Surfers Paradise wil zo graag een paradijs zijn

Hoewel ik vaak zin heb om te schrijven over de plekken waar ik ben geweest, is dit een taaie. Omdat we niet zo graag nog langer in Killarney bleven, maar een volle week in Brisbane ook wat veel leek, maakten we een korte stop in Gold Coast. Na een heerlijke lunch van Texas style Brisket en BBQ chicken, reden we in een ruk terug naar de kust.
Omdat ik veel heb om te schrijven en dit nu eenmaal niet het meest enerverende verhaal ooit is, houden we het kort. We waren namelijk moe van onze semi-outback ervaring en dus sliepen we, nadat we er een half uur over hadden gedaan om een parkeerplek te vinden vroeg. Althans. We keken eerst nog een film, waarvan ik het einde niet heb meegemaakt. Daire had zijn matras tussen dat van Amber en mij ingelegd, waardoor onze dorm op een waar schoolkamp leek voor twee twintigers en een dertiger.
De volgende morgen besloten we Surfers’ zoals iedereen de wijk in Gold Coast noemt, te voet te verkennen. We liepen naar het strand, vanuit waar we richting de stad liepen. Hoewel gezellig, was het vrij generiek. Meer en meer kreeg ik het idee dat we waren beland in een stad waarvan ze zo graag willen dat het er leuk is. Het was prima en prima is het nieuwe kut, zoals ik al vaker heb ervaren. We mogen niet klagen, maar het is niet alleen maar palmbomen, witte stranden en kokosnoten.
De rest van de dag zwierven we door de stad en bezochten we op Amber’s aandringen een kunstgalerij, waarvan ik me nu inmiddels een ruime week later niet veel herinner. Wel herinner ik me het uitzicht over de wolkenkrabbers en een festival wat onze aandacht trok. We gingen naar beneden en vroegen of we naar binnen mochten. Op z’n Australisch zei de vrouw ja maar vroeg ze of we de volgende keer alsjeblieft online wilde registreren. ‘Zal ik doen’, dacht ik met het idee in mijn achterhoofd dat ik hier waarschijnlijk nooit meer zou terugkomen.
Op het festival speelde een band waarvan ik niet zeker wist of ze goed of vreselijk waren. Het deed me denken aan de eerste periode van mijn band Crescent, waarin we daadwerkelijk dachten dat we de nieuwe Di-Rect waren, maar tegelijkertijd nog niet wisten hoe we onze instrumenten moesten gebruiken. Één tien voor passie, één drie voor de muzikale uitvoering.
Toen het begon af te koelen, besloten we terug te lopen naar het hostel, waar we, na het doen van onze was, wederom vroeg gingen slapen. Gold Coast klonk mooi, maar was niet veel meer dan middelmaat.