← terug naar de atlas

Forsayth · okt 2025

Undara Lava Tubes en Cobbold Gorge

Undara Lava Tubes en Cobbold Gorge — Forsayth

In bijna een jaar in Australië zijn er weinig momenten geweest dat ik niet dichtbij de kust ben geweest. Vaak was de dichtsbijzijnde badplaats of baai maximaal een half uur rijden en soms was dit uur of twee. Bij hoge uitzondering, bijvoorbeeld toen ik naar de Grampians in Victoria of het Snowy Mountains National Park in Nieuw Zuid-Wales ging, was dit nog net iets verderweg. Toch speelt het grootste gedeelte van het leven in Australië zich af aan de kust en was ik mede hierom nog niet de outback ingereden. Op deze roadtrip zou daar verandering in komen, aangezien Sara en ik, voor zij definitief zou vertrekken nog één keer samen weg zouden gaan.

Het plan was om naar de Undara Lava Tubes en Cobbold Gorge te gaan. Sara en ik wilden, voor zij definitief zou vertrekken, nog een roadtrip samen doen en omdat ik bijna de gehele omgeving rondom Paronella Park wel had gezien, besloten we dit keer dus naar het westen te rijden. Ik was nooit westelijker geweest dan Innot Hot Springs, zo’n anderhalf uur verderop. Undara Vulcanic National Park, vanuit waar de tours naar deze lava tubes werden georganiseerd, was zo’n drie uur landinwaards vanaf Paronella Park en ook Cobbold Gorge was weer drie uur verderop. Voor dit geheel hadden we in totaal vier dagen. Geen tijd te verliezen dus.

Omdat Sara hier nog niet eerder was geweest, stopten we onderweg bij Millstream Falls, een machtige waterval waar ik in een eerder verhaal al over schreef, vlakbij Ravenshoe. Vanaf daar gingen de groene tablelands snel over in een landschap dat meer weg had van de savanne, wat toepasselijk was, aangezien dit ook de start was van de ‘Savannah Way’, een snelweg die helemaal tot Broome rijkt. Vanaf Innot Hot Springs ging er een soort vlaag van adrenaline door mijn lichaam, zoals ik altijd heb wanneer ik ergens kom, waar ik nooit eerder ben geweest. Terwijl het landschap langzamerhand veranderde ik ‘de scrubs’, droge en lage planten, in plaats van hoge en groene bomen, luisterden Sara en ik naar muziek. Nothing But Thieves, Twenty One Pilots, maar ook het nieuwe album van Taylor Swift kwam voorbij.

Een paar uur later kwamen we aan bij de camping in Mount Surprise, vlakbij het nationaal park. Helaas was de receptie van de camping net tien minuten gesloten en was er niemand meer te vinden. We belden het nummer op de muur en een vrolijk klinkende jongen zei dat we maar gewoon moesten gaan staan en de volgende ochtend konden betalen. Op goed vertrouwen, was dat wat wij deden. We waren zowat de enige op de camping, aangezien het hoogseizoen net was afgelopen. Dit had helaas ook gevolgen voor de voorzieningen, want de enige pub, was hierom ook net een aantal dagen gesloten. De enigen die ook gebruik maakten van deze camping, was een groep jongeren, waarvan ik denk dat het wegwerkers waren, die rond dezelfde tijd als wij, in hun neon oranje werkkleding, aankwamen en in de vakantiehuisjes zaten. Ik kookte gamba’s, worstjes en we dronken een fles rosé.

De volgende ochtend, kwamen we er bij het betalen van onze overnachting achter, dat we op de verkeerde camping stonden. Blijkbaar was er nog een andere camping, dertig minuten terug, specifiek voor de Undara Lava Tubes. Het maakte weinig uit, omdat onze vooraf geboekte nacht toch pas voor deze avond was, maar we waren een tikkeltje verward. We reden naar het afgesproken punt, vanuit waar onze drie uur durende tour naar de lava tubes zou beginnen. Zoals ik eerder weleens beschreef, zat Australië miljoenen jaren geleden vol vulkanen en zelfs hooggebergtes. Dit was het geval in Mount Gambier, Zuid-Australië, waar ik in februari al was, maar ook hier. Het speciale aan deze omgeving zijn de gigantise lavatunnels die de omgeving rijk is. Dit zijn letterlijk de tunnels, waardoor de lava zich ondergronds verplaatsten, ten tijden van de vulkanische activiteit in de omgeving. Hoewel veel van deze tunnels naar verloop van tijd zijn ingestort, is er een aantal dat je als bezoeker nog kunt betreden. Minstens zo bijzonder is dat deze tunnels tevens nog vol met water zitten, wat verkoeling biedt in deze snikhete omgeving. Zo reden we dus het nationaal park in, vanuit waar we in drie uur leerden over de omgeving, de lavatunnels en flora en fauna. We zagen de grootste hoeveelheid vlinders op een plek en liepen met onze blote voeten door het ondiepe water. Het was erg leerzaam, prachtig om te zien, maar ook iets te veel inormatie om in ruim vijfendertig graden op te slaan. Na drie uur vonden zowel Sara als ikzelf het ook wel genoeg en tijd voor een middagje aan het zwembad.

