← terug naar de atlas

Pakbeng · jan 2026

Slowboat - Zie ginds komt de slowboat

Onze eerste volledige dagen in Laos staan in het teken van de slowboat naar Luang Prabang. Het is een traject van ongeveer driehonderd kilometer in totaal, die je op een zeer langzame boot in twee dagen aflegt, met een tussenstop in het kleine dorpje Pakbeng.

We beginnen de eerste ochtend in Huay Xai, waar we het land waren binnengekomen. In de ochtend krijgen we gratis ontbijt bij ons hostel, dat door een jong meisje in een hete pan op de fiets naar het hostel wordt gebracht. Het is een prima portie gebakken rijst, dus wij zijn tevreden. Hierna pakken we onze spullen, halen we de tickets op voor de boot en lopen we binnen vijf minuten naar de Mekong rivier toe, waar de boot zou vertrekken. We zijn er om negen uur al, maar zoals een beetje verwacht, vertrekt de boot niet eerder dan elf uur. We wachten twee uur en zien hoe de boot, een houten plank bedekt met stoffige busstoellen in rijen van vier, volledig vol zit. Achterop de boot zit een enorme motor, die waarschijnlijk ook uit een bus is getrokken. Hier zit ook het rokershok, de minishop en een tweetal minimalistische toiletten.

De eerste uren vermaken we ons met een paar spelletjes “Ik heb een dier in gedachte” en gewoon praten. Sophie, Vlinder en Babbette hebben ons vergezeld voor deze reis en met z’n zessen hebben we ook een kamer geboekt in Pakbeng, zo’n zeven uur verderop.

Ik denk dat het rond het middaguur moet zijn geweest dat we besloten het op een zuipen te zetten. Er was simpelweg niet veel anders te doen. Voor twee euro per stuk kochten we de halve liters Beer Lao, die ons door deze rit moesten trekken. We speelden kaartspelletjes als bussen en gooide wat dobbelstenen voor slokken, tot we rond het einde van de middag aankwamen in Pakbeng. Hier aten we een simpele maaltijd bij een van de weinige restaurantjes in het dorp en speelde ik nog een potje pool met Babbette. Zij won.

De volgende ochtend werden we weer vroeg wakker voor de tweede etappe van onze reis naar Luang Prabang. De dag ging grotendeels hetzelfde, behalve dat we ditmaal achterop de boot zaten. In het rookhok en naast de motor. Niet fantastisch, maar het kon ermee door. We zaten in ieder geval met z’n zessen bij elkaar. Ondertussen maakten Just en ik vrienden met een Chinees die op vakantie was met zijn familie en kwamen we ook een duitse jongen en een Nederlandse gast van achttien - die ons constant boys noemde - tegen.

Hoewel ik weet dat overmatig drinken niet gezond is, was het in dit geval wel de juiste keuze. Andere groepen zaten er aan het einde van dag twee namelijk bedroeft en depressief bij, terwijl wij een leuke tijd hadden en de boot onze speeltuin maakte. Ik moest er alleen zo vaak van naar de WC.