Strathdickie Plant Hire - sprayen en mulchen

Maandagochtend, half zes, ging mijn wekker. Mijn telefoon trilde naast mijn hoofd en ik drukte deze snel weg. De rest van de camping van het Nomads hostel in Airlie Beach lag namelijk nog te slapen. Voor mij was het mijn eerste werkdag en was het dus logisch om vroeg op te staan. Het was even donker als toen ik een paar uur eerder ging slapen, maar ik moest mijn daktent toch echt inklappen, om mezelf een uur later bij Glenn, de eigenaar van Strathdickie Plant Hire, te melden.
Een van de eerste gedachten die door mijn hoofd schoten, was dat ik dit echt niet elke ochtend wilde doen. Het probleem was echter dat ik nog steeds geen vaste accomodatie had geregeld in Airlie Beach en dat ik stiekem toch ook de eerste werkweek wilde afwachten. Ik klapte mijn daktent met de nodige finesse in, aangezien ik dit inmiddels al honderd keer had gedaan. Vervolgens zat ik in mijn achterbak met mijn bakje yoghurt en een appel in mijn hand, voor ik wegreed richting Strathdickie.
Onderweg begon het inmiddels licht te worden en ik moet zeggen dat de zonsopkomst boven de haven van Airlie Beach niet misstaat. In een ruim kwartier reed ik naar het terrein, waar ik om de grote bus naar een stuk toe reed, waar een drietal mannen stonden te praten. Een van het was Glenn, die ik eerder had ontmoet. De andere twee waren Tyson, die mij een dag eerder had gebeld, en Tui, een man uit Fiji, met wie ik ook zou werken. Ik stelde me netjes voor en Tyson vroeg me of ik kon helpen met het opladen van een aanhanger. Ik knikte, maar had eigenlijk geen idee wat er moest gebeuren. Toen een andere man mij kwam helpen en dit uiteindelijk gelukt was, werd het plan voor de dag beetje bij beetje duidelijk. We zouden naar Mirani gaan, zo’n twee uur richting het zuiden. Hier zouden we vervolgens een aantal klussen doen en verblijven. We zouden hier de hele week blijven. Dit was een memo, die ik vooraf gemist had. Gelukkig had ik al mijn spullen al mee, aangezien mijn hele leven in die auto zit, waarvan ik net de daktent had ingeklapt.
In mijn eigen auto reed ik achter Tui aan, die in Proserpine nog een andere jongen uit Nieuw-Zeeland moest ophalen. Tijdens deze rit richting Mackay had ik zelf ruim de tijd om nog even wakker te worden. Na iets meer dan twee uur komen we aan bij een wit vrijstaand huis in Mirani, waar we de komende nachten zouden verblijven. De voorwaarden zijn niet slecht voor mij, aangezien we per nacht dat we hier verblijven zestig dollar voor onze maaltijden krijgen, ook de reistijd betaald krijgen en ik in Airlie Beach natuurlijk helemaal geen accomodatie had.
Inmiddels was het tijd om daadwerkelijk aan het werk te gaan en dus reden we naar onze eerste werklocatie, een boerderij vlakbij het huis. Je vraagt je inmiddels vast af, wat mijn baan inhoudt. Op het moment waarin ons verhaal zich bevindt, heb ik dezelfde vraag. Mij is namelijk nog niets uitgelegd. Dit werk is in deze omgeving namelijk erg normaal en iedereen die de termen ‘reef catchment’ of ‘landschaping’ hoort, reageert zonder verbazing. "Righto!"
Praktisch gezien bestaat het werk uit meerdere activiteiten, maar Strathdickie Plant Hire werkt voornamelijk voor boeren en lokale overheden om de rivierbedding te verstevigen. Dit doet het bedrijf door bomen te planten en onderhouden. Land vrij maken, gaten graven, bomen planten, irrigatie aanleggen, mulchen en de locaties vervolgens te onderhouden door onkruid te bespuiten met herbiciden. Dit alles werd mij eigenlijk pas duidelijk halverwege de derde dag.
