Terug naar Australië: Hoe en wat nu?

Het was een ietwat willekeurig zijpad dat ik nam, toen ik iets meer dan twee weken terug richting Thailand vloog om Nikki op te zoeken. Toegegeven was het financieel gezien wellicht niet de meest handige keuze, maar ach. Als ik puur voor de financiën wilde gaan, had ik ook nooit muziek moeten gaan studeren, maar beter een dubbele studie rechten en economie. Meer dan ooit leert deze reis mij dat je moet leven met je keuzes en dat je deze ook maar beter vol overtuiging kunt nemen, dus dat hebben we gedaan.
Inmiddels ben ik weer terug op Australische bodem en schrijf ik dit stuk vanuit mijn auto in het Victoriaanse stadje Winchelsea. Dat verhaal is voor de volgende keer, want nu zal ik jullie een update geven over de afgelopen dagen en mijn terugkomst Down Under!
Laten we beginnen bij de cliffhanger van de vorige editie van ‘discutabele keuzes van Bas’, waarin ik aangaf een baan te hebben gevonden. Omdat ik een verstandige reiziger wilde zijn, besloot ik al tijdens mijn door mijzelf omgedoopte ‘vakantie’ naar Thailand op zoek te gaan naar werk. Uiteindelijk had ik via via een aantal opties. Zo was er een bedrijf dat een fantastisch salaris beloofde (tot wel 6000 Australische dollars per maand) om zonnepanelen te verkopen in New South Wales, maar toen ik eenmaal mailcontact had met de recruiter en zij zei graag met me te willen bellen, kreeg ik geen reactie meer. Jammer, want ik zag die luxecamper al wel voor me. Een andere optie was om samen met Jynthe druiven te gaan plukken vlakbij Adelaide. Zij had namelijk contact met een boer die ons ‘eventueel’ wel kon gebruiken. Het wachten hierop duurde erg lang en als dit al zo zou zijn, zou het maar voor anderhalve maand zijn. Toen ik vervolgens een ander aanbod kreeg, waarbij ik drie maanden aan de slag zou kunnen gaan, moest ik deze wel aangrijpen. Vanaf 17 februari ga ik aan de slag als melkboer.
Dit is geen grap voor aan tafel bij de schoonfamilie later, wanneer mijn kinderen erachter komen waarom ze toch niet op papa lijken, maar echt waar. Via een Belgisch meisje uit een WhatsApp groep kwam ik bij het boerenbedrijf van Ricky terecht. Na wat gesprekken met haar wilde de boer mij graag spreken. Het was een beetje ongemakkelijk om vanuit Pai, het meest toeristische dorp van Noord-Thailand, met een Australische boer te bellen, maar hij was blijkbaar enthousiast. Hij vroeg nog of ik ervaring had met het werken van dieren, wat ik afwimpelde met ‘Nee, maar ik ben niet bang voor dieren hoor.’ Terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet kan weten. Het zal ook wel goed komen toch? Al met al zal ik vanaf volgende week drie maanden lang fulltime koeien melken in Port Campbell, aan de Great Ocean Road. Hoewel ik ook zeker toe ben aan het ontdekken van andere delen van Australië, vind ik het ook wel leuk om wat langer in Victoria te blijven en relatief dichtbij zowel Melbourne (3 uur) en Geelong (2 uur) te zitten. Toch hoop en verwacht ik de komende tijd niet veel geld uit te geven. Ik wil wellicht een gitaar kopen, zodat ik me niet snel ga vervelen zodra ik niets te doen heb. Ik heb de laatste tijd niet voor niets veel verschillende gitaren getest en mijn studie vraagt natuurlijk ook wat van mij.
Na het goede nieuws over mijn toekomstige carrière in de Melkveehouderij - voorsorterend op een functie binnen de BBB als minister van buitenlandse zaken - vloog ik met de nodige vliegschaamte - oké, misschien moet ik toch maar bij GroenLinks blijven - via Singapore naar Melbourne. Als ik goed heb geteld, waren het mijn zestiende en zeventiende keer vliegen binnen honderd dagen. Ik voel me links, maar gedraag me rechts.
Het vliegveld van Singapore was bizar om te zien. Het voelde als het winkelcentrum dat Nikki en ik bezochten op onze laatste dag in Bangkok, waarbij een ‘premium’ vleugel alleen gevuld was met winkels van ‘premium’ merken zoals Gucci, Prada, Porsche en Louis Vuitton. Hoewel het lastig is een auto te kopen op het vliegveld tijdens een overstap, waren alle andere winkels ook in Singapore aanwezig met een flagship store. Ik ging, zoals mijn budget misschien al vaker heeft verraden naar de Popeyes, een Amerikaanse fastfoodketen waar ze voornamelijk Louisiana-style gefrituurde kip verkochten. Het was prima, maar voor de vijfentwintig euro die ik had betaald, niet geweldig. Al met al had ik wel honger, want Scoot is net als Jetstar een budget airline, waarbij je zelfs voor een simpel flesje water moet betalen. Ook op een vlucht van zeven uur.
