Sinkholes en vulkanen in Mount Gambier

Na een rustige nacht in Nelson aan de rand van Victoria, pak ik mijn spullen weer in om de grens over te steken naar Zuid-Australië. De derde Australische staat van mijn reis, die ik op dit moment in ieder geval zal aanraken, voor ik terug ga naar Victoria en hier begin met mijn carrière als melkboer.
Net over de grens, in Eight Mile Creek, zitten Miro en Just, die hier op een boerderij werken. Ik was eigenlijk van plan de jongens een bezoekje te brengen, maar vanwege werk, hebben ze geen tijd. Ik trek, zoals ik al een hele tijd doe, mijn eigen plan en vertrek richting Mount Gambier. Ik vind het wel jammer, want alleen op de camping staan tussen tientallen ouderen en stelletjes, valt me toch wat zwaarder dan gedacht. Ik ben blij als ik straks kan beginnen met werk en hier hopelijk wat leeftijdsgenoten kan ontmoeten.
Het is pas een heel stuk later dat ik me realiseer dat ik met de grens van Victoria naar Zuid-Australië ook een tijdzone ben doorkruist. Zo is het hier een half uur eerder dan in Victoria. Australische tijdzones hebben sowieso wel een gewoonte om onverwachte dingen te doen. Zo hebben de noordelijke staten bijvoorbeeld geen zomertijd en is het dus in Brisbane dat in Queensland ligt een uur eerder dan in Melbourne in Victoria, terwijl Melbourne een stuk westelijker ligt dan Brisbane. Sowieso krijg ik een beetje hoofdpijn wanneer tijdzones per half uur of zelfs kwartier gaan. Zo heb je namelijk ook een onofficiële tijdzone rondom de grens van West-Australië en Zuid-Australië, die specifiek geldt voor de twee dorpjes Eucla (WA) en Border Village (SA) op de Nullarbor Plain die de twee staten met elkaar verbindt. Omdat er verder niets in de buurt ligt, is het logisch dat de twee dorpjes eenzelfde tijdzone hebben. Zo moet je hier als je vanuit Zuid-Australië richting Perth komt je klok drie kwartier achteruit zetten en wanneer je vanuit West-Australië richting Adelaide rijdt, drie kwartier vooruit. Omdat het een onofficiële tijdzone is, zal je telefoon dit namelijk niet automatisch doen.
Behalve de tijd was een andere belangrijke verandering in Zuid-Australië dat de maximumsnelheid hier op veel plekken honderdtien kilometer per uur is, in plaats van honderd. Dit scheelt wellicht niet veel, maar rijdt op de rechte stukken aanzienlijk lekkerder. Omdat Zuid-Australië nog minder dichtbevolkt is, hoef je je hier ook iets minder zorgen te maken over de flitspalen, waar Victoria bekend om staat.
Dat Zuid-Australië dun bevolkt is, blijkt uit de bevolkingscijfers van Mount Gambier, de op een na grootste stad van de staat, met net iets meer dan dertigduizend inwoners. Dit feit zegt natuurlijk niet dat er niets te beleven is in het stadje dat op nog geen twintig minuten rijden ligt van de grens met Victoria. De stad is namelijk gebouwd op een oude vulkaan. Ik wist persoonlijk niet dat Australië vulkanen had en was dan ook verbaasd om het enorme kratermeer te zien, wat ze toepasselijk aan de kleur van het water, The Blue Lake, hebben genoemd. Ook Little Blue Lake, waar je heerlijk in kunt zwemmen, was leuk om te bezoeken. Een andere mooie trekpleister van Mount Gambier was de Umpherston Sinkhole, waarin een prachtige botanische tuin was gevormd. Het stadje had nog een aantal andere bezienswaardigheden zoals grotten en een museum, maar ik moest weer door!
Na het kopen van wat werkkleding bij de Kmart en laarzen bij een winkel genaamd Rubber and Plastic, reed ik door via Port MacDonnell richting Southend. Ik stopte nog bij een aantal mooie uitzichtpunten, maar durfde het niet aan om een boete van ruim driehonderd dollar te riskeren om hier te kamperen, omdat ik niet volledig zelfvoorzienend was. Ondanks dat Miro en Just hier net als Jynthe wel waren gaan staan, vertrouwde ik het niet en had ik zo’n voorgevoel dat het dan net mij zou overkomen om een boete te krijgen.
In Southend vond ik overigens ook een prachtige camping, waardoor ik uiteindelijk beide uitzichten heb gezien. Deze ‘bushcamp’ kostte maar tien dollar en lag pal achter de duinen. Eenmaal geïnstalleerd tilde ik mijn campingstoel de heuvel over en plaatste ik deze op het harde zand. Ik dronk een drankje en genoot van de zonsondergang, terwijl ik met Hidde en later ook Martika belde. Het was een lekkere avond. Ik at instant noodles, want ik was te lui om te koken in het donker. Toen ik werd aangevallen door alle vliegen, wist ik dat het tijd was om te gaan slapen.