Terug op Bali - De aankomst in Ubud

Hoewel ik gisteren niet van huis vertrok, zoals ik dit in november vorig jaar wel deed, voelt dit als een volledig nieuwe reis. Er valt overigens te discussiëren over of ik nog wel een huis heb. Mijn woning aan de Elandstraat in Den Haag staat inmiddels leeg én te koop en in het huis van mijn moeder, heb ik nooit gewoond. Ik verlaat Australië dan ook met een soortgelijk gevoel als waarmee ik Nederland verliet in 2024. Ik ben er tijdelijk klaar mee, maar weet ook dat ik terug zal keren. Toch een soort thuis dus.
Ik slaap slecht voor ik vertrek naar Indonesië. Ook de vertraging die het vliegtuig opliep, vanwege al eerder vertraagd personeel, hielp niet mee. De vlucht ging echter snel, toen deze eenmaal vertrok. Dit had ermee temaken dat mijn telefoon blijkbaar boven Darwin contact had gemaakt met een telefoonmast. Hierdoor was mijn klok alvast een half uur verzet. Ik vergiste me in de tijd en we kwamen gevoelsmatig een half uur eerder aan. Op het vliegveld ging alles al helemaal snel. Ik was goed voorbereid en dus had ik mijn ‘VAO’, kort voor ‘Visa On Arival’ al aangevraagd. Grappig, want dan is het niet bij aankomst, toch? Hierdoor kon ik net als vorig jaar, toen het iets drukker was op het vliegveld van Denpasar, mijn paspoort scannen en doorlopen. Toen ik mijn bagage had, hoefde ik alleen nog maar mijn chauffeur te vinden, die ik ook vooraf al had geregeld. Deze betaalde ik met geld dat ik, tijdens drie uur wachten op het vliegveld van Cairns, al had gepind. Na een jaar reizen, maak ik het mezelf zo makkelijk als ik kan.
Binnen een klein uurtje reed mijn chauffeur me naar Ubud, een van de plekken op Bali, die ik nog niet had gezien. Het regende hard en het was voor mij nog even zoeken, maar om één uur ‘s-nachts kwam ik aan bij de villa die ik via Airbnb had geboekt. Hoewel ik weinig probeerde te verwachten, voor de zestien euro die ik per nacht betaalde, was ik toch geïrriteerd, toen ik erachter kwam dat de stroom het niet deed. Ik was echter zo moe, dat ik, na een snel bericht te hebben gestuurd aan de eigenaar van de Airbnb, direct ging slapen. Het bed lag heerlijk. Een uur later werd ik opeens wakker van de airconditioning, een stel lampen - die ik waarschijnlijk had aangezet en een ventilator, die aanshoten. De stroom was hersteld. Ik deed alles direct uit en ging weer liggen. Het bed lag nog altijd heerlijk.
Toen ik die eerste ochtend dan ook wakker werd, was ik zeer aangenaam verrast met wat ik zag. Een privezwembad, fantastisch uitzicht over de Ugung vulkaan, een mooi drijvend pad richting de voordeur, een simpele keuken en twee ruime terrassen. Toen ik vervolgens ging douchen en door had dat deze ook nog eens warm was, wist ik dat ik weer een voltreffer te pakken had. Een perfecte manier om langzaam maar zeker in mijn nieuwe reis te groeien.
Ik besloot dezelfde weg die ik me nog van mijn taxirit herinnerde, te volgen, richting het bruisende Ubud. Heerlijke chaos, zo omschrijf ik de kakafonie van klaxonerende scooters, bedrijfjes en kletterende putdeksels. Ubud was een stuk meer lokaal dan ik me had ingebeeld. Toch besloot ik rustig te beginnen en te ontbijten bij een westers koffiezaakje, zoals je er vooral in Melbourne veel zou zien. Ik zat hier ruim een uur en sloeg daarome en boek open: Atomic Habits van James Clear, is je wellicht wel bekend. De bestseller vertelt hoe je door kleine constante stappen grote veranderingen kunt bewerkstelligen. Een nieuwe reis voelt voor mij altijd een beetje als een nieuw jaar met nieuwe goede voornemens. Net als vele malen vaker, is meer lezen en dus leren, een van deze voornemens. Na het lezen van zo’n dertig pagina’s, besluit ik mijn zoektocht te starten naar een vervoersmiddel voor mijn vijf dagen in Ubud. Reizen door Zuid-Oost Azië gaat hand in hand met het huren van scooters en je op een totaal onveilige, maar zo veilig mogelijke, manier door het verkeer begeven. Dit is voor mij een ultiem gevoel van vrijheid en dus geluk. Ik kom een prijs overeen van honderdduizend rupiah per dag, wat neerkomt op zo’n vijf euro. Met mijn nieuwe scooter cross ik, alsof ik dit al jaren doe, door de straten van Ubud richting de rijstvelden. Redelijk zonder doel, stop ik een aantal keer en neem ik een kijkje bij een van de velen ‘Bali Swings’. Dit zijn extreem toeristische activiteiten, waarbij je op een schommel zit, terwijl iemand voor omgerekend vijftien euro, een paar foto’s en video’s schiet. Ik besef me dat, hoewel ik zeker in de categorie ‘quasi-influencer’ val, dat dit niets voor mij is. Ik besluit te lunchen bij een van de andere rijstvelden van Tegallalang. Dit is het moment waar ik al maanden op heb gewacht en ironisch genoeg een van de weinige dingen die ik écht uit Nederland mis. Indonesisch eten. Ik bestel een Nasi Kuning - gele rijst - speciaal. Het is fantastisch. Op de terugweg haal ik een paar bintang’s, een fles water en een flesje Bundaberg ginger beer. Australië is nog niet uit me geslagen. Bij het zwembad, wanneer ik terug bij mijn villa ben, geniet ik van alledrie, terwijl ik verder even rustig doen. Ik voel me, nu de rust is toegeslagen, een beetje ziek.
Dit gevoel werd gedurende de middag erger, maar ik wilde er nog niet helemaal aan toegeven. Toch had ik weinig fut en besloot ik alleen nog even naar buiten te gaan voor een maaltijd, zodat ik niet té vroeg ging slapen. Dat zou namelijk ook niets oplossen, aangezien ik dan de volgende ochtend al helemaal vroeg wakker zou zijn. Ik reed met mijn scooter naar het centrum van Ubud, langs het Monkey Forest - een titel die ik niet hoef uit te leggen. Toch is het het benoemen waard dat ik behoorlijk schrok toen ik opeens een drietal langstaartmakaken op de elektriciteitsbekabeling zag zitten. Uiteindelijk belande ik bij een restaurantje, waar ik zowel loempia’s en rendang at. Gedurende dag heb ik al mijn uitgaven bijgehouden, zoals ik deze eigenlijk al maanden tot in detail bijhoud. Ik was verwonderd dat ik me vandaag eigenlijk nauwelijks heb ingehouden en dat ik exact op mijn streefbedrag van vijfenvijftig euro per dag zit. Ik ga er een sport van maken, deze te drukken, zonder mezelf actief in te houden. Na het eten haalde ik snel nog wat vitaminepillen bij de lokale minimarkt en vertrok ik naar huis waar ik vroeg ging slapen.