← terug naar de atlas

Port Macquarie · mei 2025

Vast in Port Macquarie was onverwachts fijn

Vast in Port Macquarie was onverwachts fijn — Port Macquarie

Nadat ik Sydney had verlaten en een nacht had gespendeerd in Shoal Bay, reed ik door naar de volgende stop op mijn route, Port Macquarie. Het plan was om hier een dag te verblijven, waarna ik door zou rijden naar Byron Bay.

Na een mooie roadtrip kwam ik op zondag redelijk laat aan bij Beachside Backpackers, een klein hostel in ‘Port’, zoals de meeste mensen het daar noemden. Het hostel lag in een brede straat middenin een woonwijk. Een beetje een aparte plek, die niet perse sfeervol was. Daarentegen was het hostel zelf voorzien van alle gemakken zoals een pooltafel, tafelvoetbal, zitzakken, banken en een prima tapijt. Waar men binnen vooral televisie keek en spelletjes speelde, zaten mensen buiten te roken, blowen en kletsen. Het was een gezellige sfeer en iedereen leek elkaar te kennen. Het hostel zat vol met mensen die hier voor de lange termijn zaten. Ik had onderschat hoe groot Port Macquarie was en dus dat men hier ook naartoe trok om te gaan werken.

Deze avond spendeerde ik met een biertje in mijn hand bij de pooltafel met Romaer, een Nederlandse jongen die in het begin nogal overkwam als een studentikoos type, Broken neck Ben, die zoals zijn bijnaam deed vermoeden zijn nek had gebroken bij het bodysurfen, Kieran, die uit de buurt kwam maar niet in het hostel sliep, en Elia, een Italiaanse jongen die ook net was aangekomen. Het was gezellig en overtuigde mij eigenlijk direct dat ik nog een nacht zou toevoegen aan mijn verblijf.

Aangezien ik pas in de ochtend van mijn tweede dag verlengde, moest ik van kamer wisselen. Zo verplaatste ik van kamer C naar kamer B, wat ook een vierpersoons kamer was, maar met wat meer luxe. De inconsistentie van het hostel had ook een charme, aangezien het heel huiselijk overkwam. Het weer sloeg op dag twee zoals verwacht om, waardoor het hard begon te regenen en ik ook direct besloot een derde dag te blijven. In de avond van dag twee kwam er een meisje het hostel binnen, met wie ik aan de praat raakte. Lottie, kort voor Charlotte, was een Engels meisje die net als ik gitaar speelde en liedjes schreef. Heel de avond spendeerden we buiten op de bank met een gitaar in onze hand. We speelden covers en eigen liedjes en zagen langzaamaan iedereen naar bed gaan. Om twee uur was het ook voor ons tijd om te gaan slapen en we zeiden na een paar leuke gesprekken gedag.

De volgende dag moest ik weer van kamer wisselen en ging ik dus naar kamer D, de beste kamer van het hostel. Ik besloot mijn verblijf met drie dagen te verlengen en tot zondag te blijven. De komst van Lottie had hier eventueel een rol in. De volgende dagen gingen ongeveer hetzelfde. Wij speelden gitaar op de bank en de zitzakken buiten het hostel, terwijl we praten en in elkaars armen lagen. De regen hield ons binnen en liet ons niets anders toe dan genieten van de rust en het gezelschap. Romaer zat er vaak bij omdat hij het gel gezellig had met ons. Los van de band die Lottie en ik samen opbouwden, hadden we ook met z’n drieën leuke gesprekken. Meestal kwam het erop neer dat hij met bier naar buiten kwam of aan ons vroeg of we mee wilden eten, waarna hij voor ons kookte, terwijl wij in de zitzakken lagen. Zijn studentikoze imago was hij inmiddels verloren en naar buiten kwam een veel te aardige gast, met geen greintje kwaad in hem.

Hoewel ik wist dat het ongeveer 150 millimeter per dag regende, wisten wij niet dat het er buiten het hostel heftig aantoe ging. Dit merkte ik pas, toen ik op de derde dag met Daire, een Ierse professioneel pokerspeler, naar de klimhal ging om te gaan boulderen. De weg hier naartoe was namelijk volledig overstroomd en afgesloten, net als de oevers van de rivier die door het stadje liep en zelfs delen van de binnenhaven zelf. Het klimmen zelf was een leuke afleiding van het leven in het hostel en gaf mij ook de nodige activiteit na temidden van meerdere luie dagen achter elkaar. Daire was een ervaren klimmer en leerde mij dus veel. Bovenal was het erg leuk om weer eens te doen, aangezien de laatste keer meerdere jaren terug was.

Terug in het hostel ging het luie leven weer door, waarbij ik iedereen goed leerde kennen. Iedereen zat namelijk vast en kon of wilde geen kant op. Verder in de vallei in het binnenland ging het er namelijk zo heftig aantoe dat ruim vijftigduizend mensen vastzaten in hun overstroomde huizen. Later werd dit bijgesteld naar dertigduizend. De regenval was in zes dagen erger dan tijdens cycloon Alfred een aantal maanden eerder. Wij leefden gelukkig in onze eigen bubbel.

