Sydney en The Blue Mountains

Na twee dagen in het slaperige maar gezellige Thredbo, was het op vrijdag tijd om door te rijden naar de volgende locatie. Sydney is waar het voor mij allemaal begon in Australië, aangezien ik hier op 23 mei was geland, waarna ik direct met Miro en Just de stad verliet om binnen een week naar Melbourne te rijden. Zonde want Sydney is een stad die enorm veel te bieden heeft en dus kom het ook niet anders dan dat ik hier nog eens goed terug moest komen.
Omdat Sydney nog ruim vijf uur rijden was, maakte ik een tussenstop in Canberra, de hoofdstad van Australië. Inderdaad, niet Sydney of Melbourne, maar Canberra draagt die titel, aangezien de twee grootste steden hier allebei niet uit kwamen, tijdens de stichting van het land. Je kan Canberra dus een beetje zien als het Den Haag van Australië, behalve dat het geen strand heeft én eigenlijk een algemene gezelligheid mist. Het is dan ook vaak de stad die wordt overgeslagen door toeristen, maar omdat ik graag in iedere staat en in ieder gebied van Australië wil zijn geweest, kon ook Canberra in het Australian Capital Territory niet ontbreken.
In Sydney doemde zich het volgende probleem op toen ik mijn auto moest parkeren. Sydney is een enorme stad en parkeergelegenheid is schaarst of duur. Zo goedkoop als ik probeer te reizen, wilde ik mijn auto natuurlijk gratis neerzetten. Na wat rondvragen kwam ik uit bij Bondi Junction, vanaf waar ik met twee rugtassen en een kartonnen Woolworths tasje naar de trein liep om het centrum in the gaan. Ik was weer backpacker.
Het openbaar vervoer in Sydney is een van de beter geregelde systemen die ik ken. Een van de redenen hiervoor is dat je overal gewoon met je telefoon kan inchecken, zoals je dat in Nederland ook gewend bent. Binnen een half uur stond ik voor Sydney Central op de stoep van mijn hostel Wake Up. Dit hostel is groot, realiseerde ik me, toen ik een sleutel kreeg voor een kamer op de zevende verdieping. Hier werd ik direct enthousiast ontvangen door Logan en Lewis uit respectievelijk Canada en Engeland. Ze nodigden mij uit om mee te doen met de pubcrawl. Dit was erg gezellig en zo leerde ik direct het halve hostel kennen. Een aantal biertjes te veel in het dure Sydney en mijn portemonnee was alweer bang voor de komende maanden, maar goed. Je leeft maar één keer.
De volgende dag gingen we naar Manly, een van de leukere stranden van de stad. Na een tochtje met de ferry, die ons voor een dollar in dertig minuten niet alleen naar het noorden van Sydney bracht, maar ook een prachtig uitzicht op zowel de Sydney Opera House en Harbour Bridge, liet zien. Het strand was lekker, om nog maar over de vrouwen die er rondliepen te zwijgen. Gelukkig was het water ondanks de golven en matige buitentemperatuur warm genoeg om in te zwemmen.
Na het posten van een foto in mijn Instagram verhaal, reageerde Barbara die haar dochter Pien kwam opzoeken, of ik een borrel wilde doen. Hartstikke gezellig en best toevallig. In het verleden mocht ik twee keer mee op vakantie met Pleun mee, waardoor ik de familie ook beter heb leren kennen. We dronken een drankje en aten wat in Surrey Hills, een leuke wijk die daadwerkelijk op een heuvel lag. Ik moest er heen lopen, dus ik kon het weten. Het was erg gezellig en we kletsten een aantal uur, tot we in een rotgang naar de haven liepen voor het vuurwerk, maar dit uiteindelijk in de laatste kilometers hoorden maar niet zagen. Helaas.
Op zondag was het weer wat minder en was het voor mij tijd om te beginnen met mijn scriptie. Nou ja, beginnen. Het was tijd om hem af te maken, want de deadline was al een week later. Ik schreef in de ochtend en liep een rondje door de stad terwijl ik met Tim belde. ‘s-middags deed ik niet veel en lag ik vooral op bed, tot het weer tijd was om naar beneden te gaan voor alweer een pubcrawl die eindigde in Sidebar, de club die bij het hostel zat. Ook maandag ontvouwde zich ongeveer hetzelfde. Studeren, relaxen, feesten. Sydney was gezellig, maar duidelijk niet goed voor de gewoontes die ik de afgelopen maanden had opgebouwd.
Op dinsdag was het tijd voor weer een activiteit, toen het weer beter werd en ik er dus voor koos om de bus te nemen naar Coogee. Vanaf hier liep ik de beroemde Coogee naar Bondi walk. Hoewel Coogee niet zo bekend is, kun je Bondi Beach misschien kennen van Bondi Rescue, het dramatische televisieprogramma waarin mensen die niet konden zwemmen moesten worden gered uit de zee. Mooie vrouwen, surfers, een tikje asociaal af en toe. Hoewel Bondi Beach bekend staat als een van de meest iconische stranden van Australië, was het niet bijzonder. Alle andere stranden waar ik in de twee uur hiervoor langs was gelopen daarentegen waren prachtig. Mooie baaien, kliffen en zandstranden zoals ik en wellicht zelfs jullie als van Australië zijn gewend.
