rond half zeven wakker werd en de deur uit liep, werd ik verwonderd door het heldere uitzicht. Drie duidelijk zichtbare bergtoppen pronkten in de blauwe lucht. Je kon duidelijk zien dat de top van de vulkaan voorheen nog hoger was, maar door een uitbarsting in de dertiende eeuw, stortte deze in. In het midden van de krater vormde zich een nieuwe vulkaan, die tot op de dag van vandaag actief is.

Vanwege het regenseizoen is de vulkaan tot en met april gesloten. Het is namelijk een zeer uitdagende hike naar de kraterrand, in de krater en uiteindelijk naar de top. In het verleden zijn hier verschillende ongelukken gebeurd. Tijdens Ramadan, wanneer gidsen overdag vanwege hun geloof niet kunnen eten, is de tocht nog gevaarlijker. Hierom moet ik nog maar eens terugkomen om Rinjani zelf te beklimmen. Een andere reden hiervoor is, is dat ik dan ook absoluut wat training moet doen om in vorm te komen, om uberhaupt een berg van bijna vier kilometer te kunnen beklimmen. Rinjani is vooral vanwege het stijle einde en het losse vulkanische zand moeilijk te beklimmen. Een bekende leus is dan ook: Twee stappen omhoog, één naar beneden.