Uluwatu heeft niets met Indonesië te maken

Uluwatu heeft niets met Indonesië te maken. Oké wellicht is dit een beetje clickbait, maar ik zal het uitleggen.
Mijn aankomst op Bali was eigenlijk super soepel. Omdat er over de afgelopen dagen genoeg te vertellen valt, slaan we mijn vlucht even over, maar wat ik wel wil benadrukken is het gemak waarmee ik hierna door de douane kwam, zonder ook maar iemand te hoeven spreken. Ze maken op Bali namelijk gebruik van hetzelfde systeem als op Schiphol, waarbij ik alleen mijn paspoort hoefde te scannen en in een camera hoefde te kijken, waarna ik welkom werd geheten in Indonesië. Het enige nadeel hiervan is dat dit alleen geen stempel in mijn paspoort oplevert, omdat mijn visumaanvraag online al is goedgekeurd.
Omdat het vroeg in de ochtend was en ik in het vliegtuig, zoals jullie van mij gewend zijn, niet had geslapen, was mijn eerste indruk van Bali een beetje vaag. Het was pas toen ik een uur later een Whopper van de Burger King op had, dat ik een beetje bij zinnen kwam. Ik bestelde via Grab mijn taxi naar Lay Day Uluwatu, waar ik de komende dagen zou verblijven. Nog steeds een beetje vaag, liep ik via de rechter kant van de auto naar voren en trok ik de deur open, toen ik opeens een stuur zag. Natuurlijk! Ze rijden links in Indonesië. Een detail waar ik nog niet aan had gedacht, sinds het begin van deze dag. De rit duurte iets langer dan een uurtje en was best gezellig omdat ik via onze tussenpersoon Google Vertalen een gesprek probeerde te hebben met mijn chauffeur. Hij was vooral verbaasd over het feit dat ik alleen aan het reizen was en niet met mijn vriendin of zelfs vrouw. Ik moest lachen en gaf aan dat, hoewel ik dit ook graag anders had gezien, dat juist ook wel de reden was dat ik nú en op deze manier op reis ging. Dat snapte hij niet helemaal dus we reden in stilte verder.
Bij aankomst merkte ik dat Lay Day Uluwatu, waar ik op aanraden van Simone, die ik in de Filipijnen had ontmoet, had geboekt, een uitstekend en nieuw hostel was. Het gebouw was nieuw en had wat weg van een resort. Hoewel de slaapkamers niet zó luxe waren, hadden ze goede bedden, gordijntjes én daadwerkelijke dekens in plaats van de lapjes stof die ik in het verleden ook af en toe kreeg. Buiten was het hostel leuk aangekleed met een mooie bar en een groot maar niet heel diep zwembad.
Het weer was top bij aankomst en dat was een enorme verrassing, omdat ik me inmiddels had voorbereid op het regenseizoen, dat in Indonesië inmiddels ook was begonnen. Omdat ik via de mail had afgesproken dat ik vroeg aankwam, had ik voor een kleine meerprijs geregeld dat ik vroeg kon inchecken, waardoor ik na een korte rondleiding van vrijwilliger Louise, een Belgisch meisje, binnen tien minuten op bed lag. Toch kon ik me na een kort dutje niet weerhouden om het zwembad in te duiken. De zon scheen immers en ik had, door het beschadigen van mijn hoornvlies, netjes twee weken niet gezwommen. Ik besloot wel even tijd voor mezelf te nemen en niet direct weer het sociale geweld in te stappen, wat reizen zeker kan zijn. Ik was natuurlijk in een nieuw land, wat ook betekent dat ik weer volledig opnieuw mensen zou moeten, kunnen en vooral mogen ontmoeten.
Na een fijne maar korte zwemsessie besloot ik Uluwatu, wat mij werd aangeraden als een van de meest relaxte plekken op Bali, te ontdekken. Ik liep binnen een uurtje via de hoofdweg richting het strand nabij Single Fin. Ondertussen stopte ik bij Yeye’s Warung, waar ik eindelijk genoot van heerlijk Indonesisch eten. Ik at een rieten mand vol rijst, rendang, saté ayam, taugé, boontjes en meer! Tijdens de wandeling die volgde, merkte ik wel hoedanig Uluwatu gericht is op toeristen. Zo stonden er tientallen Engelstalige billboards langs de weg met advertenties gericht op toeristen, expats en digital nomads. De boodschap was vooral om te investeren in land en de bouw van villa’s en penthouses. Sowieso werd er in Uluwatu zo veel gebouwd, dat het prachtige stuk van Bali, soms met moeite bij mij uit de verf kwam. Pas wanneer ik door de graafmachines en werkplaatsen heenkeek, zag ik de schoonheid van het heuvelachtige landschap.