Na de wandeling, die ik tactisch even beëindigde bij mijn auto die bij Bondi Junction stond, had ik afgesproken met Joey, die vanuit Thredbo naar Sydney was gekomen om een aantal dagen te vertoeven. We aten wat in een lokale pub alvorens we naar de Sidebar gingen voor een Pubquiz met mijn Engelse vrienden. Lewis en een viertal anderen waren al begonnen, toen wij ons bij hun team voegden. In vier rondes kwamen we erg dichtbij de eerste plaats maar moesten we het uiteindelijk doen met plek drie. De prijs was een tegoedbon van vijfentwintig dollar, waar je nog geen drie biertjes van kon kopen. Lullig voor een groep van zeven. Na de pubquiz en een klein dansje op de akelig lege dansvloer, was het tijd voor de slechtste keuze van de week. We gingen naar het casino.
Na een lange wandeling kwam ik met Joey bij Star Casino aan, terwijl de rest er al was. Een van de Engelsen die ik niet bij naam zal noemen had alleen net al tweehonderd dollar vergokt aan de blackjack tafel en vond het hierna een goed idee om dit te proberen terug te winnen, met nog wat geld. Dit ging natuurlijk helemaal mis en was voor mij het teken om het nieteens te proberen. Joey en ikzelf werden beide helemaal onpasselijk van alle mensen die hun huis op rood zetten, jongeren die met Rolexes en diamanten oorbellen aan de roulette tafel zaten en onze eigen vrienden die voor de grap honderden dollars weggooiden. Snel wegwezen en nooit meer terugkomen.
Hoewel woensdga de mooiste dag was, sinds mijn aankomst in Sydney, heb ik de zon nauwelijks gezien. Het was tijd om meters te maken en mijn scriptie af te schrijven. Hoewel af een groot woord is, ben ik ver gekomen en is het vooral de conclusie die ik de komende dagen nog moet afwerken. Na uren van schrijven, kwam ik in mijn zoektocht naar lunch, Joey tegen, die hetzelfde idee had. We haalden een Libanese wrap in een foodcourt en liepen een rondje over de markt, toen we al snel realiseerden dat vandaag niet de dag was om met veel mensen op een plek samen te zijn. ‘s-avonds zei ik nog even gedag bij mijn Engelse vrienden in Sidebar, voor ik redelijk op tijd ging slapen.
Op donderdag had ik namelijk afgesproken om met Eline naar de Blue Mountains te gaan. Eline ken ik uit Den Haag, maar had ik al een heel lange tijd niet gesproken. Momenteel doet ze haar uitwisseling in Sydney, vanwaar ze hier woonde. Hoewel ze al een keer bij de Blue Mountains was geweest, wilde Eline deze graag nog een keer zonder mist. Het probleem was echter dat ik om zeven uur ‘s-ochtends wakker werd op de meest regenachtige dag sinds mijn aankomst. Ik haalde Eline op en we reden in mijn auto richting de bergen. Onderweg trok de lucht zodanig dicht dat we op een gegeven moment zelfs moeite hadden met het zien van de wegaanduiding. We konden er wel om lachen maar haalden al snel de illusie uit ons hoofd dat we veel van de bergen gingen zien. Na een korte toiletstop en de eerste wandeling van een kwartiertje, klaarde het echter een stukje op, waardoor de eerste van de drie zusters (familie van de twaalf apostelen?) zich liet zien. Het wandelen door de Blue Mountains was een stuk mooier dan het weer deed vermoeden.
Lunchen deden we bij Yellow Deli, een café waarover Eline vertelde dat onderdeel van een cult zou zijn. Zo had onder andere Vice hier ooit een artikel over geschreven. Het eten was redelijk, maar misschien kwam dit door het feit dat we beide een keuze maakten van het kindermenu. De inrichting van het café deed ons beide denken aan Kabouter Plop. Na een paar goede gesprekken en een lunch liepen we door het dorpje nog een keer terug naar het uitzichtpunt, waar de mist inmiddels was opgetrokken. Het uitzicht was erg mooi en het manifesteren voor goed weer, betaalde zich uit.
Het was tijd om terug te rijden naar Sydney en na anderhalf uur parkeerde ik mijn auto voor de deur bij Eline, waarna we verder gingen met de metro. We dronken een drankje in The Rocks, een wijk waar ik nog niet was geweest. De sfeervolle Irish pub zat verscholen achter een aantal winkels. We aten hier een Australisch borrelplateau met onder andere gerookt kangaroevlees en salami van zwijn. Niet goedkoop, wel lekker. Na iets te veel Guinness was het weer tijd om naar mijn hostel te gaan, waar ik voor elf uur alweer op bed lag.
Mijn laatste dag in Sydney stond voornamelijk in het teken van afscheid nemen van iedereen die ik heb ontmoet. Ik had niet veel behoefte meer om de hele stad te doorkruisen en pendelde tussen de kamer en het terras. ‘s-avonds dronken we wat in Surrey Hills en gingen we nog één keer naar de Side Bar, voor ik de dag erna om tien uur na een week in Sydney moest uitchecken.