De andere camping had een klein maar fijn bad, waarin we kletsten met de anderen gasten die we op onze tour hadden ontmoet. Het was een fijn en verkoelend moment. Aan het einde van de dag, namen Sara en ik nog een keer de benen om een korte wandeling te maken naar een uitzichtpunt. Met een drankje in onze hand, liepen we naar een punt dat ik vooral vergelijk met de rots waar Simba in de leeuwenkoning werd getoond als koning. De eindeloze vlaktes bevestigden eindelijk wat ik al dacht. We zijn in de outback. Het werd donker en dus namen we dezelfde korte route terug, met verweg het geluid van de donder die ons eerder die middag had gepasseerd.

De volgende dag reden we vanaf Undara Vulcanic National Park in ongeveer drie uur richting Cobbold Gorge. Je kan zeggen dat er behalve een aantal kleine dorpjes en roadhouses voor benzine, een meatpie en met geluk wat koffie, niets tussenin zit, behalve het door de weg gespleten savannelandschap. Af en toe werd de redelijk begaanbare asfaltweg die tot Georgetown loopt, onderbroken door wegwerkzaamheden, maar het zijn vooral die ‘scrubs’ zoals we een dag eerder ook al zagen, die het landschap kleuren.

Vlak voor Georgetown, schrok ik me opeens een ongeluk, toen mijn auto een melding gaf en het gele ABS lampje aanschoot. Ik wist niet direct wat dit was, maar de tekst op mijn dashboard baarde mij zorgen. Mijn auto sommeerde mij om zo snel mogelijk een mechanic op te zoeken, terwijl ik op ongeveer vijf uur afstand van de dichtstbijzijnde stad zat én onze Cobbold Gorge tour tevens binnen anderhalf uur zou beginnen. Sara en ik besloten te gaan lunchen en het lampje voor nu te negeren. Toen ik mijn auto een half uur later weer startte en wij het laatste stuk naar Cobbold Gorge reden, ging dit een tijdje goed, tot we opeens bij een off-road gedeelte aankwamen, dat maarliefst drie kwartier duurde. Het lampje schoot weer aan en ik reed voorzichtig naar de eindstreep, wetende dat we effectief pas op de helft waren.

De camping van Cobbold Gorge was boven al onze verwachtigen. Een infinity-pool, de optie om gratis kayaks te pakken en om over een meertje te varen, een restaurant dat zowaar open was en tevens een aantal mensen om mee te praten. Omdat de tour snel zou beginnen, zetten ik mijn auto neer en liepen wij direct naar de receptie. Onze gids was erg grappig, een jongen van onze leeftijd die zelf ook enthousiast was, aangezien hij zijn laatste dag had als gids. De tour was informatief, grappig en de geul zelf was prachtig en verkoelend. We zagen een akelig uitziende slang met rode strepen door het water zwemmen en zoetwaterkrokodillen op de kade liggen, terwijl wij op onze boot zaten. Op de terugweg, na de wandeling, die ook bij de drie uur durende tour hoorde, zagen we ook nog een enorme varaan voorbij kruipen. Na de tour besloten we cocktails te drinken en te eten aan het zwembad. ‘S-avonds keken we een aantal afleveringen van The Blacklist, waar we een aantal eerder samen aan waren begonnen. We namen wat foto’s van de sterren en sliepen, voor we de volgende ochtend weer zes uur terug moesten rijden naar Paronella Park. Dit was er weer een in de categorie: buitensporige Australische roadtrips. We reden terug, stopten voor koffie, benzine en lunch, maar voor we het wisten, reden we weer de oprit op van mijn huis in het park. Het idee dat een afscheid aanstaande was, begon me nu wel te bekruipen.