Dat Uluwatu op toerisme gericht is, zag ik ook in de verschillende winkels in de straat en objecten die werden aangeboden. Ook de prijzen logen er niet om. Zo betaalde ik toch bijna vier euro voor een ijsje en was zelfs mijn ‘lokale’ maaltijd ongeveer acht euro. Hier kwam mijn eerste ingeving vandaag dat Uluwatu weinig met Indonesië te maken heeft. Dit merk je ook aan de locals die hier werken. Zo komt het grootste deel van Java of Sumatra, puur omdat men op Bali meer geld kan verdienen. Dit geheel betekent natuurlijk niet dat ik het de afgelopen dagen niet leuk heb gehad. Het is vooral belangrijk om je te bedenken wanneer je eventueel wel of niet naar Uluwatu, of misschien zelfs Bali in zijn geheel, reist.
Bij Single Fin dronk ik een snelle smoothie, voor ik mijn eerste Grab Scooter terugpakte naar het hostel. Dit ging snel en was dan wel weer erg goed betaalbaar. Voor ongeveer een euro werd ik, weliswaar met gevaar voor eigen leven, terug gebracht naar mijn hostel. Ik ging weer even op bed liggen en deed een klein dutje, waarna ik rond vijf uur weer helemaal klaar was voor mijn eerste avond in Indonesië.
Omdat Lay Day een sociaal hostel is, was het ook niet lastig om snel mijn eerste contacten te leggen. Ik sprak met verschillende mensen maar voelde nog geen enorme klik. Helemaal prima natuurlijk, maar het gevolg hiervan is wel dat ik niet van iedereen de naam weet. Wel weet ik dat ik met een andere Nederlandse jongen uit Groningen beerpong speelde, tegen twee Amerikaanse gasten. We kwamen twee keer op matchpoint maar beide keren gooiden de Amerikanen hun volgende bal in een van onze bekers, waarna ze ons de genadeklap gaven, door onze laatste beker te vullen met een pingpongbal. Hier kwamen wij niet meer van terug. Ik keek nog een potje beerpong aan de andere tafel voor ik met een groepje besloot uit eten te gaan bij Rolling Fork, een Italiaans restaurant waar iedere dinsdagavond ook salsa avond was. Het was een groepje ongeregeld, dat ook snel uit elkaar viel. Ik bleef over met Heini, een Fins meisje. Ik at een bord pasta bolognese, die helaas een beetje tegenviel, maar een goede bodem vormde voor de avond die komen zou.
We liepen vanaf het restaurant door naar Hatch, een heel tof aangeklede uitgaansgelegenheid, die ook wat van een nepjungle weg had. De DJ draaide plaatjes terwijl mensen op de begane grond een beerpong toernooi uitvochten en een groepje boven begon aan een eigen Mario Kart toernooi. Wij haalden een lekkere Bintang - de lokale variant van Heineken - en gingen nog even praten op een van de banken op de tweede verdieping van de bar, voor ook wij ons na het beerpong toernooi richting de dansvloer begaven. Hoewel het gezellig was, voelden Heini en ik weinig bij de muziek die deze DJ draaide en besloten we een deurtje verder te kijken.
We namen met z’n tweeën een Grab scooter zonder helm, wat ik best spannend vond, maar kwamen heelhuids aan bij Il Salloto, een ander Italiaans restaurant, dat ‘s-avonds wordt omgevormd tot een ware technovariant van Bar Bea. Een leuk maar erg druk concept. Heini en ik kwamen hier weer samen met de anderen, met wie we een paar uur eerder hadden gegeten. Van Mickey, een Amerikaanse marinesoldaat met bijpassend drankprobleem, kregen we een shotje tequila, voor we ons toch maar richting de dansvloer begaven. Het was een leuke avond en rond twee uur, iets voor de Italiaan sloot, namen we een scooter terug naar het hostel, waar we nog even kletsten, tandenpoetsen en allebei naar bed gingen. Mijn Finse vriendin ging de ochtend daarna namelijk vroeg weg vanwege haar surfkamp en ik wilde mijn kruit in Uluwatu niet al op de eerste dag verspelen.
De volgende ochtend regende het behoorlijk en dus lag de weg open voor een dagje daydrinken, waar sommigen ook al voor ik überhaupt wakker was mee begonnen. Ik had een wekker gezet, maar besloot uiteindelijk pas om half twee mijn bed uit te komen. Rond een uur of drie ging ik richting Warung Local voor mijn brunch. Hoewel deze Warung, de Indonesische naam voor een Toko, Local heette, zaten hier vooral toeristen. Ook de prijzen waren iets te hoog voor een lokaal restaurant, maar nog altijd prima te betalen. Het eten was wel van uitmuntende kwaliteit en maakte me wederom heel erg blij. Vooral de rendang, saté ayam en sambal kecap waren fantastisch.