Dat we dit werk niet op chronologische volgorde leren, werd wel snel duidelijk, aangezien we begonnen met het bespuiten van een aantal locaties. Dit is tot op heden het grootste gedeelte van ons werk geweest, waarbij je als een soort ghostbuster met een grote rugzak met gif en water het onkruid bestrijdt. Het werk is niet moeilijk, maar in de volle zon wel zwaar met vijftien liter op je rug. Gelukkig waren de eerste dagen bewolkt, met af en toe zelfs een goede druppel regen.
Mijn eerste dagen waren lang, maar prima te doen. We spoten veel onkruid, deden wat mulching, maar zaten ook geregeld in de auto, waardoor we nooit langer dan anderhalf uur achter elkaar werkten. De aussies houden immers ook van hun ‘smoko’, pauzes die ook als je niet rookt, heilig zijn. Een gaaf detail is nog zeker dat we tijdens ons werk moeten uitkijken voor het Australische wildlife. Op dag drie, tijdens het plukken van een stuk lang gras, stak mijn collega Tyson opeens zijn hand in het nest van een Coastal Carpet Python, een ruim twee meter lange slang, die zich vervolgens behoorlijk opgejaagd voelde. Ook krokodillen en stierhaaien vormen een gevaar, als je onzorgvuldig te werk gaat. We werken immers uitsluitend aan de rivierbedding.
In de auto zat ik met Hector, een achttien jarige jongen uit Midge Point, het dorp waar ik met Miro en Just een keer een weekend in het huis van hun collega Anthony zat. Er is daar niets te doen, maar Hector leek niet van plan weg te gaan. Hij was op zijn zestiende gestopt met school, om voor Glenn te gaan werken. Hij had veertigduizend dollar bij de bank geleend om een prachtige auto te kopen en ging in het weekend graag vissen met zijn vrienden of naar Airlie Beach om wat te drinken. Aan het einde van de week was er van zijn salaris niet veel meer over.
De werkweeg vloog voorbij, maar was ook korter dan normaal, aangezien het dit weekend Pasen is. Leuk, zou je denken, maar de paasgedachte ontbrak bij mij volledig. Zoals gezegd had ik geen accomodatie in Airlie Beach en kon ik het geld dat ik zou verdienen met werken goed gebruiken. Helaas, konden ze ons in het weekend niet laten werken, omdat werkgevers in Australië verplicht zijn hun personeel vrij te geven of meer dan het dubbele te betalen op deze dagen. Ik had echter een oplossing gevonden.
Ik had aan Glenn gevraagd of ik in het weekend in het huis in Mirani kon verblijven om zo de omgeving te verkennen. In werkelijkheid zou ik mezelf in het huis opsluiten, mijn was draaien en zo min mogelijk geld uitgeven in mijn vrije dagen. Niet echt de paasgedachte, maar wel de harde realiteit. Ik had immers maar zes weken om genoeg geld te sparen voor een plan, waar ik jullie later op de hoogte van zal stellen. Het was even zoals het was.
In het weekend focuste ik me weer eens lekker op mezelf, mijn gezondheid en mijn langetermijnplannen. Zo luisterde ik, net als door de weeks naar luisterboeken, de nieuwe EP van U2 en schreef ik zelf ook veel. Ik heb inmiddels The Let Them Theory van Mel Robbins uitgelezen en ben ik inmiddels begonnen met No Excuses!: De Kracht van Zelfdicipline van Brian Tracy. Deze boeken hebben mij geïnspireerd om weer meer te gaan schrijven en zoals eerder aangekondigd, doe ik dit niet alleen meer op Polarsteps, maar ben ik inmiddels ook in de Substack rabbithole gedoken, waarop ik meer persoonlijke en uitgedachte engelstalige verhalen wil delen. De eerste hiervan, over de gevolgen van het overlijden van mijn vader, staat inmiddels online en is dan ook direct te lezen én luisteren. Mocht je hiervan op de hoogte gehouden willen worden, stuur me dan eventjes je email adress, zodat je niets mist, wanneer ik mijn volgende stuk upload.