Heel even had ik de hoop dat mijn vlucht half leeg zou zijn, aangezien het boarden zo lang duurde dat ik ruim een half uur een rij voor mezelf had. Het mocht helaas niet zo zijn, want als allerlaatste kwamen mijn buren, een ouder stel uit India, het vliegtuig binnen. Helaas voor mij namen ze niet alleen een onuitstaanbare geur mee, maar ook al hun lokale culturele gebruiken. De man ging in kleermakerszit met blote voeten tegen de stoel voor hem zitten, terwijl zijn vrouw niet kon stoppen met mij aankijken. Het stel sprak geen woord Engels en de man had ook geen moeite mij telkens aan te raken en van de tussenleuning te duwen. Nee het was eigenlijk een heel oncomfortabele vlucht, waarbij ook slapen niet wilde lukken, tot ongeveer een uur voor aankomst.
Eenmaal terug op het vliegveld van Melbourne voelde ik me raar. Niet perse blij, niet perse verdrietig. Erg neutraal en vooral heel erg moe. Ik was niet zo euforisch als de vorige keer dat ik in Melbourne aankwam en merkte dat het apart voelde om in zo’n grote stad aan te komen, zonder echte vrienden. Het was weer even schakelen. Alleen reizen zou de komende tijd weer echt even alleen zijn. Ook was mijn telefoon op de laatste avond in Chiang Mai gesneuveld, waardoor ik deze voor veel geld zou moeten laten repareren en had ik stress of mijn auto nog staat waar ik deze had achtergelaten.
Terug in het Roamer, het hostel waar ik in totaal al twee weken heb geslapen, besloot ik met toch maar in te schrijven voor de kroegentocht van die avond. Ik had niet zo’n zin om helemaal alleen te zijn namelijk. De tocht begon vroeg en was erg gezellig. Ik heb veel mensen ontmoet en gesproken maar van weinig mensen echt onthouden hoe ze heten of de moeite genomen contactgegevens te noteren. Toen ik vervolgens naar huis liep, wist ik zeker dat dit voorlopig de laatste avond in Melbourne zou zijn. Een flitsbezoek.
De volgende ochtend werd ik laat wakker en voelde ik me gelukkig wat beter dan de dag ervoor. Ik liep naar City Phones en liet mijn telefoon achter om deze voor ruim zeshonderdveertig dollar te laten repareren. Ik wilde natuurlijk wel het originele scherm terug, want anders zou mijn garantie ook verlopen. Het was wel even lekker om zonder telefoon door de stad te lopen en ik maakte er een spelletje van om de tijd, één uur, goed in te schatten. Ik ging wat winkels af, probeerde nog een gitaar uit en haalde wat bij 7Eleven, voor ik terug ging naar de winkel en met mijn ogen dicht afrekende. Ditmaal ook met een nieuw hoesje om mijn telefoon, liep ik de winkel uit om nog even een bak koffie te gaan drinken en de samenvatting van ADO te kijken. Dit stemde mij overigens vrolijk, aangezien ‘we’ voor de derde keer binnen een week van een concurrent hadden gewonnen en dus weer volop meededen voor de titel en dus promotie.
Ik dronk mijn flat white op in ‘Home’ de koffiezaak van Roamer, waar ik in januari ook veel aan mijn studie werkte, en ging richting de St. Kilda Botanical Gardens, waar ik mijn auto had neergezet. St. Kilda maakt me altijd wel blij om te zijn. Ik weet niet zo goed waarom. Ik heb er nooit verbleven maar het is een fijne plek. Ik kocht hier mijn auto, testte er nog twee uit, en liep regelmatig over de pier om te kijken of er Pinguïns waren. Helaas heb ik die nog niet mogen zien. Gelukkig stond mijn rode Mitsubishi Outlander er na al die tijd nog steeds. Het elektrische slot deed even moeilijk en het alarm van mijn auto ging af, toen ik de deur opende, maar alles werkte en er was niets gestolen. Dit was een enorme opluchting.
Ik besloot naar een gratis kampeerplek te rijden vlakbij Geelong om in ieder geval de stad uit te zijn en een richting te kiezen. Ik had namelijk nog een week voor ik zou moeten beginnen in Port Campbell. Onderweg luisterde ik naar drie voetbalpodcasts en het nieuwe album van Inhaler, Wide Open. De kampeerplek, was mooi en lekker bebost. Er waren nog genoeg plekken, toen ik hier om half zeven ‘s-avonds aankwam en dus stalde ik mijn tent en toebehoren uit. Ik keek wat video’s over van alles en nog wat en had een Thais voedselpakket gehaald om Pad Thai te maken. Met de ingrediënten van het pakket en de werkwijze van mijn receptenboek uit Chiang Mai maakte ik zo goed als mogelijk de Pad Thai die ik bij de Aldi kon krijgen. Het was niet vreselijk en zag er goed uit, maar de saus had weinig met oestersaus en vissaus te maken.
Ik lag vroeg in bed, maar ging pas laat slapen door de geluiden van de harde wind en regen. Toch was ik trots en blij dat ik wat geld had bespaard door een gratis kampeerplek uit te zoeken. Iets wat ik de komende week vaker ga proberen, voor ik op maandag begin als melkboer.