Die avond was het tijd voor de kroegentocht, maar voor het zover was, werd er flink ingedronken bij het hostel. De tocht begon namelijk pas om tien voor half elf. Het zou een late avond worden, waarbij ik meer en meer met de Nederlanders van het hostel omging. Vooral toen ik bij de eerste zaak, waar ik de naam niet van heb opgeslagen, tegen Sara en Carolien aanliep, werd het gezellig. Saar, zoals iedereen haar noemde, was jarig en dat trok alle Nederlanders aan. Zo ook Pim, een stoffeerder uit Zoetermeer, en zijn vriendin. Pim zag mijn ketting en gaf aan dat hij tevens de neef is van Alex Schalk, een van de huidige spelers van ADO. Dan heb je direct mijn aandacht. De rest van een avond en ging als een waas voorbij. Met Romy, een ander Nederlands meisje ging ik richting de tweede en uiteindelijk laatste zaak, waar we uiteindelijk tot half vier blijven. Vervolgens ging ik met weer een ander Nederlands meisje, Lois - absoluut niet te verwarren met de afgelopen drie jaar van mijn leven, dan is het maar benoemd - naar het hostel, waar we voor de ingang iedereen tegenkwamen, eten bestelden, country road zongen en veel chaos veroorzaakten. Een beetje verstrooid, maar na en gezellige avond, lag ik weer in mijn bed.
Op mijn derde dag in Indonesië ontbeet ik met Lois, die ik vanwege de onnodige associatie vanaf nu bij haar tweede naam, Mercedes noem. Bij ons kwam Viraj, een Indiaas-Australische jongen, die we blijkbaar de avond hiervoor ook hadden gesproken. We besloten wat van onze dag te willen maken en gingen rond drie uur richting een plek met enorme religieuze beelden. Ik moet zeggen dat dit klinkt als een ongeïnteresseerd verhaal, maar dit kwam dan ook doordat we alle drie totaal geen concentratie hadden voor echte cultuur. Tot overmaat van ramp stapten we nog voor we überhaupt gearriveerd waren over op het drinken van Bintang. Het was hierdoor wel erg gezellig. We waren een beetje baldadig, maar gelukkig was de attractie waar we heen gingen dan ook een grote tourist trap. Een geluk bij een ongeluk. We vermaakten ons prima, maar hadden het ook snel weer gezien. Voor het echt gênant werd, vertrokken we weer en gingen we naar Single Fin voor de zonsondergang.
Het scheelde weinig of we hadden het niet gehaald, maar met een beetje motiverende muziek van Roxy Dekker, Keane en John Denver reed onze Grab chauffeur ons binnen de tijd naar de zee. We werden beloond met één van de mooiere zonsondergangen die ik tot nu toe had gezien en natuurlijk een lekker biertje, die na deze middag ook zeker niet mocht ontbreken. Om zeven uur had ik echter nog een serieuze afspraak met Desirée, mijn supervisor op HKU. Je zou namelijk bijna vergeten dat ik nog een master volg en deze ook ergens tijdens deze reis zal moeten gaan afmaken. Het gesprek was eigenlijk erg productief en tevens ietwat chaotisch. Het had dan ook wel charme toen ik het met Desirée had over rust creëren in mijn eigen situatie, inspiratie vanuit een boek van onder andere Rick Rubin, maar tegelijkertijd achter medereizigers aanrende en in een taxi stapte. Na een minuut of vijftig was ons gesprek voorbij en kon mijn reis, met wat nieuwe doelstellingen, weer verder. Ik ging dit keer vroeg pitten om wat energie bij te tanken.
De volgende ochtend was alweer de laatste in Uluwatu, waar ik inmiddels wel een beetje van was gaan houden. Ik oordeelde ook wel erg snel wellicht, maar neem het niet terug dat de plaats op Bali vooral om toerisme draait. Op mijn laatste dag hier raakte ik vooral in gesprek met Nasrul, alias Roel, een Indonesische jongen van achtentwintig uit Sumatra die niet alleen vloeiend Nederlands sprak, maar ook vrijwel alles over Nederland en de geschiedenis tussen ons land en Indonesië wist. Onze gesprekken waren zodanig interessant dat ik hem meenam om te gaan lunchen bij de derde Warung van de week, Warung Cenana, die wél op locals gericht was. Ik nam een Saté Ayam Paket en Roel nam het Coto Ayam Paket, allebei met zelfgemaakte iced tea. Samen spendeerde ik mijn laatste uren in Uluwatu en leerde ik veel over de Indonesische taal, leenwoorden vanuit het Nederlands en zelfs een beetje gramatica. We hadden het over zijn vintage Vespa die hij van zijn vader had gekregen en zijn passies voor fotografie, koken en geschiedenis. Al met al een zeer leerzaam en zeldzaam lokaal einde van vier dagen in Uluwatu.
Hierna vertrok ik richting het vliegveld om - met de nodige vliegschaamte - terug te vliegen naar het noorden waar ik in Sulawesi met Laurens heb afgesproken. Laurens is de broer van Julius - mijn drummer en beste vriend - en tevens een van de gasten met wie ik in januari met een camper door IJsland heb getrokken. Voor de liefhebbers, staan ook die verhalen in deze app. Lau en ik gaan inmiddels ook al ver terug en dus is het absoluut te gek om dit stukje ongerept Indonesië samen te ontdekken, voor ook Juul op vijftien december op Bali aankomt.