← terug naar de atlas

Kecamatan Sidemen · dec 2024

Sidemen en de Besakih Tempel

Sidemen en de Besakih Tempel — Kecamatan Sidemen

Omdat het altijd belangrijk is om het beste gedeelte van een reis voor het laatste te bewaren, vertrokken we na een aantal dagen op Nusa Lembongan naar Sidemen. Sidemen is een bergdorpje waarin we volgens de mensen van het internet nog het authentieke Bali zouden vinden. Het Bali van voor Instagram, baliswings, sportscholen en açaibowls. Dit gedeelte van Bali waren wij op de valreep van onze trip hier naarstig naar opzoek en hoopten we dus te vinden in Sidemen, aan de voet van de Agung vulkaan.

Via Airbnb was ik uitgekomen bij een mooi huisje te midden van de rijstvelden, waar deze omgeving om bekend staat. Natural View, waar de woning onderdeel van was, is een resort met verschillende woningen, een restaurant en andere faciliteiten. De luxe hiervan was nog niet geheel overgekomen, toen ik de boeking maakte, maar bij aankomst werd onze status vrij snel duidelijk. We hadden een eigen fixer, Trisna, die al onze verzoeken in behandeling nam en verwerkte. Hadden wij scooters nodig, dan regelde zij dit door ons te appen: “Wait sir, now I call my friend.”, waarna de scooters tot de deur werden geleverd. Ook onze massages, mijn vuile was, de taxi naar het vliegveld en zelfs het bezorgen van drankjes en eten regelde onze Trisna vol enthousiasme.

Het huisje zelf was prachtig en beschikte over een privé zwembad, twee verdiepingen met op beide een tweepersoonsbed met klamboe, een koelkast, gratis koffie en thee en een warme douche. Voor nog geen zestig euro per nacht voor ons drieën, had ik deze prijs-kwaliteit verhouding nog niet eerder gezien. Het was ook veruit de mooiste plek van Bali, die ik had gezien. Het belangrijkste detail was vooral het gebrek aan andere toeristen.

Omdat het al redelijk laat was, toen we in ons huisje aankwamen, kozen we ervoor om nog eventjes in ons zwembad te gaan liggen, voor we verder een rustige avond beleefden. Voor de volgende ochtend hadden we, zoals eerder benoemd, scooters gehuurd, om een stukje te gaan rijden. We wilden graag naar de Pura Besakih, de grootste hindoeïstische tempel van Bali.

Na ons ontbijt, dat netjes door een collega van Trisna werd thuisbezorgd, vertrokken we met onze ‘scooters’ richting Sidemen en daarna de tempel. Voor mij was de 160cc van deze motor een nieuw record, maar voor Julius was het, na Nusa Lembongan, pas de tweede keer dat hij een scooter huurde. We reden gelukkig rustig aan, want we hadden allesbehalve haast. Het was een prachtige rit door rijstvelden, dorpjes en heuvelachtige landschappen, voor we uiteindelijk bij de tempel aankwamen. De tempel lag zo dichtbij Agung, de vulkaan, als je maar met een gemotoriseerd voertuig kon komen. Het was een enorm terrein, wat de indruk gaf dat het hier in het hoogseizoen extreem druk is. Nu was dit in ieder geval niet het geval.

We kregen een leuke rondleiding door het complex, droegen een Sarong en mochten zelfs bidden en een klassiek bakje met bloemen, rijst en wierook offeren. Het was een fijne ervaring en we hadden enorm geluk met het weer. Zo veel geluk dat de zon ons bijna te veel werd. Na de rondleiding hadden we het ook echt wel gezien en wilden we zo snel mogelijk op zoek naar een maaltijd. Onze gids tipte om te gaan eten bij een resort met een mooi uitzichtpunt, dus reden we hier direct heen.

We aten een lekkere mie goreng per persoon en dronken een drankje dat veel weg had van een milkshake, voor we rustig maar via een andere route terugreden naar ons huisje. Hier bestelden Julius en ik een paar flesjes bier en belde ik voor de eerste keer in twee weken, maar uitgebreid, met mijn moeder. De avond was wederom rustig en we gingen na ons diner en een goede zwembadsessie, vroeg naar bed.

De volgende ochtend werden we wakker met grijze luchten en een regenbui die niet van ophouden wist. Het was tenslotte het regenseizoen, maar een bui van bijna acht uur stortregen is toch extreem. Het beperkte ons in wat we konden doen, maar dit was eigenlijk wel lekker. We sliepen uit, ik keek filmpjes in bed en nam met Julius een Balinese massage. We kapen helemaal tot rust. In de middag hadden Juul en ik, terwijl Laurens ziek was geworden, een vergadering met Tim en Miro. We kunnen namelijk zelfs op respectievelijk 15.000 en 5000 kilometer afstand niet stilzitten en vonden het belangrijk om onze band in leven te houden. Het was behalve een productieve vergadering ook een gezellig gesprek met de nodige hintjes naar wat de komende tijd komen gaat.

Omdat Lau zich echt niet lekker voelde, aten Juul en ik rendang aan het zwembad als late lunch en zwommen we nog wat, voor we ons laatste avondmaal met z’n drieën aangingen. Zelfs Laurens had zichzelf uit bed gehesen, voor deze speciale aangelegenheid. Hoe snel de afgelopen twee weken zijn gegaan, is niet te bevatten. Dit geldt eigenlijk voor de hele periode die ik nu weg ben. Ik vind het confronterend om nu al in dat gevoel te komen, terwijl ik voor mijn gevoel ook pas net weg ben.

De laatste dag op Bali begon wederom regenachtig, waardoor we weer laat opstonden en rustig onze spullen pakten, voor we nog een brunch genoten en met onze vooraf geregelde taxi richting het vliegveld gingen om Juul alvast af te zetten. Na een paar hordes, waaronder een nieuwe auto en twee plaspauzes, kwamen we aan op het vliegveld van Denpasar. We namen afscheid van Juul en gingen nog voor een paar uurtjes naar Kuta, om hier in een door ons geboekt hotel te rusten. We namen wederom een massage, omdat Lau die van hem de dag ervoor door zijn zieke gevoel moest laten schieten. Hierna bestelden we nog even een pokebowl, bij hetzelfde restaurant als waar we dit ook deden in Canggu, voor ik ook van Lau afscheid nam en alleen richting het vliegveld ging.

Op het vliegveld kocht ik nog wat nodige goodies, die in Australië veel duurder zouden zijn en kon ik om half tien eindelijk instappen in de vlucht naar de plek waar het idee voor deze reis überhaupt mee begon. Sydney, Australië! Morgenochtend zie ik, na een vlucht van zo’n zes uur Miro en Just voor het eerst in bijna twee maanden!