Op donderdag besloten Lottie en ik toch maar het hostel uit te gaan om met z’n tweeën een koffietje te gaan drinken en voor haar White Card cursus, die ze nodig had voor haar aanstaande werk als huisschilder, naar Bunnings te rijden. Ze moest namelijk nog een helm, een veiligheidshesje en een veiligheidsbril hebben. Bovenal was het fijn om even samen de deur uit te gaan. Ik had overigens nog niets van Port Macquarie gezien sinds mijn aankomst op zondag. Hoewel de zee normaalgesproken helderblauw was, was deze nu bruin van kleur en dreef hier een grote lading schuim op. Het strand lag vol aangespoeld hout en het restaurant, waar we wat wilden gaan drinken was gesloten. Terwijl we bij een ander café zaten aan de rand van de weg, genoten we van de intense regen die uit de hemel op ons neer stortte. We reden via Bunnings en Maccas weer terug naar het hostel.

Omdat het hostel, behalve Romaer, zo langzamerhand gek werd van onze plotse band samen moesten we steeds creatiever worden in de uiting hiervan. Dit maakte het echter extra leuk en spannend. Wij begonnen namelijk steeds minder te geven om de mening van de rest, waardoor het er regelmatig op leek alsof we al jaren in een relatie zaten. We moesten wat, terwijl we in het slechtste weer dat ik ooit had meegemaakt, vast zaten in het hostel. De laatste dagen speelden we nog steeds veel muziek en was het nog altijd erg gezellig, maar kwam het moment van mijn vertrek steeds dichterbij.

Hoewel we veel tijd samen doorbrachten, had ik ook een goede band met de rest van het hostel. Elke ochtend sprak ik met Elia over zijn progressie als daytrader, waar hij veel studietijd in stopte. Ook met Eliot, de manager van het hostel en ‘BNB’, kort voor Broken Neck Ben had ik leuk contact. Een hoogtepunt in de gezelligheid was de Trivia op vrijdagavond, met een oorlogsthema. We gingen verkleed en iedereen deed met beperkte middelen zijn best om een outfit bij elkaar te sprokkelen. Terwijl Lottie als de vrouw van de ‘We Want You’ posters verkleed ging en Romaer een mix was van Adolf Hitler en Charlie Chaplin (vanwege de gevoeligheid was het maar net wie het vroeg), werkte ik met Amber en Kiwi Ben, door zijn accent bekend als Bin, aan mijn Ned Kelly outfit, gemaakt van twee lege dozen Asai bier. We hebben gelachen en kregen als groep de prijs voor beste outfits, terwijl we ook nog eens de quiz wonnen. De prijs was een goedkope fles witte wijn, die Lottie en ik met z’n tweeën hebben opgedronken.

Op zaterdag, de dag voor ik weer zou vertrekken, klaarde het op en besloten wij samen te wandelen naar de vuurtoren. De wandeling langs de kust, die zij al vaker had gedaan, was namelijk wonderschoon, als ik iedereen mocht geloven. Na een week in Port Macquarie werd het dan ook wel tijd om iets van de natuur te zien. We parkeerden mijn auto iets voorbij Flynn’s Beach en begonnen vanaf daar met lopen. Waar ik met Daire had geklommen in een hal, begon de wandeling van Lottie en mij met een daadwerkelijk klimparcours over de rotsen langs het water. Mijn schoenen waren te glad, dus ik liep op mijn blote voeten over de rotsen. De zee was nog altijd bruin, het water stond hoog en de golven waren wild, maar het voelde fijn om weer buiten te zijn.

De rest van de wandeling zagen we hoe de natuur was aangedaan door het weer de laatste dagen. We praten veel over hoe we de afgelopen dagen hadden beleefd en hoe het einde hiervan onvermijdelijk was. Ook dat is reizen. Ik moest door en zij had nog geen twintig dollar op haar rekening staan, waardoor ze snel aan het werk moest. Toch merkten we allebei dat we er wel degelijk mee zaten, dat ik zou vertrekken. We waren verrast dat het zo snel zo goed klikte tussen ons en dat alles, in ieder geval binnen de context van ons verblijf in dit hostel, zo makkelijk ging. Toch vertelde ik haar dat ik niet kon blijven omdat ik trouw moest blijven aan mijn eigen plan. Ik wilde naar Queensland en niet stilzitten in Port Macquarie. Bij de vuurtoren keken we uit over een heldere lucht en een gekalmeerde zee, terwijl de zon over de heuvels onder ging. Terwijl we het lastige gesprek voerden, zagen we opeens een hele groep dolfijnen aan de oppervlakte verschijnen. Het was een prachtige afsluiting van een van de fijnste weken van mijn reis tot nu toe.

Ik had besloten Daire en Amber mee te nemen omdat hun greyhound bus vanwege de overstromingen niet reed. Dus op zondagochtend, na een pannenkoekenontbijt en veel uitstel, namen wij afscheid van de mensen in het hostel. Het was een bijzondere week met speciale ontmoetingen en genoeg rust voor weer een paar maanden reizen. Hoewel ik graag langer was gebleven, moest ik door. De enige loyaliteit die ik namelijk had, was naar mezelf en de reis waarin ik momenteel zit. De rest komt later.

Goed. Dit verhaal was openhartiger dan ik vooraf wellicht van plan was, maar het was de enige manier om het verloop van deze week te delen. Het is wat het is en soms moet ik op reis moeilijke keuzes maken, loop ik tegen de lamp of zelfs een harde muur. Voor nu is de keuze gemaakt en kijk ik terug op een fijne week vol mooie ontmoetingen.