← terug naar de atlas

Walkerville · dec 2024

Wandelen in Wilsons Promontory National Park

Wandelen in Wilsons Promontory National Park — Walkerville

Ook vandaag hoef ik maar één nachtje te beschrijven, maar dat betekent wel dat ik alweer moet, uhhh mag, schrijven voor jullie. Houden we het nog bij?

De dag begon vandaag met een uitstapje naar de Aldi. Het eten was op en Just en ik hadden veel trek in chocolade. Het zal wel weer die tijd van de maand zijn! Ik moet zeggen dat dit mijn eerste Australische supermarkt was en het viel niet tegen. Het aanbod was goed en de prijzen vielen omgerekend naar euro’s hartstikke mee. Op het menu voor de komende vier dagen staat Gnocci voor de eerste twee en tikka masala voor dag twee en drie. Miro kookt graag, dus aan die traditie gaan we niets veranderen. Het is wel weer een verademing om zelf gekookt eten te eten in plaats van de drie restaurants per dag in Azië.

Na een bezoekje aan de Aldi verwenden we onszelf op een bezoekje aan de Burger King, oftewel de Hungry Jack’s. De merknaam Burger King was in 1971, toen het Amerikaanse bedrijf wilde uitbereiden naar Australië, namelijk al uitgegeven aan een restaurant in Adelaide. Helaas voor de Burger King, maar dus moest de Australische tak een andere naam krijgen. De Australische franchisenemer Jack Cowin vond zijn eigen naam zo mooi dat hij deze in de merknaam verwerkte.

In het restaurant fungeerde Miro, Just en ikzelf als waar callcenter toen we probeerden een kampeerplek te vinden voor de komende nacht. Het was aan het einde van de maaltijd dat ik eindelijk een camping had gevonden waar we mochten staan. Het was ongeveer een uur rijden vanaf de Hungry Jack’s. Hiervoor gingen we nog naar Wilsons Promontory Natural Park om een kleine ‘bushwalk’ te maken. De national parks in Australië zijn mooi en goed onderhouden, in hoeverre ik dat nu al kan beoordelen.

Wilsons Promontory National Park lag op een schiereiland, zo’n drie uur rijden vanaf Melbourne. Vanaf de ingang van het park was het dan nog een klein half uur rijden naar de parkeerplaats, vanaf waar we zouden gaan lopen. Het park bood een combinatie van mooie vlaktes die iets weg hadden van de Veluwe XXL, mooie subtropische bossen vol varens en een ruige kustlijn met hoge kliffen. Het was iedere twintig meter weer een nieuw uitzicht. Helaas was mijn camera leeg, waardoor ik niet veel foto’s heb kunnen nemen. Wel kwamen de jonngens en ik heerlijk tot rust in de natuur, tijdens onze twee uur durende wandeling.

Rond een uur of vijf kwamen we aan bij de receptie van onze nieuwe camping. De vrouw hielp ons vanzelfsprekend en ik rekende iets meer dan zestig dollar af voor de kampeerplaats. We konden het water hier niet drinken en het was slangen seizoen, dus hier moesten we voor oppassen. Spannend maar iets waar je in Australië zowat vanuit mag gaan. We namen allemaal een douche en Miro en ik hadden een vergadering met Tim en Julius over onze muziek, want ook dat gaat hier gewoon door. ‘S-avonds deden we niet veel en gingen we vroeg ons bed in. Het was geen warme dag en ‘s-nachts werd dit alleen maar erger. Toen ik om twee uur nog steeds niet kon slapen vanwege de kou, ging ik maar een klein rondje lopen. Op mijn weg naar het WC-complex zag ik de grootste wombat tot nu toe onder de felle Australische sterrenhemel in de speeltuin van de camping. Het was het hoogtepunt van de nacht, want hierna ging het koukleumen weer gewoon door. Miro en Just werden net als ik rond een uur of vier ook wakker en samen klaagden we over de temperatuur. Ik trok een extra shirt en broek en paar sokken aan.

We werden laat wakker en de volgende ochtend besloten we dat het tijd was om slaapzakken aan te schaffen. Op deze manier is het namelijk echt niet te doen tijdens de koude nachten.